Opmerkelijke cassatietechnische verschillen tussen het Nederlandse en het Caribische strafprocesrecht

In deze bijdrage gaat de auteur in op de (cassatietechnische) verschillen in het strafprocesrecht tussen de Cariben en Nederland. Die verschillen worden vanuit het perspectief van de cassatieadvocaat kritisch beschouwd in het licht van het concordantiebeginsel en het EVRM. De auteur is van mening dat er voor de Hoge Raad een taak is weggelegd met betrekking tot de interpretatie van het Caribische verstekbegrip in het licht van het concordantiebeginsel. Daarbij is voor de Antilliaanse wetgever de taak weggelegd om diens omissie te herstellen door beroep in cassatie open te stellen in exequaturzaken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex art. 530 Sv: Vanwege ervaring en specialisatie mag efficiëntie van de raadsman verwacht worden

Rechtbank Amsterdam 25 mei 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3599

Zoals de raadsman zelf aangeeft kan, gelet op zijn ervaring en specialisatie, een zekere mate van efficiëntie van de raadsman verwacht worden. Nu het gaat om een buitenlandse cliënt, is het wel voorstelbaar dat meer tijd gemoeid is met de voorbereiding van de zaak dan gemiddeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk: verzuimboeten hebben dezelfde rechtsgevolgen als kennisgeving niet verdere vervolging

Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1532

Het hof heeft vastgesteld dat ‘terzake van de feiten’ die aan de verdachte ten laste zijn gelegd, voor de aanslagjaren 2014 en 2015 aan hem verzuimboeten zijn opgelegd. Gelet daarop is sprake van ‘bestuurlijke boeten’ met dezelfde rechtsgevolgen als een kennisgeving van niet verdere vervolging. Op grond van artikel 246, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering eindigt daardoor de zaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kroniek ondernemingsstrafrecht | Eerste helft 2020

Ieder half jaar verzorgt de redactie van het Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving (TBS&H) de Kroniek ondernemingsstrafrecht. De kroniek bespreekt de ontwikkelingen van de eerdere zes maanden op de verschillende strafrechtsgebieden die het ondernemingsstrafrecht kleurt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aanwijzing Voorlichting Opsporing en Vervolging vernieuwd

Op 1 september is de nieuwe ‘Aanwijzing Voorlichting Opsporing en Vervolging’ in werking getreden. Een veranderd medialandschap en de toegenomen aandacht voor privacy en slachtoffers waren aanleiding voor het Openbaar Ministerie om de aanwijzing te vernieuwen, aan te scherpen en aan te vullen. De aanwijzing geeft regels voor de inzet van voorlichting over opsporing en vervolging. De aanwijzing gaat in op de situatie waarin door voorlichting inbreuk wordt gemaakt op de privacy van identificeerbare personen, benoemt waar de verantwoordelijkheid voor de inzet van voorlichting ligt in de te onderscheiden gevallen en op de verschillende communicatiemomenten, en geeft regels voor medewerking aan mediaproducties.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wet bevat geen regeling voor instellen cassatie door BP indien vordering n-o is verklaard of afgewezen en verdachte of OM niet in cassatie gaan

Hoge Raad 25 augustus 2020, ECLI:NL:HR:2020:1321

Artikel 421 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering voorziet in het instellen van hoger beroep door een benadeelde partij tegen de afwijzing van haar vordering door de rechter in eerste aanleg indien noch de verdachte noch het openbaar ministerie hoger beroep heeft ingesteld. De wet bevat geen regeling ten aanzien van het instellen van beroep in cassatie door een benadeelde partij indien haar vordering door de appelrechter in het strafgeding niet-ontvankelijk is verklaard dan wel is afgewezen en noch de verdachte noch het openbaar ministerie cassatieberoep heeft ingesteld. In de strafzaak tegen de verdachte is geen cassatieberoep ingesteld door de verdachte of door het openbaar ministerie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vergoeding kosten raadsman: Uurtarief van €300 niet onredelijk hoog, gelet op aard van het feit en culturele achtergrond en ervaring van raadsman

Rechtbank Amsterdam 25 mei 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3597

Voor verzoeker was het noodzakelijk om een raadsman te hebben met dezelfde achtergrond, gelet op de aard van het feit en de culturele achtergrond. Indien het feit tot een bewezenverklaring had geleid, zou de eer van het slachtoffer geschonden zijn met als gevolg een reactie vanuit de familie van het slachtoffer jegens de familie van verzoeker (eerwraak). In zo’n geval is deskundigheid en ervaring vereist. De raadsman heeft ruim 12 jaar ervaring in het strafrecht en dezelfde culturele achtergrond als verzoeker.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toewijzing vordering benadeelde partij: rechtstreekse schade nu bewezenverklaarde medeplegen van (opzet)witwassen dusdanig samenhangt met de oplichting die eraan voorafging

Rechtbank Amsterdam 6 juli 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3320

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen van ruim 1,3 miljoen euro. Door het beschikbaar stellen van bankrekeningen heeft verdachte het mogelijk gemaakt voor de oplichters van de Franse bedrijven om hun uit die oplichting verkregen opbrengsten door te sluizen. Deze bedragen werden daarmee aan het zicht van banken en justitie onttrokken en als buit veiliggesteld, waarvan verdachte ook een percentage zou ontvangen. Mede door het handelen van verdachte zijn de Franse bedrijven ernstig gedupeerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex artikel 530 Sv: ondanks dat geen sprake is geweest van (ingeschreven) strafzaak is wèl sprake van een ‘zaak’, waarvan de afhandeling door het OM is overgelaten aan de Belastingdienst

Rechtbank Amsterdam 20 juli 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3842

Uit de stukken blijkt dat tegen verzoekster geen zelfstandig proces-verbaal is opgemaakt, dat er geen sprake is van een ingeschreven strafzaak betreffende verzoekster bij het Openbaar Ministerie en dat het Openbaar Ministerie verzoekster niet gaat vervolgen. Desalniettemin is verzoekster, vóórdat die beslissing werd genomen, als verdachte gehoord en heeft zij daarbij de bijstand van haar raadsman gevraagd en gekregen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bestuursrechter verplicht om tijdens zitting cautie te geven aan (rechts)persoon aan wie boete is opgelegd

De Hoge Raad (belastingkamer) heeft in zijn arrest van 15 november 2019 geoordeeld dat de bestuursrechter verplicht is om in bestuurlijke boetezaken ter zitting altijd vooraf de cautie te geven aan degene die een bestuurlijke boete opgelegd heeft gekregen. Dat betekent dat de rechter de beboete partij voorafgaand aan de bevraging dient te informeren dat zij niet verplicht is tot antwoorden. De Hoge Raad volgt aldus niet de in het belastingrecht ook wel verdedigde opvatting dat de cautie alleen gegeven dient te worden als een partij op zichzelf beschouwd verplicht zou zijn om ter zitting te verschijnen en inlichtingen aan de rechter dient te geven.

Read More
Print Friendly and PDF ^