Artikel: Motivering van bijzondere wetten in relatie tot het primaat van de wetgever

Het primaat van de wetgever houdt in dat de belangrijkste keuzes over de inhoud van het recht bij wet in formele zin worden gemaakt. Knop betoogt dat de motivering van een wetsvoorstel in de memorie van toelichting een inherent gevolg is van dat primaat. Wijkt een bijzondere wet af van een algemene wet, dan moet die afwijking gemotiveerd worden, zodat bestuur en rechter bij interpretatievragen weten welke regel volgens de wetgever geldt. Algemene wetten kunnen de wetgever zelf niet binden en mogen de indiening van wetsvoorstellen niet belemmeren. Het toezicht op de naleving van motiveringseisen ligt bij het parlement, niet bij de rechter.

Read More
,
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het nieuwe EU-ethiek orgaan – een kritische beschouwing

Op 9 december 2022, International Anti-Corruption Day, doorzocht een samenwerkingsverband van Belgische, Griekse en Italiaanse opsporingsautoriteiten woningen en kantoren in Brussel en arresteerde vier personen, onder wie een vicepresident van het Europees Parlement. Deze en latere corruptieschandalen bliezen het debat over integere ambtsuitoefening nieuw leven in. In 2024 sloten de belangrijkste EU-instellingen een akkoord tot oprichting van een interinstitutioneel EU-Ethiek Orgaan, dat gemeenschappelijke minimumnormen moet ontwikkelen maar geen uitvoering of handhaving kent. De oprichting is inmiddels vastgelopen. De auteurs bespreken de opzet van het orgaan, de verhouding tot andere EU-organen en het Nederlandse ethisch-juridische kader voor politici, en zien de meerwaarde vooral in normstelling voor de grijze gebieden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Libertas Advocaten zoekt per direct een ervaren advocaat-medewerker

Libertas Advocaten zoekt per direct een ervaren advocaat-medewerker met enkele jaren werkervaring. Het Rotterdamse kantoor is gespecialiseerd in (ondernemings)strafrecht en bestraffend bestuursrecht en staat grote (multinationale) ondernemingen bij. Gezocht wordt een inhoudelijk sterke, nieuwsgierige en zelfstandige advocaat met ervaring in of affiniteit met het bijzondere strafrecht en/of bestraffend bestuursrecht. De nieuwe collega krijgt volop ruimte om een eigen profiel en praktijk verder te ontwikkelen en mee te bouwen aan het groeiende kantoor.

Read More
,
Print Friendly and PDF ^

Vijftig jaar artikel 51 Wetboek van Strafrecht

De regeling van daderschap van rechtspersonen bestaat vijftig jaar, maar kreeg bij de overheveling naar artikel 51 Sr in 1976 nooit de dogmatische doordenking die zij verdiende. De wetgever leunde op het functioneren van de voorloper in de WED en liet verdere uitwerking aan de rechter, die dat via het Drijfmest-arrest invulde met de redelijke toerekening. Dat criterium is inhoudelijk verdedigbaar, maar de toepassing levert een groot grijs gebied op en de voorzienbaarheid staat onder druk. Cnossen bepleit een explicietere wettelijke basis in een nieuw artikel 51a Sr, naar Belgisch en Spaans voorbeeld, zonder de redelijkheid los te laten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad herhaalt de eisen aan de vaststelling van voldoende aanwijzingen voor andere strafbare feiten bij ontneming

De Hoge Raad herhaalt in een ontnemingszaak over hennepteelt de eisen die gelden voor de vaststelling dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene andere strafbare feiten heeft begaan als bedoeld in artikel 36e lid 2 Sr. Uit HR 29 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1523 volgt dat dit oordeel in overeenstemming moet zijn met de onschuldpresumptie en dat de rechter voldoende aanwijzingen alleen mag aannemen als buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de betrokkene die andere feiten heeft begaan. Uit HR 12 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1498 volgt dat uit de uitspraak moet blijken aan welke feiten en omstandigheden de rechter die aanwijzingen heeft ontleend. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden neemt aan dat de betrokkene, die in de strafzaak is veroordeeld voor het medeplegen van bedrijfsmatige hennepteelt op 6 juli 2017, minimaal één eerdere oogst heeft gehad en legt op die grondslag een betalingsverplichting op. Voldoende aanwijzingen voor die eerdere oogst kunnen echter niet zonder meer uit de door het hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden worden afgeleid, zodat het oordeel ontoereikend is gemotiveerd en vernietiging en terugwijzing volgen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Fundamentele weeffouten rondom het verschoningsrecht

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie wil de recent vastgestelde procedure rond het verschoningsrecht ingrijpend wijzigen door de eerste filtering van mogelijk geprivilegieerd materiaal bij de officier van justitie te leggen in plaats van bij de rechter-commissaris. Volgens auteur Petra van Kampen ontstaat daardoor het risico dat opsporingsambtenaren al kennisnemen van vertrouwelijke informatie voordat duidelijk is dat deze onder het verschoningsrecht valt. Dit staat volgens haar op gespannen voet met het Box-arrest van de Hoge Raad uit 2024, waarin is bepaald dat filtering in dergelijke gevallen door of onder verantwoordelijkheid van de rechter-commissaris moet plaatsvinden. Ook jurisprudentie van het EHRM benadrukt dat de beoordeling van verschoningsgerechtigd materiaal niet aan opsporingsautoriteiten mag worden overgelaten. Daarnaast beperkt het ontwerpvoorstel de mogelijkheden om via een klaagschrift tegen beslag op potentieel verschoningsgerechtigd materiaal op te komen. Van Kampen concludeert dat hiermee belangrijke waarborgen rond het verschoningsrecht worden uitgehold ten gunste van praktische en capacitaire belangen van de opsporing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afromen via de achterdeur: de boete als ontnemingsinstrument

De Hoge Raad staat de afroomboete toe: geen rechtsregel verzet zich ertegen dat de rechter de hoogte van een geldboete mede bepaalt aan de hand van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Wel moet de uitspraak inzichtelijk maken welk deel van de boete op ontneming ziet en hoe dat voordeel is geschat, en moet de ontnemingsrechter daar later in matigende zin rekening mee houden. De annotatoren laten zien dat de wetgever de afroomboete kende en bewust koos voor een afzonderlijke ontnemingsprocedure met eigen waarborgen. Zij betwijfelen of de verdediging bij een afroomboete voldoende rechtsbescherming geniet en verwachten dat de Hoge Raad hier opnieuw over zal moeten oordelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EHRM schrapt zaak Koopmans tegen Nederland van de rol na schikking over onschuldpresumptie bij afgewezen schadevergoeding

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 3 september 2026 de zaak Koopmans tegen Nederland (appl. 32183/24) van de rol geschrapt nadat partijen een schikking hadden bereikt. De klacht betrof een schending van de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM. Verzoeker was onherroepelijk vrijgesproken en verzocht om schadevergoeding voor ondergane voorlopige hechtenis, maar het gerechtshof Den Haag wees dat verzoek af met een verwijzing naar laakbaar handelen en naar de wijze van tenlasteleggen. De Nederlandse regering betaalt op grond van de schikking € 3.000 aan immateriële schade en € 1.571 aan kosten. Het Hof toetste de schikking aan de mensenrechten en zag geen reden het onderzoek voort te zetten. De beslissing is op 24 september 2026 schriftelijk bekendgemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toegang tot cryptogegevens in strafrechtelijk onderzoek: het Aanvullend Protocol bij de Warschau-conventie

Op 22 en 23 september 2026 kwamen in Straatsburg opsporings-, vervolgings- en rechterlijke autoriteiten uit de lidstaten van de Raad van Europa bijeen voor een rondetafel over crypto-assets en DeFi bij witwassen, terrorismefinanciering en andere vormen van financieel-economische criminaliteit. De bijeenkomst werd georganiseerd door de Economic Crime and Cooperation Division (ECCD) van de Raad van Europa. Zo'n praktijkuitwisseling verandert het strafrecht niet. Wat wel telt, staat in de slotalinea van het persbericht: de verwijzing naar het recent aangenomen Aanvullend Protocol bij de Warschau-conventie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kantonrechter Haarlem oordeelt over dwangsom na OM-hack: overmachtssituatie in de zin van artikel 4:15 Awb

De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 geoordeeld dat de ICT-inbreuk bij het Openbaar Ministerie van juli 2025 een overmachtssituatie oplevert in de zin van artikel 4:15 lid 2 onder c van de Algemene wet bestuursrecht. Onbevoegden maakten gebruik van een zogeheten zero-day-kwetsbaarheid in de software van Citrix NetScaler, waarna het College van procureurs-generaal op 17 juli 2025 besloot de systemen los te koppelen van het internet. Door die afkoppeling was het registratiesysteem voor Wahv-beroepen niet toegankelijk en kon pas vanaf 11 september 2025 weer inhoudelijk op zaken worden beslist. De kantonrechter merkt de periode van 18 juli tot en met 10 september 2025 aan als overmachtsperiode, waardoor de beslistermijn van rechtswege met 55 dagen is opgeschort. De ingebrekestelling van 3 september 2025 is daardoor voor het einde van de beslistermijn verzonden en dus prematuur. De officier van justitie verbeurt geen dwangsom en het beroep tegen de verkeersboete is ongegrond verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^