Onderzoek Braddon: rechtbank legt 7 groepsvennootschappen geldboetes op en veroordeelt feitelijk leidinggever wegens niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt op 7 mei 2026 in acht samenhangende vonnissen (ECLI:NL:RBOBR:2026:2869 tot en met 2876) zeven groepsvennootschappen tot geldboetes van in totaal € 1.323.000 wegens het opzettelijk niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting over 2020 en 2021. De feitelijk leidinggever krijgt een gevangenisstraf opgelegd van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het gezamenlijk geschatte fiscale nadeel binnen de groep bedraagt ruim € 2,8 miljoen, voortkomend uit het FIOD-onderzoek Braddon. De rechtbank verwerpt de verweren over de ontvangst van aanmaningen en het strekkingsvereiste, en neemt voorwaardelijk opzet aan wegens het structureel ontbreken van een deugdelijke administratie. Partiële vrijspraak volgt van het onderdeel niet doen van aangiften, nu deze alsnog op 28 juni 2024 zijn ingediend, en van het ten laste gelegde medeplegen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Jaarverslag 2025 ILT-IOD: elf dossiers, een sepotpercentage van 66% en de aanloop naar de Richtlijn milieucriminaliteit

Op 20 mei 2026 verscheen het Jaarverslag 2025 van de ILT-IOD, de gespecialiseerde milieuopsporingsdienst onder gezag van het Functioneel Parket. De dienst leverde in 2025 elf strafrechtelijke onderzoeken in (doel: twintig) en legde € 790.000 conservatoir beslag (doel: vier miljoen euro). Het sepotpercentage voor ILT-IOD-verdachten kwam uit op 66 procent, ruim boven het afgesproken maximum van negentien procent, mede door een specifieke kwestie in het dossier varend ontgassen. Genoemde onderzoeken zijn onder meer Chemours, Tata Steel, de € 1,5 miljoen strafbeschikking voor Heineken, de kunststofafvalzaak (rechtbank Rotterdam) en de terugbetaling van € 5,1 miljoen in de bioticket-zaak rond Biodiesel Kampen. Met het oog op Richtlijn (EU) 2024/1203, die uiterlijk 21 mei 2026 moet zijn geïmplementeerd, verwacht de dienst meer zaken; de in een HUF-toets ingediende capaciteitsclaim is niet gehonoreerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Den Haag wijzigt ambtshalve grondslag ontnemingsvordering: witwashandelingen leiden niet zelfstandig tot wederrechtelijk verkregen voordeel

Gerechtshof Den Haag 21 april 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1285

Het Gerechtshof Den Haag oordeelt op 21 april 2026 in een ontnemingszaak dat het enkele verrichten van witwashandelingen op zichzelf niet leidt tot wederrechtelijk verkregen voordeel in de zin van artikel 36e lid 2 Sr. Het hof verlaat ambtshalve de door het Openbaar Ministerie aangevoerde grondslag en past artikel 36e lid 3 Sr toe op de zaak van een betrokkene die is veroordeeld voor medeplegen van witwassen van € 410.000. Dat bedrag is via een schijnconstructie aangewend voor de aankoop van een woning, terwijl tegenover de ontvangst geen schuld of tegenprestatie heeft gestaan. De waardestijging van de woning kwalificeert als vervolgprofijt van € 65.000, zodat het totale voordeel op € 475.000 wordt geschat. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep matigt het hof de betalingsverplichting met € 10.000. Aan de betrokkene wordt de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van € 465.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

FIOD-jaarverslag 2025: doorbraak in het eerste strafrechtelijke dividendstrippingonderzoek

In 2025 markeerde de FIOD het eerste afgeronde strafrechtelijke dividendstrippingonderzoek in Nederland. In dat onderzoek werden OM-strafbeschikkingen overeengekomen met Morgan Stanley (€101 miljoen) en ABN AMRO (€14 miljoen). De Belastingdienst legde aanvullend aanzienlijke navorderingen op en andere financiële instellingen trokken verzoeken tot vermindering van dividendbelasting in. De FIOD werkt aan een ketenbrede aanpak met de Belastingdienst, AFM, DNB, FIU-Nederland en het FP, mede vormgegeven via het FEC-kennisdocument Dividendstripping. Het fenomeen blijft volgens het verslag een belangrijk aandachtspunt voor de komende jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Europees Parlement weigert opheffing immuniteit Duits europarlementslid

Op 19 mei 2026 weigerde het Europees Parlement de immuniteit op te heffen van een Duits europarlementslid tegen wie het EOM een fraudeonderzoek wil instellen. De Europese Hoofdaanklager had op 21 juli 2025 een verzoek ingediend op grond van artikel 29 EOM-Verordening, omdat naar Duits constitutioneel recht (artikel 46 Grundgesetz, via artikel 9 Protocol 7) opheffing nodig is voordat een vooronderzoek kan beginnen. Het plenum nam in geheime stemming de aanbeveling van JURI over om de immuniteit te handhaven (309-283-53). Daarmee ontstaat een Verfahrenshindernis: de gedelegeerd Europese aanklager kan geen onderzoekshandelingen verrichten zolang het mandaat duurt. Het EOM kondigt aan de beslissing voor de bevoegde rechter te willen aanvechten.

Read More
Print Friendly and PDF ^