Voorwaardelijke geldboete voor recyclingbedrijf wegens geplande overbrenging van PU-schuim dat als afvalstof wordt gekwalificeerd

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4935

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een bedrijf dat afgedankte matrassen recyclet tot een geheel voorwaardelijke geldboete van 2.000 euro voor een geplande illegale overbrenging van polyurethaanschuim naar de Verenigde Arabische Emiraten. Kern van de zaak is de vraag of de balen geperst PU-schuim nog afvalstoffen zijn of door de bewerking bij het bedrijf de status van einde-afvalstof hebben verkregen. Het hof oordeelt dat de nuttige toepassing nog niet is voltooid, omdat het PU-schuim in het land van bestemming eerst nog versnipperd en verlijmd zou moeten worden tot rebonded foam. Het bedrijf heeft het schuim bovendien alleen visueel op hygiëne gecontroleerd, zodat niet vaststaat dat het schoon en gereed voor toepassing was. Het PU-schuim wordt daarom als afvalstof gekwalificeerd en de overbrenging naar een land dat de invoer van groenelijstafvalstoffen verbiedt levert overtreding op van artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep legt het hof de geldboete geheel voorwaardelijk op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Taakstraffen voor twee medeverdachten wegens fiscale fraude bij verhuur van vakantieparken buiten de administratie, afgedaan met procesafspraken in hoger beroep

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt op 4 augustus 2026 twee medeverdachten uit hetzelfde onderzoek Rabarber wegens fiscale fraude bij een onderneming die vakantieparken exploiteert. Binnen de onderneming is jarenlang een specifieke verhuur aan zogenoemde rangers buiten de administratie gehouden en contant afgerekend, waardoor te weinig belasting is geheven. De zaken worden in hoger beroep afgedaan op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging. De bewezenverklaring, de kwalificatie en de strafbaarheid uit de vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant blijven in stand. Het hof vernietigt uitsluitend de strafoplegging en legt in beide zaken een deels voorwaardelijke taakstraf op, zonder de door de rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. De ene verdachte krijgt een taakstraf van 240 uren en de andere een taakstraf van 180 uren, telkens met 40 uren voorwaardelijk en een proeftijd van één jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van feitelijk leidinggever tot gevangenisstraf voor het niet voeren en niet beschikbaar stellen van de administratie van vijf vennootschappen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4943

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een bestuurder als feitelijk leidinggever van vijf besloten vennootschappen voor het opzettelijk niet voeren van een administratie en het niet beschikbaar stellen van de boeken aan de Belastingdienst. Bij twee vennootschappen is daarnaast de bewaarplicht geschonden. De bestuurder biedt de belastinginspecteur inlogcodes van zijn boekhoudprogramma aan, maar het hof oordeelt dat dit geen aanvaardbare wijze van inzage is en dat aangeboden ruwe data geen administratie in de zin van artikel 52 AWR vormt. Het verweer dat een van de vennootschappen nooit activiteiten ontplooit, treft geen doel omdat ook dan de vermogenspositie kenbaar moet zijn. Medeplegen acht het hof niet bewezen, omdat de bestuurder zelf de kwaliteit van belastingplichtige bezit en de rechtspersoon geen eigen bijdrage levert die zich daarvan onderscheidt. Het hof legt een gevangenisstraf van twaalf maanden op en ontzet de bestuurder voor drie jaren uit het beroep van bestuurder van een rechtspersoon.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak in vier samenhangende zaken van overtreding van de zorgplicht van de vervoerder (artikel 4 Vreemdelingenwet 2000) bij niet-visumplichtige derdelanders met verstreken vrije termijn

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch spreekt op 21 juli 2026 in vier samenhangende zaken een vervoerder vrij van overtreding van de zorgplicht uit artikel 4 lid 1 van de Vreemdelingenwet 2000. In alle zaken vervoert de vervoerder per vliegtuig een niet-visumplichtige derdelander van London Stansted naar Eindhoven, van wie bij de grenscontrole blijkt dat de vrije termijn van negentig dagen binnen honderdtachtig dagen is verstreken. Het hof oordeelt dat de zorgplicht van de vervoerder niet zo ver reikt dat aan de hand van stempels in het reisdocument moet worden gecontroleerd of eerder verblijf in het Schengengebied tot overschrijding van de vrije termijn heeft geleid. Die controle gaat verder dan het toezicht dat redelijkerwijs van de vervoerder kan worden gevorderd. Het hof leidt dit onder meer af uit de destijds geldende Vreemdelingencirculaire 2000, waarin stempelcontrole niet was opgenomen, en uit de wijziging van die circulaire per 12 oktober 2025 in verband met het inreis-uitreissysteem. In drie zaken vordert het Openbaar Ministerie bewezenverklaring en een geldboete, in de vierde zaak vordert het zelf vrijspraak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vijf uitspraken in onderzoek Mega Abaris over fraude en omkoping bij de gemeente Rotterdam: veroordelingen voor oplichting, valsheid in geschrift, ambtelijke omkoping en gewoontewitwassen

Het gerechtshof Den Haag doet op 14 juli 2026 uitspraak in vijf samenhangende strafzaken uit het onderzoek Mega Abaris naar fraude en omkoping bij de gemeente Rotterdam tussen 2012 en 2018. Terecht staan twee ambtenaren, de feitelijk leidinggever van een bestratingsbedrijf en twee onderaannemers, die betrokken zijn bij het manipuleren van productieverantwoordingsstaten waarmee werkzaamheden bij de gemeente werden gedeclareerd. De ambtenaren keuren opgehoogde staten goed en ontvangen daarvoor onder meer fietsen, horloges, sportartikelen, geld voor een boot en betaalde verbouwingen aan hun woningen. Het hof veroordeelt de betrokkenen voor oplichting, valsheid in geschrift, actieve en passieve ambtelijke omkoping en gewoontewitwassen, en spreekt op onderdelen vrij. Vanwege het tijdsverloop, de terugbetaling van een groot deel van de schade en de persoonlijke omstandigheden legt het hof lagere straffen op dan de rechtbank in eerste aanleg. De straffen lopen uiteen van een geheel voorwaardelijke geldboete tot deels voorwaardelijke gevangenisstraffen in combinatie met taakstraffen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing van verrekening van gestelde schade door late teruggave van in beslag genomen handelsvoorraad in ontnemingszaak na overtreding van de Sanctiewet 1977

Gerechtshof Den Haag 11 augustus 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2649

Het gerechtshof Den Haag beslist op 11 augustus 2026 in hoger beroep in een ontnemingszaak die volgt op een veroordeling wegens overtreding van de Sanctiewet 1977 en valsheid in geschrift bij de handel in dual-use goederen met Rusland. Het hof gaat uit van de door de FIOD met de transactiemethode gemaakte berekening en neemt de jaarrekening 2022 als basis voor de aftrekbare kosten, die het op 87 procent van de opbrengsten stelt. De door de verdediging gestelde schade door het niet tijdig teruggeven van de in beslag genomen handelsvoorraad komt volgens het hof niet voor aftrek in aanmerking, omdat die schade geen directe relatie heeft met de voltooiing van de strafbare feiten. Het hof gebruikt evenmin zijn bevoegdheid uit artikel 36e lid 5 Sr om die schade op de betalingsverplichting in mindering te brengen, omdat de wet niet in een dergelijke verrekening voorziet en de ontnemingsprocedure niet is ingericht op de behandeling van een reconventionele civiele vordering. Het draagkrachtverweer wordt verworpen omdat niet aannemelijk is dat de betrokkene nu en in de toekomst geen draagkracht zal hebben. Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 250.195 en legt een betalingsverplichting van gelijke hoogte op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in een nieuwe ontnemingsvordering na onherroepelijke niet-ontvankelijkverklaring

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1827

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch buigt zich in hoger beroep over de vraag of het Openbaar Ministerie een nieuwe ontnemingsvordering mag aanbrengen nadat de officier van justitie eerder onherroepelijk niet-ontvankelijk is verklaard in een ontnemingsvordering. Het hof oordeelt dat artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht daaraan niet in de weg staat zolang de onderliggende strafzaak nog niet onherroepelijk is afgedaan. De enige voorwaarde is dat de nieuwe vordering binnen de tweejaarstermijn van artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering wordt ingediend, en daaraan is voldaan. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen, omdat de veroordeelde aan de uitlatingen van de toenmalige advocaat-generaal geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen. Het hof vernietigt het vonnis en stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 65.948,67, na aftrek van een bedrag waarvoor in de strafzaak vrijspraak volgt en van een reeds terugbetaald bedrag. Aan de veroordeelde wordt de verplichting opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen, met een gijzeling van ten hoogste 659 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt veroordeling voor onjuiste belastingaangiften omdat dezelfde gelden niet tegelijk bij de vennootschappen en bij de verdachte kunnen zijn genoten

Hoge Raad 7 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1185

De Hoge Raad vernietigt op 7 juli 2026 gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een fiscale strafzaak over onjuiste aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Een consultant laat zich via een commanditaire vennootschap en een besloten vennootschap inhuren door een recruitmentbureau, dat in totaal ruim één miljoen euro aan die vennootschappen betaalt. Het hof rekent die betalingen zowel volledig toe aan de vennootschappen als winst voor de vennootschapsbelasting, als volledig aan de verdachte als inkomsten voor de inkomstenbelasting. Volgens de Hoge Raad getuigt dat oordeel van een onjuiste rechtsopvatting, omdat dezelfde gelden niet tegelijkertijd en tot hetzelfde bedrag door beide kunnen zijn genoten. De Hoge Raad merkt ambtshalve op dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt of de commanditaire vennootschap een open commanditaire vennootschap is en dus onderworpen is aan de vennootschapsbelasting. De cassatiemiddelen slagen ten aanzien van de feiten 1, 4 en 5 en de strafoplegging, en de zaak wordt teruggewezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontslag van alle rechtsvervolging bij verdenking onjuiste aangifte omzetbelasting

Gerechtshof Den Haag 9 juni 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1909

Het gerechtshof oordeelt in hoger beroep over een natuurlijke persoon die als feitelijke leidinggever wordt vervolgd voor het opzettelijk onjuist doen van aangifte omzetbelasting door zijn vennootschap (feit 1) en voor faillissementsfraude (feit 2). Het hof verwerpt de verweren dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is wegens vereenzelviging van de verdachte met de vennootschap en wegens schending van het Protocol AAFD. Voor feit 2 volgt vrijspraak, omdat niet bewezen is dat de verdachte omstreeks mei 2017 al wist dat het faillissement voorzienbaar was en dat de schuldeisers benadeeld zouden worden. Feit 1 acht het hof wettig en overtuigend bewezen. De tenlastelegging is echter gebaseerd op de tekst van artikel 68, eerste lid (oud) AWR zoals die gold tot 1 januari 1998, met het inmiddels vervangen gevolgbestanddeel. Omdat die delictsomschrijving ten tijde van het bewezenverklaarde niet meer geldt, kan het feit niet worden gekwalificeerd en wordt de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van zwembadexploitant voor dood door schuld na verdrinking van niet-zwemvaardige volwassen bezoeker

Gerechtshof Amsterdam 2 juli 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1762

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt de exploitant van een Amsterdams zwembad, een besloten vennootschap, voor dood door schuld na de verdrinking van een volwassen man in het 25-meterbad op 25 november 2018. De man, deelnemer aan een zwemproject voor vluchtelingen, meldt zich met een lesbrief bij de receptie, koopt een toegangskaartje en wordt kort daarna bewusteloos uit het diepe deel van het bad gehaald, waarna hij een dag later in het ziekenhuis overlijdt. Het hof oordeelt dat op de exploitant een bijzondere zorgplicht rust voor bezoekers die niet of onvoldoende zwemvaardig zijn, ook buiten de zwemlessen. De exploitant schiet op meerdere essentiële punten tekort: het Toezichtplan is onvoldoende bekend bij het personeel, bij het 25-meterbad staan onvoldoende gekwalificeerde toezichthouders, medewerkers zijn onvoldoende geïnstrueerd over niet-zwemvaardige volwassenen en het vluchtelingenprogramma, en de portofoons functioneren niet. Van de deelverwijten over de huisregels in andere talen, de defecte lamellen en de ontbrekende drijflijn, en van medeplegen, wordt vrijgesproken. Het hof legt een geldboete van € 20.000 op en beslist niet meer op de vorderingen van de nabestaanden, omdat die na een vaststellingsovereenkomst zijn ingetrokken.

Read More
Print Friendly and PDF ^