FIOD-jaarverslag 2025: doorbraak in het eerste strafrechtelijke dividendstrippingonderzoek
/In het FIOD-jaarverslag over 2025 is een afzonderlijk hoofdstuk gewijd aan dividendstripping. De FIOD spreekt van een belangrijke mijlpaal: in een van de strafrechtelijke onderzoeken naar dit fenomeen kwam het in 2025 tot OM-strafbeschikkingen voor twee banken. Het verslag plaatst deze resultaten binnen een bredere keten-aanpak waarbij de Belastingdienst, de FIOD en het Functioneel Parket samenwerken aan een primair bestuursrechtelijke en preventieve aanpak, met strafrechtelijke inzet waar dat passend is. Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk biedt het verslag zicht op de aanloop, het juridische kader en de uitstraling van deze zaken naar de financiële sector.
Wat is dividendstripping?
Het verslag bevat een toegankelijke uitleg van het fenomeen. Dividendstripping is het kunstmatig schuiven met aandelen rond de datum waarop dividend wordt uitgekeerd, met als doel onterecht dividendbelasting terug te vragen of te verrekenen. In Nederland geldt bij dividenduitkeringen een heffing van 15 procent. Nederlandse aandeelhouders mogen die belasting verrekenen via hun aangifte, maar buitenlandse partijen vaak niet. Via ingewikkelde constructies worden aandelen tijdelijk in handen gebracht van een Nederlandse of andere partij met een gunstiger verdragstarief; nadat het dividend is uitgekeerd, gaan de aandelen terug naar de oorspronkelijke eigenaar en delen de betrokken partijen de onterecht verkregen dividendbelasting. Het fenomeen speelt zich af op het snijvlak van fiscale wetgeving, financiële markten en internationale handel, en vraagt om diepgaande kennis van handelssystemen, derivaten en grensoverschrijdende datastromen.
Aanloop: 2020 tot 2025
De FIOD beschrijft in het verslag een aanloop van vijf jaar. In 2020 begon de dienst met het in beeld krijgen van de werkwijze en de structuren die in gebruik zijn voor dividendstripping. In 2021 zijn drie signalen afkomstig van de Belastingdienst over verschillende vormen van dividendstripping opgepakt en zijn de eerste strafrechtelijke onderzoeken naar dit fenomeen gestart. Door intensief en specialistisch onderzoek kreeg de FIOD zicht op complexe transactiestromen tussen banken, hedgefondsen en tussenpersonen.
Resultaten in 2025
In een van de strafrechtelijke onderzoeken werden in 2025 OM-strafbeschikkingen overeengekomen met een binnen- en een buitenlandse bank. Volgens het verslag betaalde een van de organisaties een boete van €101 miljoen vanwege opzettelijk onjuist ingediende aangiften vennootschapsbelasting.
Het Openbaar Ministerie heeft over beide afdoeningen openbare informatie verstrekt. De buitenlandse bank betrof Morgan Stanley; op 27 november 2025 legde het OM aan twee vennootschappen van de bank in Londen en Amsterdam een strafbeschikking op van in totaal €101 miljoen wegens dividendbelastingontduiking. Volgens het OM zorgde Morgan Stanley, door middel van een speciaal daarvoor ingerichte structuur, ervoor dat partijen die geen recht op verrekening of teruggave van de dividendbelasting hadden ten onrechte toch het voordeel konden genieten van een gedeelte van de verrekende dividendbelasting. De in 2006 opgerichte Nederlandse vennootschap Morgan Stanley Derivative Products (Netherlands) BV hield tussen 2007 en 2012 Nederlandse beursgenoteerde aandelen telkens kortstondig rond dividenddata aan, waarbij in totaal 830 miljoen euro aan dividend werd uitgekeerd. De daarop ingehouden dividendbelasting van in totaal 124 miljoen euro werd in vijf aangiften vennootschapsbelasting over de periode 2009 tot en met 2013 verrekend. Openbaar Ministerie + 2
De binnenlandse bank betrof ABN AMRO. Het OM legde op 28 mei 2025 aan ABN AMRO een strafbeschikking in de vorm van een geldboete van €14 miljoen op wegens medeplichtigheid aan het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften door een andere bank. Bij de bepaling van de hoogte van de boete is volgens het OM rekening gehouden met onder meer de bruto-opbrengsten van de transacties, de door de bank verleende medewerking aan het onderzoek en de omstandigheid dat het oudere feiten betreft.
Bestuursrechtelijke uitstraling
Het FIOD-verslag besteedt aandacht aan een bredere uitstraling. Na publiciteit rond de strafrechtelijke zaak zijn onderzoeken van de Belastingdienst bij verschillende financiële instellingen die dividendbelasting hadden teruggevraagd in een stroomversnelling geraakt. De Belastingdienst legde aanzienlijke navorderingen op en andere financiële instellingen trokken lopende verzoeken tot vermindering van dividendbelasting in. Het verslag spreekt van honderden miljoenen euro's aan opbrengsten en stelt dat de betreffende financiële instellingen daarmee alsnog aan hun belastingverplichtingen hebben voldaan, met inbegrip van de borging van hun compliance in latere jaren. De FIOD beschrijft het effect als een signaal aan de financiële wereld dat dividendstripping strafbaar is en wordt aangepakt.
Ketenaanpak en kennisdocument
Naast de strafrechtelijke inzet beschrijft het verslag een gezamenlijke, ketenbrede aanpak van het fenomeen. De FIOD werkt samen met de Belastingdienst, de AFM, DNB, de FIU-Nederland en het Functioneel Parket. Een resultaat hiervan is het geactualiseerde FEC-kennisdocument Dividendstripping, opgesteld binnen het Financieel Expertisecentrum, het samenwerkingsverband van AFM, DNB, BFT, Belastingdienst, FIU-Nederland, FIOD, het OM en de Politie, met daarbinnen ook een publiek-private samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Banken en vier grootbanken. Internationaal werkt de FIOD samen met Europol, de OESO en andere Europese opsporingsdiensten.
Afsluiting
De ontwikkelingen in 2025 markeren voor het fenomeen dividendstripping een eerste afgeronde strafrechtelijke fase, ingebed in een bredere bestuursrechtelijke en preventieve aanpak. De FIOD beschrijft de inzet als gezamenlijk en aanhoudend, met internationale en publiek-private samenwerking als belangrijke pijlers. Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk biedt deze zaak inzicht in hoe een complex fiscaal fenomeen via een combinatie van strafrecht, fiscaal toezicht en informatie-uitwisseling wordt benaderd.
