Offline door strafzaak: geen vergoeding voor gemiste influencerinkomsten

Rechtbank Amsterdam 10 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1411

Verzoekster, werkzaam als spreker en influencer, verzoekt na haar vrijspraak wegens smaadschrift om vergoeding van € 103.970 op grond van artikel 530 Sv, waaronder € 97.848 aan gederfde inkomsten doordat zij op advies van haar advocaat tijdelijk offline gaat. Zij stelt dat haar online afwezigheid direct leidt tot het wegvallen van opdrachten en samenwerkingen. Het Openbaar Ministerie betwist de causaliteit en voert aan dat geen sprake is van schade door tijdverzuim als bedoeld in artikel 530 Sv. De rechtbank oordeelt dat het Wetboek van Strafvordering alleen ruimte biedt voor vergoeding van daadwerkelijk geleden schade door tijdverzuim en niet voor indirecte inkomensschade. De gederfde inkomsten worden afgewezen, terwijl de kosten van de raadsvrouw en de verzoekschriftprocedure tot een totaal van € 6.125 worden toegewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kosten bestuursrechtelijke en civiele procedures vallen buiten bereik van artikel 530 Sv

Rechtbank Noord-Holland 16 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:1690

Verzoekster dient op grond van artikel 530 Sv een verzoek in tot vergoeding van advocaatkosten nadat de strafzaak tegen haar wegens een aangetroffen drugslab in een door haar gehuurd pand is geseponeerd. Zij vordert in totaal 4.338,59, waaronder kosten voor bijstand in een bestuursrechtelijke procedure tegen de gemeente en een civiele procedure tegen de verhuurder. Het Openbaar Ministerie stelt dat alleen kosten die rechtstreeks verband houden met de strafzaak voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank oordeelt dat de kosten voor de bestuursrechtelijke en civiele procedures niet in rechtstreeks verband staan met de strafzaak en wijst dat deel van het verzoek af. Wel worden de kosten voor communicatie met politie en OM en een deel van de cliëntcontacten, vermeerderd met kantoorkosten en btw, toegewezen. In totaal kent de rechtbank een vergoeding toe van 2.120,24 en wijst zij het meer of anders verzochte af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kosten boekhouder voor peiljaarverlegging niet vergoed na vrijspraak

Rechtbank Noord-Holland 16 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:1693

Dit betreft een verzoek ex artikel 530 Sv na vrijspraak van verzoekster door de politierechter. Verzoekster vraagt vergoeding van kosten van haar raadsman, reiskosten, kosten van een boekhouder voor een peiljaarverlegging en kosten voor het verzoekschrift. De officier van justitie verzet zich tegen vergoeding van de boekhoudkosten omdat deze niet in rechtstreeks verband staan met de strafzaak. De rechtbank oordeelt dat alleen kosten die direct samenhangen met de strafzaak voor vergoeding in aanmerking komen en acht de overige posten billijk. De kosten van de boekhouder zien op de inkomenspositie en de aanvraag van gefinancierde rechtsbijstand en worden daarom afgewezen. In totaal wordt 2.849,03 toegekend en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vergoeding van ruim 2,5 ton aan advocaatkosten na integrale vrijspraak Maastrichtse huisarts

Rechtbank Limburg 10 december 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:10348 (publicatie uitspraak 10 december 2025)

Rechtbank Limburg kent een schadevergoeding van 258.313,36 toe aan een man die integraal is vrijgesproken. De vergoeding betreft voornamelijk advocaatkosten, reiskosten en waarnemingskosten. Het Openbaar Ministerie verzette zich deels tegen toekenning, maar de rechtbank ziet voldoende billijkheidsgronden. Inkomstenderving en overige schade worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of buitenwettelijke grondslag. De zaak betrof een langdurige, complexe strafzaak met vele zittingen. Vrijspraak maakt toekenning op grond van artikel 530 Sv mogelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank matigt advocaatkosten na sepot wegens laattijdige declaratie en vermoeden van succesafspraak

Rechtbank Den Haag 22 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16344

De rechtbank Den Haag kent een gewezen verdachte na sepot een vergoeding toe van 3.190 euro voor rechtsbijstand. Het merendeel van de gedeclareerde kosten (ruim 5.600 euro) wordt afgewezen vanwege een vermoedelijke succesafspraak (‘no win, no fee’). De declaratie volgt pas drie jaar na de werkzaamheden, wat vragen oproept over de redelijkheid van het tarief. De rechtbank stelt daarom zelf een billijk uurtarief vast. Succesafspraken acht zij onverenigbaar met schadevergoeding door de Staat in strafzaken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen schadevergoeding na onherroepelijke niet-ontvankelijkverklaring: ne bis in idem sluit hernieuwde beoordeling uit

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 april 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:1325

Appellant verzoekt schadevergoeding na een strafzaak waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard wegens het ne bis in idem-beginsel. Hij stelt dat dit beginsel onterecht is toegepast en vordert vergoeding van reiskosten en tijdsverzuim. Het hof oordeelt dat het vonnis van 9 september 2021 onherroepelijk is, waardoor herziening niet mogelijk is. Het ne bis in idem-beginsel is daarmee definitief van toepassing verklaard. Aangezien het verzoek gebaseerd is op de ongeldigheid van dit beginsel, ontbreekt een wettelijke grondslag. Het hof wijst de schadevergoeding af. De beslissing van de rechtbank wordt bevestigd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vergoeding advocaatkosten na jarenlange onzekerheid over verdenking in Marengo-context - zonder uiteindelijke vervolging (voor o.a. ambtelijke)

Rechtbank Amsterdam 24 april 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2958

Een voormalig buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Amsterdam vraagt op grond van artikel 530 Sv een schadevergoeding aan wegens advocaatkosten. Hij wordt gelinkt aan de Marengo-zaak en verdacht van ambtelijke corruptie, maar het Openbaar Ministerie besluit uiteindelijk niet tot vervolging over te gaan. De rechtbank erkent dat sprake is van een langdurige en onzekere situatie zonder mogelijkheid tot verweer. Ondanks het ontbreken van een dossier acht zij een volledige vergoeding van 6.246 euro billijk. Het OM betwist de kosten, vooral die gemaakt vóór dossierinzicht. De rechtbank oordeelt echter dat deze noodzakelijk zijn gezien de ernst van de verdenking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wat betekent rechtsbijstand verleend door patroon en advocaatstaiair voor art. 530 Sv?

Gerechtshof Amsterdam 25 maart 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:982

Het gerechtshof Amsterdam kent een schadevergoeding toe voor rechtsbijstand in een strafzaak die eindigt zonder straf of maatregel. De vergoeding wordt beperkt omdat een deel van de bijstand is verleend door een advocaat-stagiair, wiens inzet hoofdzakelijk opleidingsgericht was. Alleen de kosten van de patroon en noodzakelijke werkzaamheden komen voor vergoeding in aanmerking. Het hof wijst een bedrag toe van 10.727,25 euro. Kosten die verband houden met de opleiding van de stagiair worden uitgesloten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toekenning advocaatkosten inclusief voor wijzigen sepotcode en toekenning immateriële schade wegens psychische gevolgen detentie

Rechtbank Noord-Holland 5 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:1847

De rechtbank Noord-Holland kent een gedeeltelijke schadevergoeding toe aan een vrouw die onterecht werd vastgehouden op verdenking van dierenmishandeling. Haar zaak werd geseponeerd, waarna zij € 37.743,14 verzocht voor advocaatkosten en immateriële schade. De rechtbank wijst € 24.743,14 toe, inclusief € 22.063,14 voor rechtsbijstand en € 2.000,- immateriële schadevergoeding. Hoewel haar detentie psychisch belastend was, acht de rechtbank de gevraagde € 15.000,- buitensporig. Ook de kosten voor het wijzigen van de sepotcode worden vergoed, aangezien deze rechtstreeks samenhangen met de strafzaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onschuldpresumptie noopt tot toekenning schadevergoedingsverzoek ex art. 530 Sv (ook) na sepot

Het Gerechtshof Amsterdam heeft in een drietal zaken het artikel 530 Sv-verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toegekend nadat de onderliggende strafzaak was geëindigd met een (voorwaardelijk) sepot. Volgens het hof verlangt de onschuldpresumptie ex artikel 6 EVRM, en de EHRM-rechtspraak daarover (Nealon & Hallam/VK), dat de motivering van het oordeel van de rechter in een verzoekschriftprocedure niet alsnog neerkomt op het uiten van de mening dat verzoeker zich schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van een strafrechtelijke norm en daarmee aan het plegen van een strafbaar feit. Dit geldt niet alleen indien de strafprocedure is geëindigd met een vrijspraak, maar ook indien deze is geëindigd met een (voorwaardelijk) sepot.

Read More
Print Friendly and PDF ^