Strafrecht in de gezondheidszorg: ultimum remedium?

De gezondheidszorg is een van de grootste sectoren in Nederland. De kwaliteit van zorg is over het algemeen goed, hoewel de zorgsector vanwege vergrijzing, personeelstekorten en toenemende wachtlijsten voor de nodige uitdagingen staat. In eerste instantie wordt door middel van het gezondheidsrecht over het functioneren en de kwaliteit van zorg gewaakt. Zorgverleners dienen op grond van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) en Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) ‘goede zorg’ (conform professionele richtlijnen) aan te bieden en zogenoemde ‘incidenten’ en ‘calamiteiten’ te melden. Fouten in de zorg komen voor, soms met ernstige gevolgen. Per jaar worden in Nederland ruim duizend medische tuchtklachten ingediend. Strafrechtelijke vervolging van beroepsbeoefenaren in de zorg vindt relatief weinig plaats. Dat gegeven is in lijn met het uitgangspunt dat strafrecht als instrument van rechtshandhaving ook in de zorg in principe ultimum remedium is en slechts in het uiterste geval ingezet dient te worden. Wel lijkt bij misstanden binnen het zorgveld in toenemende mate een beroep te worden gedaan op het strafrecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad geeft kader voor termijn instellen rechtsmiddel na verontschuldigbare termijnoverschrijding

Hoge Raad 14 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1523

Als sprake is van een bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheid waardoor de verdachte het rechtsmiddel niet tijdig heeft ingesteld, mag van de verdachte worden verlangd dat hij zo spoedig mogelijk alsnog het rechtsmiddel instelt of doet instellen nadat die omstandigheid zich niet meer voordoet. Het alsnog (doen) instellen van het rechtsmiddel binnen de – in strafprocedures gebruikelijke – termijn van veertien dagen nadat de betreffende omstandigheid zich niet meer voordoet, geldt daarbij in elk geval als zo spoedig mogelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bestuurder onttrekt geld aan failliete vennootschap en weigert medewerking aan curator

Gerechtshof Amsterdam 8 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2696

Een voormalig bestuurder van een failliete BV wordt veroordeeld wegens faillissementsfraude. Hij onttrekt ruim 22.000 euro aan de boedel terwijl schuldeisers onbetaald blijven. Ook weigert hij, ondanks herhaalde verzoeken, informatie aan de curator te verstrekken. Het gerechtshof legt een taakstraf van 180 uur op en een voorwaardelijke celstraf van 2 maanden. Daarnaast wordt een beroepsverbod van 5 jaar opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek naar fraude met short-stay-verhuur

De FIOD heeft op 14 oktober 2025 in een strafrechtelijk onderzoek naar belastingfraude meerdere aanhoudingen en doorzoekingen verricht. Het onderzoek richt zich op fraude met omzetbelasting bij de verhuur van woningen. Twee mannen worden verdacht feitelijk leiding te hebben gegeven aan de verboden gedragingen van één of meer bedrijven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Van rechtmatigheid naar doelmatigheid: de ultimum remedium-gedachte in het bijzonder

Binnen het strafrecht wordt de ultimum remedium-gedachte van oudsher breed omarmd. Het is een belangrijk onderdeel van de invloedrijke strafrechtstheorie van Beccaria,[1] en Modderman positioneerde deze gedachte als dominant ‘beginsel’ bij de totstandbrenging van het Wetboek van Strafrecht in 1886. De gedachte brengt een zuinig en terughoudend gebruik van het strafrecht met zich, omdat het gebruik van het strafrecht als probleemoplossend instrument een zware belasting oplevert voor (verdachte) natuurlijke personen of rechtspersonen. Daarnaast zijn de maatschappelijke (financiële) kosten van strafrechtelijk optreden hoog, en is capaciteit in de strafrechtketen schaars.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitspraak Hoge Raad over getuigenverzoeken van de verdediging die pas bij de inhoudelijke behandeling van de zaak worden gedaan terwijl dat eerder mogelijk was

In drie uitspraken van vandaag gaat de Hoge Raad in op gevallen waarin de verdediging pas bij de inhoudelijke behandeling van de zaak op zitting verzoekt een getuige te horen, terwijl de verdediging al in een eerder stadium van de procedure de mogelijkheid heeft gehad zo’n verzoek te doen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Advies AG aan Hoge Raad n.a.v. beklag tegen inbeslaggenomen geluidsbanden van gesprekken die door twee advocaten en Peter R. de Vries zijn gevoerd

Advocaat-generaal (AG) Van Wees heeft een conclusie genomen in de cassatieprocedure naar aanleiding van inbeslaggenomen geluidsbestanden van gesprekken die door Peter R. de Vries zijn gevoerd met onder andere twee (toenmalige) advocaten. De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie (OM) een aantal fragmenten van die geluidsbestanden mag gebruiken in de strafzaak tegen een van de twee advocaten. Tegen die beslissing is door de twee advocaten cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM vervolgt oud-raadsheer

Het Openbaar Ministerie heeft besloten een voormalig raadsheer van het Hof Den Haag te vervolgen voor valsheid in geschrift. De oud-raadsheer wordt ervan verdacht dat hij op verschillende momenten in 2022 en 2023 opzettelijk circa veertig onjuiste arresten en processen-verbaal heeft opgemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Levert eerste aanbetaling (waarvan hof heeft vrijgesproken wegens ontbreken oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling) rechtstreekse schade op van oplichting?

Hoge Raad 7 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1490

De verdachte is veroordeeld voor oplichting met betrekking tot twee aanbetalingen voor verf, maar vrijgesproken voor de eerste aanbetaling van 500 euro. Het hof kende desondanks de volledige schadevergoeding van 2.820 euro toe. De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet voldoende heeft gemotiveerd waarom de schade van 500 euro rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde. Voor die betaling ontbreekt het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling. Het cassatiemiddel slaagt. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de schadevordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. bewijs van bestanddeel “afkomstig is uit enig misdrijf” in witwasbepalingen

Hoge Raad 7 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1499

De Hoge Raad herhaalt in deze zaak zijn vaste jurisprudentie over het bewijs van witwassen. De verdediging stelde dat het geldbedrag van € 27.490 een legale herkomst had, afkomstig van familieleden met als doel aankoop van grond in Turkije. Die verklaring werd door het hof als onvoldoende concreet en verifieerbaar beoordeeld, wat volgens de Hoge Raad niet zonder meer begrijpelijk is. Verdachte had immers stukken en verklaringen overgelegd. Toch leidt dit niet tot cassatie, omdat het hof aanvullend onderzoek heeft laten verrichten. Mede op basis daarvan mocht het hof concluderen dat het geld uit misdrijf afkomstig was. Dat oordeel is juridisch correct en voldoende gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^