Jaarverslag 2025 ILT-IOD: elf dossiers, een sepotpercentage van 66% en de aanloop naar de Richtlijn milieucriminaliteit

Op 20 mei 2026 verscheen het Jaarverslag 2025 van de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT-IOD). Voor de praktijk bevat het verslag relevante signalen: cijfers over instroom, doorlooptijden en afdoening bij het Functioneel Parket, een eerste evaluatie van het in 2024 geïntroduceerde vermogensdossier en een vooruitblik op de implementatie van de herziene EU-Richtlijn milieucriminaliteit. Daarnaast rapporteert de dienst over enkele veel besproken onderzoeken, waaronder die tegen Chemours, Tata Steel en Heineken. Tegelijk noteert het verslag dat verschillende doelstellingen niet zijn gehaald, waaronder het beoogde conservatoir beslag van vier miljoen euro en het maximale sepotpercentage van negentien procent.

Focus op zes thema's

De ILT-IOD richtte zich in 2025 op zes prioritaire thema's: afval, bodem, zeer zorgwekkende stoffen, brandstoffen, ozonlaagafbrekende stoffen (OAS) en F-gassen, en woningbouwcorporaties. Binnen deze thema's wordt blijkens het verslag ook gekeken naar certificerende instellingen, intermediairs en facilitators. Volgens de ILT-brede risicoanalyse (IBRA) brengt afval de grootste maatschappelijke schade met zich mee, geraamd op vier miljard euro per jaar. De prioritering van onderzoeken vindt plaats binnen de Landelijke Milieukamer (LMK), die opereert onder verantwoordelijkheid van de Strategische Milieukamer (SMK). Het Instellingsbesluit van die SMK is op 15 april 2025 in de Staatscourant gepubliceerd, waarmee de samenwerking tussen onder meer de ILT, het Functioneel Parket, de politie, de NVWA, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de omgevingsdiensten een formele juridische basis heeft gekregen.

Cijfers: instroom en doorlooptijden

In 2025 leverde de ILT-IOD elf strafrechtelijke onderzoeken in bij het Functioneel Parket. Dat is minder dan de doelstelling van twintig dossiers. Het jaarverslag noemt verschillende oorzaken. Een aantal omvangrijke en langdurige onderzoeken, waaronder die naar DuPont/Chemours en Tata Steel, legt veel capaciteit beslag. Daarnaast werden tien onderzoeken afgerond zonder dat strafbare feiten werden vastgesteld of waarbij een bestuursrechtelijk vervolg effectiever werd geacht. Ook de nieuwe werkwijze rond geheimhouderstukken leidt volgens het verslag tot vertraging. De taakstelling binnen de Rijksoverheid en bezuinigingen binnen de ILT raken volgens de dienst direct de beschikbare opsporingscapaciteit. Eind 2025 had de ILT-IOD circa zeventien lopende strafrechtelijke onderzoeken.

De instroom bij het Functioneel Parket van ILT-IOD-verdachten kwam uit op zestien, onder de bandbreedte van 25 tot 35 die in het handhavingsarrangement was afgesproken. Voor processen-verbaal van boa's bij de ILT was de instroom 147 ten opzichte van een afspraak van 500. Het verslag wijst erop dat boa's hun processen-verbaal daarnaast ook aanleveren bij andere onderdelen van het OM dan het Functioneel Parket; die aantallen tellen niet mee voor de FP-instroom.

De doorlooptijden laten een gemengd beeld zien. Bij de opsporing werd 76 procent van de ILT-IOD-onderzoeken binnen een jaar afgerond, ruim boven de norm van vijftig procent. Bij de eindbeoordeling door het Functioneel Parket lag het beeld anders: slechts 10,3 procent van de ILT-IOD-verdachten werd binnen een half jaar beoordeeld, tegen een afgesproken norm van vijftig procent. Voor verdachten in boa-processen-verbaal werd 42 procent binnen twee maanden beoordeeld, terwijl de norm zeventig procent bedroeg. Het verslag wijst onder meer op tijdelijke stilstand tijdens de regiefase bij de rechter-commissaris, het horen van getuigen en het opstellen van deskundigenrapportages als oorzaken.

Sepots: ILT-IOD ruim boven de norm, boa's op de norm

Voor verdachten in ILT-IOD-onderzoeken bedroeg het sepotpercentage 66 procent, ruim boven het afgesproken maximum van negentien procent. Voor verdachten in boa-processen-verbaal kwam dit percentage uit op precies negentien procent en daarmee op de norm. Het verslag licht de samenstelling van de ILT-IOD-sepots toe: ongeveer vijftien procent betreft een technisch sepot, bijvoorbeeld wegens onvoldoende bewijs of een ten onrechte aangemerkte verdachte. Ongeveer 22 procent betreft een beleidssepot vanwege ouderdom van de feiten. Een deel van die beleidssepots houdt volgens de toelichting verband met een specifieke inhoudelijke kwestie in het dossier varend ontgassen, waarin op een hoger beroep wordt gewacht en zaken inmiddels zijn verouderd.

De afdoeningen zelf vertonen een duidelijk patroon. In de zogenoemde maatwerkonderzoeken van de ILT-IOD werd zestien procent van de verdachten gedagvaard en achttien procent buitengerechtelijk afgedaan met een OM-strafbeschikking. Bij de reguliere boa-zaken werd 67 procent afgedaan met een OM-strafbeschikking of schikking en zes procent gedagvaard. Daarmee sluit het beeld aan bij de in het verslag genoemde ambitie van het College van procureurs-generaal om de strafrechter te ontlasten en zaken vaker buitengerechtelijk af te doen.

Afpakken: € 790.000 beslag tegenover een doel van vier miljoen

Het afpakken van crimineel verkregen vermogen is volgens het jaarverslag een vast onderdeel van elk strafrechtelijk onderzoek van de ILT-IOD. In 2025 werd voor € 790.000 conservatoir beslag gelegd. Dat ligt onder het beoogde bedrag van vier miljoen euro. Het verslag noteert dat niet elk onderzoek zich leent voor beslaglegging en wijst op andere financiële interventies, zoals schikkingen en boetes. Deze worden sinds kort bijgehouden onder de noemer "rijker verantwoorden" en kwamen in 2025 uit op € 1.576.750.

Het in 2024 geïntroduceerde vermogensdossier wordt inmiddels in alle in 2025 gestarte strafrechtelijke onderzoeken gebruikt. Het bevat gegevens over bezittingen, bankrekeningen, onroerend goed en andere financiële middelen die relevant kunnen zijn voor het onderzoek. Het dossier is bedoeld om vermogen efficiënt te traceren, beslag te leggen op vermogenscomponenten en deze tot aan de rechtszitting te volgen. Volgens het jaarverslag zijn zowel het Openbaar Ministerie, de ILT-IOD als andere ketenpartners positief over de eerste ervaringen.

Onderzoeken met een financieel-economische component

Het jaarverslag licht enkele onderzoeken uit waarin de financiële dimensie prominent aanwezig is. In de PFAS-zaak voerde de ILT-IOD op 15 april 2025 samen met de politie en DCMR Milieudienst Rijnmond een doorzoeking uit bij Chemours in Dordrecht. Het strafrechtelijk onderzoek is gestart na een aangifte door advocaat Bénédicte Ficq namens meer dan 3000 omwonenden tegen de directie van Chemours over de uitstoot en lozing van PFAS-stoffen. In het onderzoek naar Tata Steel, dat in februari 2022 startte na een aangifte van Ficq namens ruim 800 omwonenden, droeg de ILT-IOD in februari 2026 een eerste deel van het dossier over aan het Functioneel Parket en vorderde zij in maart 2026 administratieve gegevens bij de staalproducent. Beide onderzoeken worden in het jaarverslag aangemerkt als omvangrijk, technisch van aard en juridisch complex.

In de zaak rond statiegeld op blikjes legde het OM op 19 december 2025 aan Heineken een strafbeschikking op van 1,5 miljoen euro. Volgens het OM vulde de bierbrouwer tussen 1 en 11 april 2023 nog ruim 7,2 miljoen blikjes bier zonder statiegeld af en bracht deze vervolgens op de markt, terwijl het statiegeld op blik vanaf 1 april 2023 verplicht was. Het strafrechtelijk onderzoek door de ILT-IOD startte na een aangifte van Recycling Netwerk Benelux. Heineken gaf aan het gedoogbeleid onbedoeld verkeerd te hebben geïnterpreteerd en zegde naast acceptatie van de strafbeschikking een vrijwillige donatie van € 500.000 toe aan een goed doel ter ondersteuning van het statiegeldsysteem.

In de zogenoemde kunststofafvalzaak veroordeelde de rechtbank Rotterdam in augustus 2025 een man uit Uithoorn voor het illegaal exporteren van achttien containers vol kunststofafval naar landen in Azië en Afrika, voor welke export volgens de toepasselijke afvalstoffenregelgeving hetzij een verbod hetzij een vergunningplicht geldt. De rechtbank legde de hoofdverdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf, een taakstraf van 240 uur, een ontneming van ruim € 141.000 en een bestuursverbod van vijf jaar op. De partner van de hoofdverdachte werd voor witwassen veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur.

Tot slot meldt het jaarverslag dat in de bioticket-zaak rond Biodiesel Kampen de voormalig ondernemer ("Cees B.") € 5,1 miljoen heeft terugbetaald aan de overheid. Het strafrechtelijk onderzoek door de ILT-IOD vond plaats nadat de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) had vastgesteld dat het bedrijf in 2013 en 2014 biotickets had aangemaakt en verhandeld zonder dat de daarvoor wettelijk vereiste extra biobrandstof daadwerkelijk op de Nederlandse markt voor vervoer was uitgeslagen. Bij biotickets gaat het om het instrument waarmee bedrijven die meer biobrandstof bijmengen dan wettelijk verplicht financieel voordeel kunnen behalen via doorverkoop.

Op 2 juni 2025 oordeelde de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2025:6928) in een procedure ex artikel 552a Sv dat een leverancier van LD-staalslakken alsnog gegevens moest verstrekken aan de ILT-IOD, nadat aan een eerdere vordering op grond van artikel 19 WED geen volledige uitvoering was gegeven. De economische raadkamer verwierp daarbij het beroep van klaagster op het nemo-tenetur-beginsel en op het recht op een eerlijk proces.

Vooruitblik: Richtlijn milieucriminaliteit en niet-gehonoreerde capaciteitsclaim

Het jaarverslag besteedt aandacht aan de herziene EU-Richtlijn milieucriminaliteit (Richtlijn (EU) 2024/1203), die op 11 april 2024 is vastgesteld en uiterlijk op 21 mei 2026 in nationaal recht moet zijn omgezet. De richtlijn breidt het aantal strafbare feiten uit van negen naar twintig, introduceert een gekwalificeerd delict voor zeer ernstige milieuschade en verplicht lidstaten tot minimum-strafmaxima, waaronder voor ondernemingen geldboeten van ten minste vijf procent van de wereldwijde omzet of minimaal € 40 miljoen voor de zwaarste delicten. Het Nederlandse implementatievoorstel (kamerstuknummer 36876) is inmiddels bij de Tweede Kamer aanhangig. De verwachting van de ILT-IOD is dat de drempel om aangifte te doen omlaag gaat en dat het aantal zaken zal toenemen. De ILT diende een Handhaafbaarheids-, Uitvoerbaarheids- en Fraudebestendigheidstoets (HUF-toets) in waarin extra capaciteit werd geclaimd voor de uitvoering van de richtlijn. Het jaarverslag vermeldt dat die claim niet is gehonoreerd.

Het Functioneel Parket werkt volgens het jaarverslag aan nieuwe afspraken met alle bijzondere opsporingsdiensten over een zogenoemd afdoeningsresultaat. Daarmee moet zichtbaar worden in welke mate ingeleverde processen-verbaal uiteindelijk tot een of meer strafrechtelijke interventies leiden. Onderzoeken waarin de strafzaak tegen een enkele verdachte is geseponeerd maar het onderzoek per saldo toch tot een interventie heeft geleid, worden in die nieuwe indicator zichtbaar.

Internationaal: Custos Viridis en EnviCrimeNet

Op internationaal niveau leverde de ILT-IOD in 2025 een bijdrage aan operatie Custos Viridis, een door Europol en de Spaanse Guardia Civil gecoördineerde internationale handhavingsoperatie tegen afvalcriminaliteit. Volgens Europol leidde de operatie tot 337 aanhoudingen, 1.048 inspecties in 71 landen, de inbeslagname van 127.149 ton afval en bijna € 10 miljoen aan contant geld en banktegoeden. De geschatte criminele winst van de ontmantelde netwerken wordt door de operationele partners op € 31 miljoen geraamd. Daarnaast meldt het jaarverslag dat een door de ILT-IOD ontwikkelde data-tool, gericht op het opsporen van valsheid in geschrift in documentatie, via Europol internationaal wordt uitgerold.

Afsluiting

Het Jaarverslag 2025 van de ILT-IOD biedt een gedetailleerd beeld van de stand van zaken in de strafrechtelijke milieuopsporing. Aan de informatie-inwinkant worden meerdere doelstellingen ruim gehaald, terwijl aan de afdoeningskant de instroom bij het Functioneel Parket, het beslag op crimineel vermogen en de doorlooptijden in de beoordelingsfase achterblijven bij de afspraken in het handhavingsarrangement. Het verslag plaatst die cijfers in de context van complexe en langlopende onderzoeken zoals die naar Chemours en Tata Steel, een nieuwe werkwijze rond geheimhouderstukken, bezuinigingen binnen de ILT en een specifieke kwestie in het dossier varend ontgassen. Met de implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1203 voor 21 mei 2026, de formalisering van de Strategische Milieukamer en de doorontwikkeling van het vermogensdossier en de indicator afdoeningsresultaat staan tegelijk verschillende veranderingen op stapel die de komende jaren bepalend kunnen zijn voor de positie van de ILT-IOD binnen het bijzonder strafrecht.

Print Friendly and PDF ^