Drijfmest-criteria toegepast op vof: handel in onjuist geringde Vogelrichtlijn-soorten toegerekend aan rechtspersoon

Rechtbank Overijssel 15 april 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2103

De rechtbank Overijssel veroordeelt een vennootschap onder firma actief als foeragehandel tot een geldboete van € 15.000 waarvan € 5.000 voorwaardelijk wegens overtredingen van de Wet natuurbescherming en de Wet dieren. De vof had 66 beschermde vogels zonder of met een onjuiste pootring voor verkoop onder zich en bood deze te koop aan, terwijl de legale herkomst niet kon worden vastgesteld. Daarnaast had zij 359 geleewiekte vogels voor de verkoop in voorraad, wat sinds 1 januari 2018 verboden is op grond van artikel 2.7 in samenhang met artikel 2.8 Wet dieren. De rechtbank past het kleurloos opzet toe en rekent de gedragingen toe aan de rechtspersoon op basis van het Drijfmest-arrest. Het beroep op het vrij verkeer van goederen en op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen. De redelijke termijn is met één jaar overschreden, wat compensatie oplevert in het onvoorwaardelijke strafdeel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verschoningsrecht meldkamer ambulancezorg prevaleert: bandopname 112-melding hoeft niet aan Openbaar Ministerie te worden verstrekt

Rechtbank Noord-Nederland 14 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1191

De rechtbank Noord-Nederland verklaart op 14 april 2026 een klaagschrift van Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland tegen de vordering tot verstrekking van een bandopname van een 112-melding gegrond. De officier van justitie heeft op grond van artikel 126nf Sv vordering gedaan in een onderzoek naar moord. De meldkamer beroept zich op het afgeleide medisch verschoningsrecht ex artikel 218 Sv juncto artikel 88 Wet BIG en artikel 7:457 BW. De raadkamer oordeelt dat de inschatting dat veronderstelde toestemming van het overleden slachtoffer niet kan worden aangenomen niet kennelijk onredelijk is. Van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen is geen sprake, mede omdat het einddossier reeds verschillende potentiële bewijsmiddelen bevat. De bandopname van de 112-melding hoeft niet aan het Openbaar Ministerie te worden verstrekt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Chauffeur bij bankhelpdeskfraude: rechtbank Limburg ziet medeplichtigheid waar OM medeplegen vorderde

De rechtbank Limburg veroordeelde op 28 april 2026 een vader die zijn zoon naar slachtoffers van bankhelpdeskfraude reed wegens medeplichtigheid, niet medeplegen. Hoewel de verdachte via een Snapchatgroep aantoonbaar wetenschap had van de fraude, achtte de rechtbank zijn bijdrage als chauffeur onvoldoende zwaarwegend voor medeplegen, mede omdat hij niet meedeelde in de buit. Hij kreeg een taakstraf van 240 uur, lager dan de geëiste negen maanden gevangenisstraf, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wees de gevorderde schadevergoedingsmaatregelen af, omdat onduidelijk was of de slachtoffers of hun banken de feitelijke schade droegen. Het vonnis illustreert de casuïstische afgrenzing tussen artikel 47 en 48 Sr en contrasteert met een arrest van het hof 's-Hertogenbosch waarin een vergelijkbare chauffeursrol wel als medeplegen werd gekwalificeerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Oost-Brabant: omkoping boa voor raadplegen kentekenregister rechtvaardigt onvoorwaardelijke gevangenisstraf ondanks first offender en kostwinnerschap

Rechtbank Oost-Brabant 30 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2737 (hoofdzaak) en ECLI:NL:RBOBR:2026:2740 (ontneming)

De rechtbank veroordeelt een verdachte voor omkoping van een bijzonder opsporingsambtenaar en voor het voorhanden hebben van een gasdrukpistool. De verdachte plaatst gedurende ruim een jaar advertenties in Telegramgroepen waarin hij tegen betaling kentekengegevens aanbiedt, die hij verkrijgt via een boa met toegang tot gemeentelijke systemen. De rechtbank acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen en legt een gevangenisstraf op van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. In de gelijktijdig behandelde ontnemingsprocedure stelt de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 2.559,50 en wijst zij de vordering integraal toe. De rechtbank weegt mee dat de verdachte first offender is, openheid van zaken geeft en kostwinner is, maar acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onontkoombaar gelet op de schending van het publieke vertrouwen en de potentiële gevaarzetting bij het verstrekken van persoonsgegevens.

Read More
Print Friendly and PDF ^

"Veilig stellen" van geld is al toe-eigenen

Op 29 april 2026 veroordeelde de rechtbank Midden-Nederland een boekhouder voor verduistering in dienstbetrekking van € 72.500 en drie bedrijfsauto's tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een taakstraf van 120 uur. De rechtbank oordeelt dat het door de verdachte gestelde "veilig stellen" van het geld op zichzelf al wederrechtelijke toe-eigening oplevert, omdat hij vanaf het moment van overboeking als heer en meester over het geld kon beschikken. Ondanks een forse overschrijding van de redelijke termijn legt de rechtbank een zwaardere modaliteit op dan de officier van justitie eiste, met als motivering dat de ernst van de feiten en de proceshouding van de verdachte een stok achter de deur rechtvaardigen. Bij de vordering benadeelde partij merkt de rechtbank de advocaatkosten gemoeid met de artikel 12 Sv-procedure aan als rechtstreekse schade, omdat zonder die procedure de strafzaak geen doorgang zou hebben gevonden. De toegewezen materiële schade bedraagt € 80.510,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2016.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank spreekt payrollbedrijf én bestuurder vrij in onderzoek 26Donau

De Rechtbank Overijssel sprak op 22 april 2026 zowel een payrollbedrijf als zijn bestuurder vrij van het witwassen van € 496.768,50 aan schoolgelden, betaald aan een particuliere internationale school in Rotterdam in het kader van onderzoek 26Donau. De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie onvoldoende onderzoek had gedaan naar de omzet en jaarstukken van de vennootschap, en dat de stelling dat de schoolgelden uit winstreserves waren betaald steun vond in de administratie. Aannames over contante geldstromen vanuit de criminele organisatie konden volgens de rechtbank niet worden onderbouwd, en ook het subsidiaire belastingfraude-argument hield geen stand omdat de Belastingdienst was uitgegaan van grove schuld in plaats van opzet. De bestuurder werd daarnaast vrijgesproken van het valselijk opmaken van vier facturen, omdat (voorwaardelijk) opzet op de valsheid niet kon worden vastgesteld gelet op de afhankelijkheid van een payrollbedrijf van door de inlener aangeleverde urenstaten. Hoewel de rechtbank de gehanteerde constructie als ‘dubieus’ kwalificeerde, ontbrak het wettig en overtuigend bewijs voor zowel het primaire en subsidiaire witwassen als de valsheid in geschrifte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Lava Jato in Nederland: rechtbank sluit Braziliaans bewijsmateriaal uit maar veroordeelt kartrekker en medeverdachten voor internationale corruptiestructuur rondom Braziliaans bouwconcern

Rechtbank Overijssel 20 april 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2183 (kartrekker), ECLI:NL:RBOVE:2026:2197 (broer/feitelijk leidinggevende derde vennootschap) en ECLI:NL:RBOVE:2026:2190 (derde vennootschap als rechtspersoon)

De Rechtbank wijst drie vonnissen in onderzoek Maquina, gericht tegen twee broers en drie Nederlandse vennootschappen die als doorstroomlichamen fungeren in een internationale fraudestructuur met een Zuid-Amerikaans bouwconglomeraat. De vennootschappen sluiten geantedateerde en fictieve contracten waarmee miljoenen aan geldstromen worden afgedekt, terwijl het concern blijkens een plea agreement met de Amerikaanse Department of Justice met deze constructie wereldwijd steekpenningen aan overheidsfunctionarissen kan betalen. De rechtbank sluit Braziliaans bewijsmateriaal uit het Lava Jato-onderzoek uit wegens onherroepelijk vastgestelde structurele vormverzuimen, maar acht het Openbaar Ministerie ontvankelijk omdat de Nederlandse opsporing op eigen kracht een redelijk vermoeden van schuld kon aannemen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verschoningsrecht notaris prevaleert: testamenten van overleden persoon zijn geen instrumenta delicti in onderzoek mensenhandel

Rechtbank Noord-Holland 14 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:4134

De rechtbank Noord-Holland verklaart op 14 april 2026 het klaagschrift van een notaris ex artikel 98 lid 4 jo. artikel 552a Sv gegrond. Een rechter-commissaris heeft eerder beslist dat het beslag op een concept-testament en een herroepen testament van een overleden persoon, opgemaakt door de notaris, mocht voortduren in een onderzoek naar mensenhandel. De rechtbank oordeelt dat de testamenten geen voorwerp van het strafbare feit uitmaken in de zin van artikel 98 lid 5 Sv, omdat de verdenking jegens de verdachte uitsluitend ziet op uitbuiting van een andere persoon dan de overledene. Evenmin doen zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voor die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen. De stukken staan niet in zodanig direct verband met het strafbare feit dat zij kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Den Haag matigt maatregel kostenverhaal van € 129.968 naar € 10.000 wegens onvoldoende inzichtelijke onderbouwing vernietigingskosten professioneel vuurwerk

Rechtbank Den Haag 13 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:8927

De rechtbank Den Haag veroordeelt een verdachte tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, voor pseudokoop en het opslaan en voorhanden hebben van ruim 1.760 kilogram professioneel vuurwerk in een loods, een schuur en drie bestelbussen. Het Openbaar Ministerie vordert oplegging van de maatregel kostenverhaal ex artikel 8 onder d WED voor een bedrag van € 129.968 ter dekking van de vernietigingskosten van het inbeslaggenomen vuurwerk. De rechtbank acht aannemelijk dat de Staat kosten heeft gemaakt, maar oordeelt dat de onderbouwing van het gevorderde bedrag onvoldoende inzichtelijk is gemaakt. Een concrete onderbouwing met facturen en onderliggende contracten ontbreekt, terwijl het Openbaar Ministerie zich beperkt tot een schatting op basis van een gemiddelde kostprijs per gewichtseenheid uit andere zaken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Acht maanden gevangenisstraf voor SVB-medewerker wegens pgb-fraude en vervalst coronatestbewijs

De Rechtbank Rotterdam veroordeelde op 25 februari 2026 een SVB-medewerker tot acht maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, voor het medeplegen van pgb-oplichting van ruim 94.000 euro en een poging daartoe van bijna 110.000 euro. De verdachte raadpleegde samen met twee SVB-collega's interne dossiers en gebruikte die gegevens voor valse wijzigingsformulieren waarmee pgb-gelden naar rekeningen van katvangers werden gesluisd. Het bewijs steunt op loggegevens, WhatsApp-conversaties en een forensisch geïdentificeerde vingerafdruk op een onderschept formulier. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld voor het afleveren en voorhanden hebben van een vervalst coronatestbewijs in mei 2021. De rechtbank verlaagde de in beginsel passend geachte straf van tien naar acht maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn met bijna twee jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^