HR: Maatstaf beoordeling tegenonderzoek
/Hoge Raad 2 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:820
Het beoordelingskader voor een verzoek om tegenonderzoek begint bij het uitgangspunt dat de verdachte op grond van artikel 6 EVRM het recht heeft de betrouwbaarheid van een belastende deskundigenverklaring te onderzoeken, zodat voor een eerste verzoek tot tegenonderzoek in beginsel geen nadere onderbouwing van het belang mag worden verlangd. De verdediging moet daarbij wel aanduiden welke onderdelen van de deskundigenverklaring zij betwist, en kan worden gevraagd toe te lichten waarom toetsing bij voorkeur via een tegenonderzoek moet plaatsvinden in plaats van langs een andere weg, zoals het horen van de deskundige of een nader rapport. Is een eerder verzoek om tegenonderzoek al toegewezen en dat onderzoek uitgevoerd, dan mag bij een volgend verzoek om de betrouwbaarheid van zowel de eerste verklaring als het tegenonderzoek te onderzoeken wel een nadere onderbouwing van het belang worden verlangd. Uit die motivering moet blijken dat en waarom de verdediging met het eerdere onderzoek geen behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om de betrouwbaarheid van de eerste deskundigenverklaring te toetsen. In de regel is daaraan voldaan als voldoende is onderbouwd dat er concrete aanwijzingen zijn dat ook na het verrichte tegenonderzoek geen betrouwbaar onderzoeksresultaat beschikbaar is, bijvoorbeeld omdat het onderzoek niet aan de vakinhoudelijke eisen voldoet.
Read More