Hoge Raad over de inzet van een lokportemonnee
/Hoge Raad 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1220
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een verdachte die is veroordeeld voor het medeplegen van diefstal van een lokportemonnee. De verdediging voert aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, subsidiair dat het bewijs moet worden uitgesloten, omdat de politie het lokmiddel onrechtmatig heeft ingezet en zo het Tallon-criterium heeft geschonden. Voor de rechtmatige inzet van een lokportemonnee is onder meer vereist dat de verdachte niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet tevoren al was gericht. Dat een portemonnee met zichtbaar geld een verdachte op het idee kan brengen om deze weg te nemen, betekent niet dat zijn opzet niet al op diefstal was gericht. Het hof stelt vast dat de verbalisanten het lokmiddel pas inzetten nadat zij hadden waargenomen dat de verdachte en de medeverdachte mogelijk vermogensdelicten wilden plegen. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk is, en verwerpt het beroep.
Read More