Wetsvoorstel elektronisch bewijsmateriaal ingediend bij Tweede Kamer

Op 18 februari 2026 hadden alle EU-lidstaten de e-Evidence richtlijn (EU) 2023/1544 moeten omzetten in nationaal recht. Slechts vier landen haalden die deadline: Kroatië, Italië, Litouwen en Slowakije. Nederland behoort niet tot dat select gezelschap. Opmerkelijk, want ons land was juist een van de uitgesproken voorstanders van het e-Evidence pakket tijdens de Europese onderhandelingen. Inmiddels is het wetsvoorstel, de Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal (kamerstuk 36 905), ingediend bij de Tweede Kamer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EPPO-jaarverslag 2025: douane- en btw-fraude domineren

Het Europees Openbaar Ministerie (EPPO) onderzocht eind 2025 maar liefst 3.602 fraudezaken met een geschatte schade van € 67,27 miljard. Btw- en douanefraude domineren het beeld: 981 zaken zijn goed voor € 45 miljard aan schade, aangedreven door grootschalige georganiseerde criminaliteit met sterke Chinese netwerken. Het aantal onderzoeken naar fraude met NextGenerationEU-gelden (RRF) steeg met 66,7% tot 512 actieve zaken, met hoge risico's richting eind 2026. Het EPPO behaalt een veroordelingspercentage van 95% en diende 275 aanklachten in tegen 1.438 verdachten. Voor de bijzondere strafrechtpraktijk betekent dit: grensoverschrijdende EPPO-bevoegdheden, zware bevriezingsmaatregelen en een groeiend aandeel subsidiefraudezaken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Katvangerconstructie achter nepwebshop: hof acht medeplegen van grootschalige online oplichting bewezen

Gerechtshof Amsterdam 12 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:355

Het hof veroordeelt verdachte voor het medeplegen van grootschalige oplichting via een professioneel ogende nepwebshop die in oktober 2016 tientallen tot circa honderd klanten tot vooruitbetaling beweegt zonder ooit te leveren. Verdachte gebruikt een katvanger om het bedrijf en de bankrekening te openen, beschikt vervolgens over bankpas en inlogcodes en verdeelt gelden aan zichzelf en derden, hetgeen wordt ondersteund door verklaringen van medeverdachten, transacties en pinopnames in de woonomgeving van verdachte. Het verweer dat objectief bewijs voor betrokkenheid ontbreekt wordt verworpen, omdat de bewijsmiddelen een nauwe en bewuste samenwerking en een bijdrage van voldoende gewicht aantonen. Het hof kwalificeert het bewezenverklaarde als medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd, en legt wegens ernst en recidive in beginsel een forse straf passend, maar matigt vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesafspraken afgewezen: rechtbank verlangt inhoudelijke behandeling van fiscale fraudezaak

Rechtbank Amsterdam 29 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1235

Dit betreft een fiscale fraudezaak waarin de verdachte wordt verweten dat hij aangiften omzetbelasting over 2020 niet tijdig indient en aanzienlijke bedragen aan zijn ondernemingen onttrekt. Het Openbaar Ministerie en de verdediging sluiten procesafspraken met een voorstel tot twee maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf bij een benadelingsbedrag van circa 603.000. De officier van justitie stelt dat zonder afspraken een hogere straf, ongeveer zes maanden onvoorwaardelijk, zou zijn geëist. De verdediging verzoekt daarnaast om omzetting van de gevangenisstraf in elektronisch toezicht, hetgeen wettelijk niet mogelijk blijkt. De rechtbank oordeelt dat de voorgestelde bewezenverklaring en strafmaat geen recht doen aan het dossier en dat geen volledige overeenstemming bestaat over kwalificatie en straf. De zaak wordt daarom aangehouden en verwezen naar een andere zittingscombinatie voor inhoudelijke behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Weigering nultarief wegens btw-fraude niet automatisch grond voor vergrijpboete

Hoge Raad 20 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:279

De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur het nultarief voor intracommunautaire leveringen terecht weigert wegens betrokkenheid bij btw-fraude, maar dat dit niet automatisch een vergrijpboete rechtvaardigt. Voor een boete op grond van artikel 67f AWR is vereist dat het opzet of de grove schuld is gericht op het niet betalen van in Nederland verschuldigde omzetbelasting. Opzet dat uitsluitend ziet op het ontgaan van btw in een andere lidstaat is daarvoor onvoldoende. In dit geval is de naheffingsaanslag uitsluitend gebaseerd op het achteraf weigeren van het nultarief wegens fraude. Artikel 67f AWR biedt daarvoor geen grondslag, gelet op het legaliteitsbeginsel. De Hoge Raad vernietigt daarom de boetebeschikkingen en kent een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn

Read More
Print Friendly and PDF ^