EPPO-jaarverslag 2025: douane- en btw-fraude domineren
/Het Europees Openbaar Ministerie (EPPO) heeft op 2 maart 2026 zijn jaarverslag over 2025 gepubliceerd. De cijfers zijn ontnuchterend: aan het einde van 2025 liep het EPPO 3.602 actieve onderzoeken — een stijging van 35% ten opzichte van 2024. De totale geschatte schade bedraagt € 67,27 miljard, bijna een verdrievoudiging van het bedrag uit het jaar daarvoor (€ 24,8 miljard). Daarmee bevestigt het EPPO zijn positie als een van de meest slagvaardige anti-fraudeorganen ter wereld, maar de cijfers laten ook zien hoe immens en structureel het probleem van EU-fraude is.
2025 in kerngetallen
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste operationele cijfers per 31 december 2025, afgezet tegen het jaar daarvoor.
Btw- en douanefraude: een miljardencriminele industrie
De meest opvallende bevinding uit het jaarverslag is de astronomische omvang van de schade door btw- en douanefraude. Hoewel deze categorie slechts 27% van de actieve onderzoeken omvat (981 zaken), is het aandeel in de totale geschatte schade overweldigend: € 45,01 miljard, ofwel 67% van het totaal.
Die wanverhouding is veelzeggend. Ze illustreert hoe schaalbaar en lucratief btw- en douanefraude zijn in vergelijking met andere fraudevormen. Het gaat hier niet om kleine fraudeurs die sluiproutes benutten, maar om een professionele criminele industrie die bewust opereert in de blinde vlekken van nationale handhaving.
Verdeling zaken en schade naar fraudecategorie
Het EPPO heeft recentelijk een alarmerend hoog niveau van fraude waargenomen, georchestreerd door grootschalige georganiseerde criminele groepen die goederen van buiten de EU invoeren en verkopen — met een sterke betrokkenheid van Chinese criminele netwerken. Deze groeperingen combineren schijnbaar legale handelsstromen met systematische ontduiking van douanerechten en btw-afdracht.
Europees Hoofdaanklager Laura Kövesi is helder over de urgentie: "Met 981 lopende btw- en douanefraudezaken ter waarde van € 45 miljard aan geschatte schade maken we een deuk in een criminele industrie die veel te lang is genegeerd of getolereerd. Dit is noodzakelijk voor onze veiligheid in de Europese Unie, evenals voor onze overheidsfinanciën."
Een structurele verschuiving in de georganiseerde misdaad
Het EPPO signaleert een fundamentele en zorgwekkende verschuiving in het criminele ecosysteem. Traditionele misdrijven gericht op illegale goederen — namaakproducten, drugs, wapens — of op de uitbuiting van kwetsbare personen worden in toenemende mate gecombineerd met, of zelfs vervangen door, criminele activiteiten rondom de handel in legale goederen. Het grote voordeel voor de daders: zeer hoge winsten bij een relatief laag risico op detectie.
Dat lage risico is deels structureel. Btw- en douanefraude vereisen vaak complexe grensoverschrijdende constructies die vanuit een puur nationaal perspectief moeilijk zichtbaar te maken zijn. Nationale opsporingsdiensten missen doorgaans het EU-brede overzicht dat nodig is om de volle omvang van dergelijke netwerken in kaart te brengen. Precies daarin ligt de toegevoegde waarde van het EPPO, dat operationeel actief is in 22 EU-lidstaten en grensoverschrijdende bevoegdheden heeft die nationale aanklagers ontberen.
Uitgavenfraude en NextGenerationEU: risico's blijven hoog
De meerderheid van de actieve EPPO-onderzoeken betreft uitgavenfraude: fraude met EU-fondsen, subsidies en steunmaatregelen. In totaal gaat het om 2.450 zaken (68% van het totaal), met een geschatte schade van € 18,67 miljard.
Bijzondere aandacht verdient de sterke toename van onderzoeken die verband houden met de Recovery and Resilience Facility (RRF), het voornaamste instrument van het NextGenerationEU-herstelfonds. Ter bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie werd via dit fonds een ongekende hoeveelheid Europees geld uitgekeerd. Die grote geldstromen trekken ook fraudeurs aan.
Omdat de verwachte uitbetalingen uit de RRF doorlopen tot december 2026, blijft het risico op fraude en corruptie in dit segment aanzienlijk. Het EPPO waarschuwt expliciet voor de verhoogde risico's die gepaard gaan met het hoge volume aan uitbetalingen dat nog moet volgen.
Rechterlijke activiteit: aanklachten, bevriezingen en veroordelingen
Naast de operationele prestaties laat het EPPO ook op rechterlijk vlak indrukwekkende cijfers zien.
Rechterlijke activiteit 2025
Een veroordelingspercentage van bijna 95% is uitzonderlijk hoog en onderstreept de kwaliteit van de EPPO-onderzoeken. Het EPPO brengt steeds meer daders van EU-fraude voor de nationale rechter, waarbij de selectie van zaken voor vervolging kennelijk nauwgezet plaatsvindt. De geschatte schade die aan de Europese Commissie wordt gemeld in het kader van de terugvordering van EU-gelden bedraagt voor inkomstenfraude alleen al € 1,19 miljard — een direct signaal aan de lidstaten om handhavingscapaciteit op dit terrein te versterken.
Meldingen en stijgend publiek vertrouwen
In 2025 ontving en verwerkte het EPPO 6.966 strafaangiften en klachten, een stijging van 6% ten opzichte van het jaar daarvoor. De herkomst van die meldingen laat een interessant beeld zien.
Herkomst strafaangiften en klachten 2025
Opvallend is dat het overgrote deel van de meldingen afkomstig is van private partijen — burgers, bedrijven en organisaties. Dit wijst op een groeiende bekendheid met en vertrouwen in het EPPO als meldpunt voor EU-fraude. Tegelijkertijd blijft het aantal meldingen van EU-instellingen, -organen en -agentschappen (IBOA) bescheiden (143). Het EPPO ziet dit als een aandachtspunt: interne detectiemechanismen binnen de EU-instellingen verdienen verdere versterking.
Nalatenschap van Europees Hoofdaanklager Kövesi
Het jaarverslag markeert tevens het einde van het mandaat van Laura Kövesi als Europees Hoofdaanklager. Kövesi, die aan de wieg stond van het EPPO en de instelling heeft opgebouwd tot wat ze nu is, reflecteert in het rapport op de behaalde resultaten: "Aan het einde van mijn mandaat ben ik ervan overtuigd dat onze burgers trots kunnen zijn op deze prestaties. Wij hebben ons best gedaan om te laten zien dat in de Europese Unie justitie haar burgers dient, dat zij tastbaar is en dat de wet voor iedereen gelijk moet zijn. Laat de onwrikbare toewijding van het EPPO-team aan onafhankelijkheid mijn nalatenschap zijn."
Betekenis voor de bijzondere strafrechtpraktijk
De cijfers en tendensen uit het EPPO-jaarverslag 2025 zijn voor de bijzondere strafrechtpraktijk op meerdere vlakken relevant.
Grensoverschrijdende bevoegdheden. Het EPPO kan in alle 22 deelnemende lidstaten onderzoek doen en vervolging instellen. Verdachten en advocaten die in EPPO-zaken betrokken raken, hebben te maken met een andere procedurele dynamiek dan in puur nationale strafzaken. Kennis van de EPPO-verordening (EU) 2017/1939 en de wisselwerking met nationaal strafprocesrecht is daarbij onmisbaar.
Schaalgrootte van fraudezaken. De gemiddelde schade per btw/douane-zaak bedraagt op basis van de gepubliceerde cijfers gemiddeld ruim € 45 miljoen. Dit betekent dat verdachten in dergelijke zaken geconfronteerd kunnen worden met proportioneel zware bevriezingen en ontnemingsmaatregelen — zoals de € 1,13 miljard aan rechterlijk toegekende bevriezingsbevelen in 2025 illustreert.
Georganiseerde criminaliteit en handel in legale goederen. De verschuiving van illegale naar legale handelsgoederen als vehikel voor georganiseerde misdaad vraagt om strafrechtelijke expertise op het snijvlak van douanerecht, btw-recht en het commune strafrecht. Zaken waarbij criminele netwerken gebruik maken van reguliere handelsstromen vereisen een multidisciplinaire aanpak.
Recovery and Resilience Facility. De explosieve groei van RRF-gerelateerde onderzoeken maakt duidelijk dat subsidiefraudezaken rondom NextGenerationEU-gelden de komende jaren een prominente plek op de EPPO-agenda innemen. Met uitbetalingen die doorlopen tot eind 2026 zal dit segment de komende periode alleen maar verder groeien.
Conclusie
Het EPPO-jaarverslag 2025 schetst een verontrustend maar helder beeld: btw- en douanefraude zijn uitgegroeid tot de meest schadelijke fraudecategorie waarmee de EU geconfronteerd wordt, met een geschatte jaarschade van € 45 miljard. De betrokkenheid van grootschalige, internationaal opererende criminele netwerken maakt dit tot een veiligheidsvraagstuk dat de financiële dimensie overstijgt. Het EPPO toont met zijn groeiende caseload, stijgende aanklachtcijfers en een veroordelingspercentage van bijna 95% aan dat supranationale strafrechtelijke samenwerking werkt — maar ook dat de uitdaging groter is dan ooit.
