HvJ EU: meldplicht betalingsonmacht Belastingdienst is niet in strijd met evenredigheidsbeginsel

HvJ EU 14 november 2024, C‑613/23, ECLI:EU:C:2024:961

In zijn arrest van 6 oktober 2023 heeft de Hoge Raad der Nederlanden prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) met betrekking tot de toepassing van artikel 36, lid 4, van de Invorderingswet. Op grond van deze bepaling zijn ondernemingen verplicht om onverwijld melding te maken van betalingsonmacht bij de Belastingdienst. Indien deze melding niet, niet tijdig, of niet op rechtsgeldige wijze plaatsvindt, kan de bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschuld. Dit kan ertoe leiden dat bestuurders, die enkel valt te verwijten dat zij onbekend waren met de meldingsplicht, toch privé aansprakelijk worden gehouden voor de belastingschuld. De Hoge Raad heeft het HvJ EU verzocht om te beoordelen of deze meldingsregeling in strijd is met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wat zijn de implicaties van de Landeck-uitspraak voor de Nederlandse opsporing?

Parket bij de Hoge Raad 19 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1230 en ECLI:NL:PHR:2024:1236

AG Harteveld heeft advies gegeven aan de Hoge Raad in twee zaken, waarin hij ingaat op de gevolgen van de zaak Landeck (Hof van Justitie EU 4 oktober 2024 in zaak C-548/21). Het Europees Hof heeft in die uitspraak de voorwaarden verduidelijkt waaraan de politie moet voldoen om toegang te krijgen tot gegevens op mobiele telefoons.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over afstand van bevoegdheid om verzet in te stellen tegen strafbeschikking

Hoge Raad 19 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1677

De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan over het doen van afstand van de bevoegdheid om verzet in te stellen tegen een strafbeschikking. De verdachte doet afstand van zijn bevoegdheid om verzet tegen een strafbeschikking in te stellen als hij vrijwillig aan die strafbeschikking voldoet (artikel 257e lid 1 Sv). In het algemeen mag de rechter die vrijwillige afstand afleiden uit het feit dat aan die strafbeschikking is voldaan. Maar als de verdachte gemotiveerd aanvoert dat van vrijwilligheid geen sprake was, moet de rechter dat onderzoeken. In dit geval is gemotiveerd aangevoerd dat van vrijwilligheid geen sprake was vanwege de onderbewindstelling van de verdachte. Het hof had het verzet daarom niet zonder nader onderzoek naar de vrijwilligheid niet-ontvankelijk mogen verklaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verduistering: wanneer is sprake van een voortgezette handeling?

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 augustus 2024, ECLI:NL:RBZWB:2018:5093

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim een jaar schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking, en heeft daarbij in totaal ruim één miljoen euro van zijn werkgever weggenomen. Hij heeft daarbij misbruik gemaakt van zijn functie als financieel directeur bij B.V. 2 en het door zijn werkgever in hem gestelde vertrouwen, door op slinkse wijze geldbedragen naar zijn eigen bankrekening en naar die van anderen uit zijn omgeving over te (laten) maken. Tevens heeft hij zich schuldig gemaakt aan de voortgezette handeling van witwassen van dit geld. Het buitgemaakte geld heeft hij onder andere uitgegeven aan reizen en aanschaf van bitcoins en andere cryptovaluta. 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Opruiing: HR over opzet en beoordeling of uitingen aansporen tot strafbaar feit

Hoge Raad 5 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1573

Het gaat in deze zaak om tweets die door de verdachte op zijn (destijds zo geheten) Twitter-account zijn geplaatst. De verdachte was op dat moment raadslid in de gemeente Den Haag en had een Twitter-account met ten minste 31.000 volgers. De verdachte is door het gerechtshof Den Haag wegens telkens "in het openbaar, bij geschrift tot enig strafbaar feit opruien" (feit 1 en 2), veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren. De cassatiemiddelen komen op tegen de bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Het eerste cassatiemiddel richt zich onder meer tegen het oordeel van het hof dat de verdachte door het op Twitter plaatsen van de tenlastegelegde berichten, heeft opgeruid in de zin van artikel 131 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht tot het plegen van enig strafbaar feit. Het tweede cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte heeft gehandeld met het voor opruiing vereiste opzet. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak na (succesvol) art. 12 Sv beklag) voor verduistering in dienstbetrekking bij Gemeente Rijswijk

Rechtbank Den Haag 28 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:17561

De Gemeente Rijswijk heeft naar aanleiding van het constateren van kleine kasverschillen bij transacties waar de verdachte bij was betrokken, intern onderzoek gedaan. Tevens heeft zij Hoffmann Recherchebureau ingeschakeld om onderzoek te laten doen. Naar aanleiding daarvan heeft de Gemeente op 6 maart 2018 aangifte gedaan van verduistering. De verdachte zou in een periode van 5 jaar fictieve retourtransacties (voornamelijk retouren van parkeervergunningen en andere producten waarvoor leges moeten worden betaald) hebben aangemaakt en zich de contante retourbetaling hebben toegeëigend tot een bedrag van ruim € 20.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoe en wanneer wordt een ontnemingsvordering geldig aanhangig gemaakt?

Hoge Raad 5 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1572

De Hoge Raad stelt voorop dat het enkele feit dat de officier van justitie heeft nagelaten om tijdig op grond van artikel 311 lid 1 Sv het voornemen tot het indienen van een ontnemingsvordering kenbaar te maken, op zichzelf niet voldoende is om bij de betrokkene het gerechtvaardigde vertrouwen te wekken dat een ontnemingsvordering achterwege zal blijven. Om die reden kan aan dit enkele verzuim niet het rechtsgevolg worden verbonden dat het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk wordt verklaard in de ontnemingsvordering. Wel kan het nadeel dat de betrokkene heeft ondervonden door het verzuim om tijdig het voornemen kenbaar te maken aanleiding geven tot een vermindering van de betalingsverplichting. Een dergelijke vermindering is mogelijk wanneer, gezien het door de betrokkene geleden nadeel, het vormverzuim in het concrete geval zo ernstig is dat niet kan worden volstaan met enkel de constatering van dat verzuim.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Arnhem-Leeuwarden: (formeel) bestuurder van rechtspersoon zijn is niet voldoende om aangemerkt te worden als feitelijke leidinggever aan een door de rechtspersoon begaan strafbaar feit

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 oktober 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6700

Anders dan de rechtbank heeft gedaan spreekt het hof verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. Het hof oordeelt dat als een verdachte (formeel) bestuurder is van een rechtspersoon dat nog niet voldoende is om hem of haar aan te merken als feitelijke leidinggever aan een door die rechtspersoon begaan strafbaar feit. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van feitelijke leidinggeven aan een verboden gedraging, moet ook kunnen worden vastgesteld dat sprake is van opzet op de verboden gedraging. Naar het oordeel van het hof kan niet worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk opzet op die verboden gedragingen had.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesafspraken in faillissementsfraudezaak en bijzondere voorwaarde maandelijks aflossen schuldeisers

Rechtbank Rotterdam 17 oktober 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:10712

De verdachte heeft als bestuurder van een failliete vennootschap opzettelijk niet voldaan aan de op hem rustende wettelijke verplichting om een volledige administratie van de vennootschap te voeren en deze te overleggen aan de curator. Hierdoor was het voor de curator niet mogelijk om het faillissement op juiste wijze af te wikkelen. Voorts heeft de verdachte aanzienlijke geldbedragen aan de boedel onttrokken terwijl hij wist dat hierdoor schuldeisers benadeeld werden. De procesafspraken houden onder meer in dat de verdediging geen verweren voert op de terechtzitting. De officier van justitie zal een werkstraf eisen van 240 uur, met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren, onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd maandelijks € 750,- aflost aan schuldeisers.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Haagse hof wijst vordering vermindering CO2-uitstoot door Shell af

Gerechtshof Den Haag 12 november 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2099

Het gerechtshof Den Haag heeft uitspraak gedaan in het hoger beroep tussen Milieudefensie en Shell. In dat hoger beroep ging het om de vraag of Shell haar CO2-emissies in 2030 met 45% moet hebben verminderd ten opzichte van 2019. Het Haagse hof oordeelt dat Shell is gehouden haar COâ‚‚-emissies terug te brengen, maar kan niet vaststellen welk percentage daarvoor geldt. Het hof wijst de vorderingen van Milieudefensie daarom af.

Read More
Print Friendly and PDF ^