Oud-medewerker rechtbank Amsterdam krijgt vier jaar cel voor het verkopen van vertrouwelijke gegevens en afpersing

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 35-jarige vrouw uit Woerden tot een gevangenisstraf van vier jaar. De vrouw, oud-medewerkster van de rechtbank Amsterdam, deelde vertrouwelijke gegevens uit rechtbanksystemen met derden in ruil voor geld. Ook is de vrouw veroordeeld voor het schenden van het ambtsgeheim, computervredebreuk en het afpersen van een man uit Noord-Holland.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek Braddon: rechtbank legt 7 groepsvennootschappen geldboetes op en veroordeelt feitelijk leidinggever wegens niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt op 7 mei 2026 in acht samenhangende vonnissen (ECLI:NL:RBOBR:2026:2869 tot en met 2876) zeven groepsvennootschappen tot geldboetes van in totaal € 1.323.000 wegens het opzettelijk niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting over 2020 en 2021. De feitelijk leidinggever krijgt een gevangenisstraf opgelegd van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het gezamenlijk geschatte fiscale nadeel binnen de groep bedraagt ruim € 2,8 miljoen, voortkomend uit het FIOD-onderzoek Braddon. De rechtbank verwerpt de verweren over de ontvangst van aanmaningen en het strekkingsvereiste, en neemt voorwaardelijk opzet aan wegens het structureel ontbreken van een deugdelijke administratie. Partiële vrijspraak volgt van het onderdeel niet doen van aangiften, nu deze alsnog op 28 juni 2024 zijn ingediend, en van het ten laste gelegde medeplegen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke geldboete van € 10.000 voor melkveehouderij wegens opzettelijke overschrijding fosfaatrecht

Rechtbank Overijssel 13 mei 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2553

De rechtbank Overijssel veroordeelt een melkveehouderij tot een voorwaardelijke geldboete van € 10.000 wegens overschrijding van het fosfaatrecht in 2022 en 2023. Het bedrijf produceert in beide jaren ruim 1.800 kilogram meer fosfaat dan toegestaan op grond van artikel 21b, eerste lid, Meststoffenwet. De rechtbank kwalificeert de overschrijding als opzettelijk begaan en past daarbij het in het economisch strafrecht gehanteerde begrip van kleurloos opzet toe. Het opzet hoeft uitsluitend gericht te zijn op de verweten gedraging en niet op de wederrechtelijkheid daarvan. Bij de strafmaat houdt de rechtbank rekening met persoonlijke en bedrijfsmatige omstandigheden, waaronder het overlijden van een vennoot en de aardbevingsproblematiek in Groningen. De rechtbank wijkt aanzienlijk af van de eis van het Openbaar Ministerie van € 27.000 en legt een lagere voorwaardelijke geldboete op met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Zeeland-West-Brabant volgt in vier tussenvonnissen procesafspraken niet vanwege onvoldoende verhouding tot ernst feiten en rol verdachten

Op 28 april 2026 wees de Rechtbank Zeeland-West-Brabant vier samenhangende tussenvonnissen (ECLI:NL:RBZWB:2026:3630, 3634, 3639 en 3640) waarin zij de procesafspraken tussen OM en verdediging in een Tilburgse drugszaak niet volgt. De afspraken voorzagen in gevangenisstraffen van tien tot twaalf maanden voor verdachten met een coördinerende rol binnen een professioneel georganiseerd harddrugsnetwerk waarbinnen ruim zeven kilo cocaïne, amfetamine en MDMA werd aangetroffen. De rechtbank acht de procedurele totstandkoming conform de waarborgen van artikel 6 EVRM en het kader van HR 27 september 2022, maar oordeelt inhoudelijk dat de voorgestelde straffen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de feiten. Doorslaggevend zijn de LOVS-oriëntatiepunten (42 maanden in georganiseerd verband) en een vergelijkbare uitspraak van 22 augustus 2025, waarin voor een coördinerende rol 40 maanden werd opgelegd. Het onderzoek ter terechtzitting wordt heropend en de zaken worden binnen drie maanden hervat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek Partita: oliemengsels uit Le Havre kwalificeren als afvalstoffen, kennisgevingsprocedure EVOA ten onrechte achterwege gelaten

Rechtbank Rotterdam 23 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5457 en ECLI:NL:RBROT:2026:5454

De rechtbank veroordeelt op 23 april 2026 een Franse en een Nederlandse rechtspersoon voor het in vereniging meermalen overbrengen van afvalstoffen van Frankrijk naar Nederland zonder de vereiste kennisgeving op grond van de EVOA. Centraal staat de vraag of een mengsel van geraffineerde petroleumproducten kwalificeert als afvalstof of als product. De rechtbank oordeelt dat het mengsel een afvalstof is omdat de Franse opslagonderneming feitelijk geen bestemming had voor het mengsel en zich contractueel had verplicht zich daarvan te ontdoen. Het verweer dat de significante economische waarde en het voorgenomen hergebruik afbreuk doen aan de afvalstatus wordt verworpen, mede onder verwijzing naar het Shell-arrest en het Tronex-arrest. De Franse rechtspersoon krijgt een geldboete van € 200.000 opgelegd waarvan € 50.000 voorwaardelijk, mede gelet op de forse schending van de redelijke termijn. De Nederlandse rechtspersoon wordt slechts voor twee van de twaalf transporten verantwoordelijk gehouden en krijgt een geldboete van € 50.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valsheid in geschrift bij transport van runderbloed naar co-vergistingsinstallatie: voorwaardelijk opzet ondanks ingewonnen advies van adviesbureau

Rechtbank Oost-Brabant 12 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3113 (natuurlijke persoon) en ECLI:NL:RBOBR:2026:3114 (rechtspersoon)

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een transportbedrijf en zijn bestuurder voor het medeplegen van valsheid in geschrift bij het vervoer van runderbloed vanuit Duitsland naar een co-vergistingsinstallatie in Esbeek. Op CMR-vrachtbrieven, handelsdocumenten en facturen is een andere lading omschreven dan daadwerkelijk werd vervoerd, terwijl bloed niet op de positieve lijst voor co-vergisting staat. De rechtbank verwerpt het verweer dat verdachten geen voorwaardelijk opzet hadden, ondanks het ingewonnen advies van een adviesbureau. Het inwinnen van advies vrijwaart een internationaal vervoerder niet van zijn verplichting om de administratie naar waarheid te voeren. De rechtbank legt aanzienlijk lagere straffen op dan de officier van justitie eist, mede vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn met ruim twee jaar en drie maanden. De bestuurder krijgt een taakstraf van 70 uren en de vennootschap een geldboete van € 20.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank wijst vordering tot gijzeling af bij tenuitvoerlegging Duitse confiscatiebeslissing: betalingsonmacht voldoende aannemelijk

Rechtbank Noord-Nederland 29 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1544

De rechtbank Noord-Nederland wijst op 29 april 2026 de vordering van het Openbaar Ministerie tot het opleggen van 1.080 dagen gijzeling aan een veroordeelde af. De vordering is gebaseerd op artikel 22 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie en heeft betrekking op een door het Landgericht München I in 2010 opgelegde confiscatiebeslissing van € 1.353.475. De rechtbank oordeelt dat het enkele feit dat aan de veroordeelde een betalingsverplichting is opgelegd waaraan nog niet is voldaan, niet zonder meer betalingsonwil oplevert. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist waaruit concreet blijkt dat de veroordeelde beschikt over mogelijkheden om aan de verplichting te voldoen. De veroordeelde maakt voldoende aannemelijk dat hij buiten staat is om te betalen, gelet op zijn beperkte inkomsten als invalkracht op schepen en het ontbreken van vermogen. De rechtbank wijst de vordering tot gijzeling daarom af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkverklaring Openbaar Ministerie in omkopingszaak Jamaicaanse minister: rechtbank Rotterdam volgt procesafspraken na zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn

Rechtbank Rotterdam 14 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5164

De rechtbank Rotterdam verklaart op 14 april 2026 het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van een rechtspersoon die wordt verweten in 2006 een Jamaicaanse minister te hebben omgekocht via geldbedragen van in totaal circa € 389.377,47 aan CCOC Association. De rechtbank volgt het afdoeningsvoorstel dat de officier van justitie en de verdediging gezamenlijk hebben opgesteld en dat strekt tot beëindiging van de zaak zonder inhoudelijke beoordeling. De procesafspraken zijn ingegeven door de zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn, de twijfel of een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM nog haalbaar is en de inschatting dat niet alle getuigen meer kunnen worden gehoord. Ook wordt de maatschappelijke opportuniteit van verdere vervolging na het aanzienlijke tijdsverloop ter discussie gesteld. De rechtbank toetst het afdoeningsvoorstel aan het kader van HR 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252 en concludeert dat aan de eisen van een eerlijk proces is voldaan bij de totstandkoming ervan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen vrijgave geld voor verdediging in mondkapjesdeal

Rechtbank Amsterdam 6 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4473

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam weigert op 6 mei 2026 de gevorderde gedeeltelijke opheffing van executoriale derdenbeslagen ten laste van een van de hoofdrolspelers van de mondkapjesdeal. De eiser vordert vrijgave van € 150.000 uit de door Stichting Hulptroepen Alliantie gelegde beslagen om zijn rechtsbijstand in hoger beroep te financieren. De voorzieningenrechter oordeelt dat de eiser geen transparant en consistent inzicht verschaft in zijn inkomens- en vermogenspositie. De wisselende opgaven roepen vragen op over verantwoording van grote sommen geld die niet zijn beantwoord. Daardoor kan financiële nood en daarmee een aantasting van de effectieve toegang tot de rechter niet aannemelijk worden geacht. De eerder door de strafrechter verleende opheffing van het strafvorderlijk beslag werkt niet door in de civiele belangenafweging tussen partijen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Amsterdam past HR-kader toe en wijst alle getuigenverzoeken af in ontnemingszaken Delos

Rechtbank Amsterdam 3 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3799 en ECLI:NL:RBAMS:2026:3800

De rechtbank Amsterdam wijst op 3 april 2026 in twee parallelle ontnemingsprocedures uit het onderzoek Delos alle getuigenverzoeken integraal af. Onder toepassing van het door de Hoge Raad ontwikkelde kader (HR:2010:BK3424, HR:2021:1749 en HR:2022:147) stelt de rechtbank vast dat de toewijzing van getuigen in het hoger beroep van de strafzaak niet zonder meer meebrengt dat dezelfde getuigen in de ontneming moeten worden gehoord. De verdediging moet concreet onderbouwen welke onderdelen van de ontnemingsrapportage de getuige kan raken en hoe diens verklaring de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan beïnvloeden. Bij gebreke van die specifieke onderbouwing worden zowel de drugs- als de witwasgerelateerde verzoeken afgewezen. Het voorwaardelijk aanhoudingsverzoek van de waarnemend raadsvrouw wijst de rechtbank eveneens af.

Read More
Print Friendly and PDF ^