Fundamentele weeffouten rondom het verschoningsrecht

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie wil de recent vastgestelde procedure rond het verschoningsrecht ingrijpend wijzigen door de eerste filtering van mogelijk geprivilegieerd materiaal bij de officier van justitie te leggen in plaats van bij de rechter-commissaris. Volgens auteur Petra van Kampen ontstaat daardoor het risico dat opsporingsambtenaren al kennisnemen van vertrouwelijke informatie voordat duidelijk is dat deze onder het verschoningsrecht valt. Dit staat volgens haar op gespannen voet met het Box-arrest van de Hoge Raad uit 2024, waarin is bepaald dat filtering in dergelijke gevallen door of onder verantwoordelijkheid van de rechter-commissaris moet plaatsvinden. Ook jurisprudentie van het EHRM benadrukt dat de beoordeling van verschoningsgerechtigd materiaal niet aan opsporingsautoriteiten mag worden overgelaten. Daarnaast beperkt het ontwerpvoorstel de mogelijkheden om via een klaagschrift tegen beslag op potentieel verschoningsgerechtigd materiaal op te komen. Van Kampen concludeert dat hiermee belangrijke waarborgen rond het verschoningsrecht worden uitgehold ten gunste van praktische en capacitaire belangen van de opsporing.

Lees verder:

Print Friendly and PDF ^