Integrale vrijspraak van valsheid in geschrifte: opzet en oogmerk bij onjuist ingevulde Bibob-formulieren niet bewezen

Rechtbank Oost-Brabant 7 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2867

De rechtbank Oost-Brabant spreekt een bestuurder integraal vrij van valsheid in geschrifte ten aanzien van twee Bibob-formulieren. De formulieren zijn ingediend bij de gemeente in het kader van een aanvraag van een omgevingsvergunning. Op beide formulieren ontbreekt informatie over een eerdere onherroepelijke veroordeling van de bestuurder wegens overtreding van de Wet wapens en munitie. De rechtbank oordeelt dat hiermee weliswaar sprake is van valsheid, maar dat opzet op het valselijk opmaken van de formulieren ontbreekt. Ook het oogmerk tot doelbewuste misleiding van de gemeente is niet uit het dossier af te leiden. De enkele verantwoordelijkheid van de ondertekenaar voor de inhoud van de stukken levert volgens de rechtbank onvoldoende bewijs op voor een bewezenverklaring.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke straf voor feitelijke leidinggever bij ontduiking van sanctiemaatregelen en voortzetting van de verboden Stichting Al Aqsa; vrijspraak voor financiering van Hamas

Rechtbank Rotterdam 27 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6051

De rechtbank Rotterdam veroordeelt in het onderzoek Rainworth een feitelijke leidinggever van een Nederlands steunfonds voor het ontduiken van sanctiemaatregelen krachtens de Sanctiewet 1977 en voor het voortzetten van de van rechtswege verboden Stichting Al Aqsa. De rechtbank acht bewezen dat het steunfonds de inkomende en uitgaande geldstromen van de in 2003 op de EU-sanctielijst geplaatste Stichting Al Aqsa heeft overgenomen en voortgezet, en dat de verdachte daaraan vanaf 2003 feitelijke leiding heeft gegeven. Omdat Stichting Al Aqsa op 11 februari 2014 van de EU-sanctielijst is verwijderd, levert voortzetting na die datum geen strafbare ontduiking meer op. De verdachte wordt vrijgesproken van het ter beschikking stellen van gelden aan Hamas, omdat de rechtbank de deskundigenverslagen over de banden tussen Hamas en de begunstigde liefdadigheidsorganisaties onvoldoende betrouwbaar acht en het overige bewijs tekortschiet. De rechtbank legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van één jaar op en wijkt daarmee fors af van de geëiste vier jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onjuist gebruik elektrische veeprikker bij varkenstransport: rechtbank Oost-Brabant veroordeelt vervoerders en werkgevers, partiële vrijspraak ten aanzien van niet-volwassen varkens

De Rechtbank Oost-Brabant veroordeelt op 7 mei 2026 in vier samenhangende vonnissen twee veetransporteurs en hun werkgevers wegens het opzettelijk overtreden van de Europese transportverordening 1/2005 bij het laden van varkens. De medewerkers gebruiken de elektrische veeprikker herhaaldelijk en op andere lichaamsdelen dan de achterpoten van varkens die geen ruimte hebben of al in beweging zijn. De rechtbank verwerpt het ontvankelijkheidsverweer van de natuurlijke personen omdat de strafvorderingsrichtlijn dierenmishandeling ziet op particulieren en niet op bedrijfsmatig handelen. Op het verwijt dat de schokken zijn toegediend op niet-volwassen varkens volgt partiële vrijspraak omdat voor vrouwelijke varkens van zes maanden oud geen wettelijke leeftijdsgrens is vastgelegd. Beide natuurlijke personen krijgen een taakstraf van 60 uur waarvan 30 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan beide rechtspersonen legt de rechtbank een geldboete op van € 30.000 waarvan € 10.000 voorwaardelijk wegens het opzettelijk overtreden van de transportverordening in de uitoefening van het bedrijf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk in tweede Wallenpanden-vervolging: ne bis in idem en beginselen van een behoorlijke procesorde

Het hof Amsterdam verklaarde het OM op 1 mei 2026 niet-ontvankelijk in de tweede witwasvervolging van een man en zijn vennootschap rond de Wallenpanden. In het eerdere onderzoek Kolbak was de man in 2009 vrijgesproken omdat de criminele herkomst van de panden niet bewezen kon worden; in Terrel probeerde het OM het opnieuw met een latere pleegperiode en de a-variant van artikel 420bis Sr. Het hof oordeelt dat sprake is van hetzelfde feit in de zin van artikel 68 Sr: zelfde panden, gelijke juridische aard en geen relevante verschillen in gedragingen. Voor de rechtspersoon ontbreekt formele ne bis in idem-bescherming, maar via vereenzelviging met de verdachte loopt de vervolging stuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde. Aangevoerde nova kunnen de toets van artikel 68 Sr niet anders maken, aldus het hof.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Arnhem-Leeuwarden: vrijspraak van oplichting en witwassen tractor wegens ontbreken oplichtingsmiddelen en objectief steunbewijs

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2733

Het gerechtshof spreekt een verdachte vrij van oplichting bij de verkoop van een iPhone aan een telefoonzaak. Daarnaast volgt vrijspraak van verduistering, diefstal en witwassen van een tractor van het merk Fiat. Het hof oordeelt dat de gedragingen rond de iPhone-verkoop niet kwalificeren als oplichtingsmiddelen in de zin van artikel 326 Sr. Voor de tenlastegelegde verduistering ontbreekt het vereiste dienstverband, terwijl voor diefstal en witwassen onvoldoende duidelijk is hoe de verdachte de tractor voorhanden kreeg. Het belastende bewijs herleidt zich tot één bron zonder objectief steunbewijs. Beide benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot schadevergoeding.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oud-medewerker rechtbank Amsterdam krijgt vier jaar cel voor het verkopen van vertrouwelijke gegevens en afpersing

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 35-jarige vrouw uit Woerden tot een gevangenisstraf van vier jaar. De vrouw, oud-medewerkster van de rechtbank Amsterdam, deelde vertrouwelijke gegevens uit rechtbanksystemen met derden in ruil voor geld. Ook is de vrouw veroordeeld voor het schenden van het ambtsgeheim, computervredebreuk en het afpersen van een man uit Noord-Holland.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzekeringsfraude met valse huurcontracten en vervalste brandweerbrief: hof komt tot bewezenverklaring oplichting en valsheid in geschrifte, maar matigt straf wegens overschrijding redelijke termijn

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 april 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1060

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt een ondernemer voor verzekeringsfraude door het indienen van valse huurcontracten en een vervalste brandweerbrief bij zijn verzekeraar. De verdachte beweegt daarmee de verzekeraar tot uitkering van € 249.500 wegens beweerdelijk gederfde huurinkomsten. Uit getuigenverklaringen blijkt dat het bedrijf nimmer dergelijke inkomsten behaalt en dat de overgelegde huurcontracten zijn verzonnen. Het hof acht oplichting en het opzettelijk gebruikmaken van valse geschriften bewezen, maar spreekt vrij van medeplegen. Vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn matigt het hof de straf tot zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De vordering van de benadeelde verzekeraar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onevenredige belasting van het strafgeding.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke geldboete van € 10.000 voor melkveehouderij wegens opzettelijke overschrijding fosfaatrecht

Rechtbank Overijssel 13 mei 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2553

De rechtbank Overijssel veroordeelt een melkveehouderij tot een voorwaardelijke geldboete van € 10.000 wegens overschrijding van het fosfaatrecht in 2022 en 2023. Het bedrijf produceert in beide jaren ruim 1.800 kilogram meer fosfaat dan toegestaan op grond van artikel 21b, eerste lid, Meststoffenwet. De rechtbank kwalificeert de overschrijding als opzettelijk begaan en past daarbij het in het economisch strafrecht gehanteerde begrip van kleurloos opzet toe. Het opzet hoeft uitsluitend gericht te zijn op de verweten gedraging en niet op de wederrechtelijkheid daarvan. Bij de strafmaat houdt de rechtbank rekening met persoonlijke en bedrijfsmatige omstandigheden, waaronder het overlijden van een vennoot en de aardbevingsproblematiek in Groningen. De rechtbank wijkt aanzienlijk af van de eis van het Openbaar Ministerie van € 27.000 en legt een lagere voorwaardelijke geldboete op met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Zeeland-West-Brabant volgt in vier tussenvonnissen procesafspraken niet vanwege onvoldoende verhouding tot ernst feiten en rol verdachten

Op 28 april 2026 wees de Rechtbank Zeeland-West-Brabant vier samenhangende tussenvonnissen (ECLI:NL:RBZWB:2026:3630, 3634, 3639 en 3640) waarin zij de procesafspraken tussen OM en verdediging in een Tilburgse drugszaak niet volgt. De afspraken voorzagen in gevangenisstraffen van tien tot twaalf maanden voor verdachten met een coördinerende rol binnen een professioneel georganiseerd harddrugsnetwerk waarbinnen ruim zeven kilo cocaïne, amfetamine en MDMA werd aangetroffen. De rechtbank acht de procedurele totstandkoming conform de waarborgen van artikel 6 EVRM en het kader van HR 27 september 2022, maar oordeelt inhoudelijk dat de voorgestelde straffen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de feiten. Doorslaggevend zijn de LOVS-oriëntatiepunten (42 maanden in georganiseerd verband) en een vergelijkbare uitspraak van 22 augustus 2025, waarin voor een coördinerende rol 40 maanden werd opgelegd. Het onderzoek ter terechtzitting wordt heropend en de zaken worden binnen drie maanden hervat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek Partita: oliemengsels uit Le Havre kwalificeren als afvalstoffen, kennisgevingsprocedure EVOA ten onrechte achterwege gelaten

Rechtbank Rotterdam 23 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5457 en ECLI:NL:RBROT:2026:5454

De rechtbank veroordeelt op 23 april 2026 een Franse en een Nederlandse rechtspersoon voor het in vereniging meermalen overbrengen van afvalstoffen van Frankrijk naar Nederland zonder de vereiste kennisgeving op grond van de EVOA. Centraal staat de vraag of een mengsel van geraffineerde petroleumproducten kwalificeert als afvalstof of als product. De rechtbank oordeelt dat het mengsel een afvalstof is omdat de Franse opslagonderneming feitelijk geen bestemming had voor het mengsel en zich contractueel had verplicht zich daarvan te ontdoen. Het verweer dat de significante economische waarde en het voorgenomen hergebruik afbreuk doen aan de afvalstatus wordt verworpen, mede onder verwijzing naar het Shell-arrest en het Tronex-arrest. De Franse rechtspersoon krijgt een geldboete van € 200.000 opgelegd waarvan € 50.000 voorwaardelijk, mede gelet op de forse schending van de redelijke termijn. De Nederlandse rechtspersoon wordt slechts voor twee van de twaalf transporten verantwoordelijk gehouden en krijgt een geldboete van € 50.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^