Hoge Raad verklaart cassatieberoepen niet-ontvankelijk in beklagzaak over beslag op een samenwerkingsovereenkomst

Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1007 en ECLI:NL:HR:2026:1008

De Hoge Raad verklaart in twee samenhangende beschikkingen de cassatieberoepen van een verdachte en zijn bedrijf niet-ontvankelijk in een beklagzaak over de inbeslagneming van een samenwerkingsovereenkomst. Het beslag vindt plaats in het strafrechtelijk onderzoek Charlton naar niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift en witwassen rond de bemiddeling in tijdelijke opvanglocaties voor asielzoekers voor het COA. De rechter-commissaris geeft de overeenkomst vrij aan het onderzoeksteam, waarna de rechtbank Amsterdam de klagers niet-ontvankelijk verklaart omdat zij geen verschoningsgerechtigden zijn. Op grond van art. 98 lid 4 Sv staat het beklag tegen de beschikking van de rechter-commissaris uitsluitend open voor de verschoningsgerechtigde zelf. Het advocatenkantoor dat de overeenkomst opstelde heeft geen klaagschrift ingediend en heeft zich niet op zijn verschoningsrecht beroepen, zodat ook het beklag tegen de inbeslagneming niet-ontvankelijk is. De Hoge Raad oordeelt dat het aan de geheimhouder zelf is om zich op zijn verschoningsrecht te beroepen en dat de rechtbank de uitkomst van de tuchtprocedure tegen het kantoor niet hoefde af te wachten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vraagt in herzieningszaak ten nadele advies aan EHRM over de toepassing van de Wet herziening ten nadele op oude strafzaken van vóór 1 oktober 2013

De Hoge Raad gaat advies (een advisory opinion) vragen aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de vraag of een strafzaak die definitief is afgesloten vóórdat de Wet herziening ten nadele in 2013 (hierna ook: herzieningsregeling) in werking trad, tóch herzien kan worden. De vraag die gesteld wordt is of zo’n herziening verenigbaar is met rechten die in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) zijn opgenomen. De Hoge Raad wacht met de verdere behandeling van het verzoek totdat het EHRM zich over het verzoek tot het uitbrengen van een advies heeft gebogen. Een advies van het EHRM is niet bindend maar wel belangrijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over afstand van rechtsbijstand bij verhoor van niet-aangehouden verdachte

Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:996

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een verdachte die door het hof is veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en bedreiging van een medewerker van de jeugdzorginstelling waar zij verbleef. De verdachte voert aan dat zij voorafgaand aan en tijdens het politieverhoor geen rechtsbijstand heeft gehad en dat zij op grond van onjuiste informatie afstand heeft gedaan van dat recht. De Hoge Raad oordeelt dat het hof bij de uitleg van de Regeling adviestoevoeging zelfredzaamheid een onjuiste maatstaf heeft gebruikt en de kwetsbaarheid van de verdachte ontoereikend heeft gemotiveerd. Toch leidt dit niet tot cassatie. Niet-aangehouden verdachten hebben geen recht op kosteloze rechtsbijstand, en de politie hoeft hen niet te wijzen op de mogelijkheid van een aanvraag voor kosteloze bijstand. Omdat de verklaring van de verdachte niet voor het bewijs is gebruikt en zij geen daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden, kon het hof het tot strafvermindering strekkende verweer verwerpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Advies AG n.a.v. prejudiciële vragen over rechtsmacht Nederland bij verdenking van valsheid in geschrift in buitenland

Advocaat-generaal (AG) Sinnige heeft de Hoge Raad geadviseerd over de beantwoording van prejudiciële vragen die het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gesteld. De prejudiciële vragen gaan over de rechtsmacht van Nederland over het in het buitenland valselijk opmaken van een IND-formulier bedoeld voor een nareisprocedure.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over de uitleg van het bestanddeel kopen van goederen bij flessentrekkerij

Hoge Raad 16 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:875

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een man die onder valse namen bij KPN/XS4ALL en Vodafone/Ziggo abonnementen voor internet, televisie en vaste telefonie aanvroeg om modems, mediaboxen en wifiversterkers te krijgen zonder de rekeningen te betalen. In cassatie staat de vraag centraal of dit handelen valt onder het kopen van goederen in de zin van artikel 326a Sr, de strafbaarstelling van flessentrekkerij. De Hoge Raad zet uiteen dat de wetgever met deze regeling gedragingen strafbaar heeft gesteld waarbij iemand een ander beweegt tot afgifte van een goed met het oogmerk de overeengekomen betaling niet volledig te voldoen, en dat de regeling gevallen uitsluit waarin een ander enkel tot dienstverlening wordt bewogen. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte de aanbieders telkens niet alleen tot dienstverlening, maar ook tot afgifte van apparatuur heeft bewogen en dat de niet betaalde bedragen op beide zien. Het oordeel dat daarmee mede sprake is van kopen van goederen getuigt volgens de Hoge Raad niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De advocaat-generaal had tot vernietiging en terugwijzing geconcludeerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad past regels over stellen en betwisten toe op de drie categorieën van immateriële schade wegens aantasting in de persoon op andere wijze

Hoge Raad 2 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:822

De Hoge Raad doet uitspraak in een zaak over medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en bedreiging met geweld, gericht op het horloge van een slachtoffer dat op klaarlichte dag is beschoten en met een vuurwapen op het hoofd is geslagen. Het gerechtshof Amsterdam wijst de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade toe tot € 2.000 en legt daarbij een schadevergoedingsmaatregel op. Het tweede cassatiemiddel klaagt dat het hof die toewijzing ontoereikend heeft gemotiveerd, mede omdat de vordering namens de verdachte gemotiveerd is betwist. De Hoge Raad herhaalt het kader uit zijn arrest van 28 mei 2019 over aantasting in de persoon op andere wijze en werkt de regels over stellen en betwisten uit voor de drie categorieën van gevallen. Omdat uit de overwegingen van het hof niet blijkt op welke grond van artikel 6:106 BW en op welke vastgestelde omstandigheden de toewijzing berust, kan dat oordeel en daarmee ook de schadevergoedingsmaatregel niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak op deze punten en wat betreft de strafduur wegens overschrijding van de redelijke termijn, en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordelingen voor betrokkenheid bij omkoping bij woningcorporaties Vestia, Portaal en De Woonplaats blijven in stand

De Hoge Raad laat de veroordelingen van drie verdachten voor omkoping bij woningcorporaties Vestia, Portaal en De Woonplaats in stand. De treasury-manager van Vestia schakelde buiten medeweten van zijn werkgever bemiddelaar F.F. in en ontving ruim 10,4 miljoen euro aan doorbetaalde fees; hij werd veroordeeld voor niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift en witwassen. Een externe adviseur van Portaal en De Woonplaats deed hetzelfde en kreeg een straf voor omkoping en valsheid in geschrift, een derde verdachte voor actieve omkoping. De Hoge Raad oordeelt onder meer dat een brief met onjuiste informatie aan De Woonplaats geldt als geschrift dat tot bewijs kan dienen, waardoor de klacht over valsheid in geschrift faalt. Vanwege de lange procesduur zijn de straffen iets verlaagd, tot 29 maanden cel (waarvan 12 voorwaardelijk) voor de hoofdverdachte en taakstraffen of voorwaardelijke straffen voor de twee anderen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valse opgave in hypotheekakte: Hoge Raad acht onbegrijpelijk dat een daadwerkelijk gevestigd hypotheekrecht in strijd met de waarheid zou zijn opgenomen

Hoge Raad 26 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:798

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een zaak over het medeplegen van het opnemen van een valse opgave in een hypotheekakte. De verdachte is door het hof veroordeeld voor het opzettelijk doen opnemen van een valse opgave in een authentieke akte op grond van artikel 227 Sr. De bewezenverklaring houdt in dat in de hypotheekakte in strijd met de waarheid is opgenomen dat een hypotheekrecht is gevestigd tot een bedrag van € 700.000, te vermeerderen met € 245.000, op een woning in Breda. Het hof stelt in de bewijsvoering echter vast dat de eigenaar en zijn echtgenote daadwerkelijk een hypotheekrecht ten gunste van de verdachte hebben gevestigd tot diezelfde bedragen. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel dat het gevestigde hypotheekrecht in strijd met de waarheid is opgenomen daarom niet begrijpelijk is. De Hoge Raad vernietigt het arrest wat betreft het onder 1 bewezenverklaarde en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over de aan de betrokkene toe te rekenen uitgaven bij profijtontneming

Hoge Raad 26 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:790

Dit arrest betreft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit het medeplegen van het (voorbereiden van het) invoeren van cocaïne, waarbij het gerechtshof Den Haag de betrokkene de verplichting oplegt tot betaling van € 45.000 aan de Staat. Het tweede en het derde cassatiemiddel klagen over het oordeel van het hof dat het geld voor de aankoop van een BMW en een Audi A3 aan de betrokkene toe te rekenen uitgaven zijn. Het hof neemt uitgaven van € 17.000 en € 8.000 in aanmerking en baseert zich op de kentekenregistratie als voor tegenspraak vatbare aanwijzing en op het ontbreken van enige administratie van de gestelde autohandel. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel toereikend is gemotiveerd, verklaart de overige middelen af op grond van artikel 81 lid 1 RO en stelt ambtshalve vast dat de redelijke termijn is overschreden zonder daaraan gevolg te verbinden. De Hoge Raad verwerpt het beroep, anders dan de advocaat-generaal die tot vernietiging en terugwijzing concludeert.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geld achter de plafondplaat: verhullen van de vindplaats bij witwassen toereikend gemotiveerd

Hoge Raad 26 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:788

De Hoge Raad oordeelt over een witwasveroordeling waarbij de verdachte een contant geldbedrag van € 32.100 achter een plafondplaat in de slaapkamer van de woonwagen van zijn buurvrouw heeft verstopt. De verdachte is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens witwassen op grond van artikel 420bis lid 1 onder a van het Wetboek van Strafrecht. In cassatie klaagt het tweede middel over de bewezenverklaring dat de verdachte de vindplaats van het geld heeft verhuld. De Hoge Raad zet uiteen dat verbergen en verhullen zien op gedragingen die het zicht op onder meer de vindplaats bemoeilijken en die daartoe geschikt zijn. Omdat het plaatsen van het geld achter de plafondplaat het zicht op de vindplaats bemoeilijkt, acht de Hoge Raad de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd en faalt het middel. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie vermindert de Hoge Raad de taakstraf van 120 naar 114 uren en verwerpt hij het beroep voor het overige.

Read More
Print Friendly and PDF ^