Faillissementsfraude door bestuurder van Invicta B.V. en Invicta Holding B.V.: veroordeling blijft in stand bij de Hoge Raad

De Hoge Raad heeft de veroordeling van de bestuurder van Invicta B.V. en Invicta Holding B.V. wegens faillissementsfraude in stand gelaten. Bewezen is dat de bestuurder voorafgaand aan het faillissement aanzienlijke geldbedragen aan de boedel heeft onttrokken terwijl hij wist dat schuldeisers daardoor werden benadeeld. Daarnaast heeft hij niet voldaan aan de wettelijke administratie- en bewaarplicht, waardoor de afwikkeling van de faillissementen werd bemoeilijkt. Ook heeft de bestuurder tijdens het faillissement desgevraagd geen volledige en ongeschonden administratie aan de curator verstrekt. De Hoge Raad verwerpt alle cassatieklachten met toepassing van art. 81 lid 1 RO. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn in cassatie wordt uitsluitend de opgelegde gevangenisstraf verminderd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen ruimte voor beknoptheid bij ontnemingsvorderingen: hof moet inhoud bewijsmiddelen vermelden bij betwisting

Hoge Raad 9 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1870

Het gerechtshof bevestigde een vonnis over een ontnemingsvordering zonder de inhoud van de bewijsmiddelen te vermelden. De verdediging had in hoger beroep de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugsverkoop gemotiveerd betwist. In zo’n geval eist de wet een weergave van de redengevende feiten en omstandigheden. Het hof heeft ten onrechte volstaan met een verwijzing naar stukken. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak. De zaak wordt terugverwezen naar het hof 's-Hertogenbosch voor nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Cassatie over miljoenenontneming na omkoping faalt deels: vereenzelviging bestuurder en B.V. onder druk

Hoge Raad 2 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1818 en ECLI:NL:HR:2025:1819

De Hoge Raad vernietigt de ontnemingsbeslissing tegen een natuurlijk persoon wegens gebrekkige motivering van de vereenzelviging met zijn B.V. Vereenzelviging vereist uitzonderlijke omstandigheden, die het hof onvoldoende heeft vastgesteld. Het voordeel van ruim 7 miljoen euro kon daarom niet zonder meer aan de persoon worden toegerekend. In de parallelle zaak tegen de B.V. verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De klachten betroffen immers beslissingen in de zaak tegen de bestuurder. De ontnemingsbeslissing tegen de B.V. blijft dus in stand.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toereikend gemotiveerd oordeel over witwassen via valse hypotheekstukken houdt stand ondanks eerdere vrijspraak oplichting

Hoge Raad 9 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1866

De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de verdachte voor medeplegen van gewoontewitwassen en gebruik van valse geschriften. De straf betrof een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, waarvan de duur is verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn. In cassatie werd onder meer geklaagd over de toereikendheid van de motivering dat de hypothecaire lening van € 450.000 is verkregen via valse documenten. Ook werd betoogd dat dit oordeel niet verenigbaar is met een eerdere vrijspraak voor oplichting. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd. De overige klachten falen eveneens.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen ruimte voor niet-ontvankelijkheid OM bij overschrijding redelijke termijn alleen: HR grijpt in jeugdzaak in

Hoge Raad 9 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1875

Het gerechtshof verklaarde het OM niet-ontvankelijk vanwege een zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn in een jeugdzaak. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet mag: zo’n overschrijding kan alleen tot niet-ontvankelijkheid leiden als ook de verdedigingsrechten zijn geschonden. Dat was hier niet vastgesteld. Het hof paste dus een onjuiste maatstaf toe. De uitspraak wordt vernietigd. De zaak moet opnieuw worden behandeld door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Moment van aan de orde stellen van vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek

Hoge Raad 9 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1868

De Hoge Raad oordeelt dat een vormverzuim bij de aanhouding — het onrechtmatig in het been schieten van de verdachte — ook ter terechtzitting kan worden aangevoerd op grond van artikel 359a Sv, zelfs als dit niet eerder bij de rechter-commissaris is gedaan. Daarmee laat de Hoge Raad eerdere jurisprudentie los over het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat strafvermindering uitgesloten is. Ook de motivering dat het nadeel via civielrechtelijke schadevergoeding wordt gecompenseerd, is ondeugdelijk. De strafoplegging wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling van de straf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oordeel Hoge Raad n.a.v. beklag tegen inbeslaggenomen geluidsbanden van gesprekken die door twee advocaten en Peter R. de Vries zijn gevoerd

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd of het doorbreken van het verschoningsrecht ook de belangen van andere cliënten van de betrokken advocaten schaadt. Hoewel de rechtbank zeer uitzonderlijke omstandigheden aannam die gebruik van bepaalde geluidsfragmenten toelaten, had zij expliciet moeten beoordelen of de belangen van andere cliënten niet onevenredig worden getroffen. De procedure van artikel 98 Sv is volgens de Hoge Raad ook van toepassing op anoniem toegezonden geluidsbestanden die mogelijk geheimhoudersinformatie bevatten. De klacht over de onzorgvuldige motivering slaagt, de overige klachten niet. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen zodat de rechtbank opnieuw kan beoordelen welke fragmenten mogen worden gebruikt in het strafrechtelijk onderzoek.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad over gegevensdragers met gemengde (strafbare en niet-strafbare) inhoud

Hoge Raad 2 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1716

De Hoge Raad bevestigt dat een gegevensdrager met kinder- of dierenporno in zijn geheel aan het verkeer kan worden onttrokken. Een verzoek tot verstrekking van niet-strafbare bestanden van zo’n drager is mogelijk, maar vereist een concrete, tijdige en goed onderbouwde belangenafweging. In deze zaak wees het hof het verzoek af vanwege de omvang en vermenging van bestanden, en het risico op teruggeven van strafbaar materiaal. Die afwijzing acht de Hoge Raad juridisch juist en voldoende gemotiveerd. De overige cassatieklachten falen. De straf wordt met vijf maanden verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van dakdekker voor oplichting van zeven klanten blijft in stand

De Hoge Raad laat de veroordeling van een dakdekker wegens oplichting van zeven klanten in stand. De man gebruikte een valse naam, liet voorschotten betalen en voerde werkzaamheden niet (volledig) uit. Het hof legde 31 maanden gevangenisstraf en een beroepsverbod van vijf jaar op, plus publicatie zonder anonimisering. In cassatie klaagde de verdachte over de bewezenverklaring en de motivering van de straf. Alle klachten falen, behalve die over overschrijding van de redelijke termijn.
Daarom wordt de gevangenisstraf verlaagd naar 30 maanden; beroepsverbod en publicatie blijven in stand.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toetsingskader redelijke termijn bij gedeeltelijke voorlopige hechtenis nader uitgewerkt

Hoge Raad 25 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1775

De Hoge Raad verduidelijkt wanneer bij beoordeling van de redelijke termijn in strafzaken moet worden uitgegaan van een behandelduur van 16 maanden of van 2 jaar. Als een verdachte tijdens een procesfase 16 maanden of langer in voorlopige hechtenis heeft gezeten, geldt een termijn van 16 maanden. Bij kortere hechtenis geldt in beginsel 2 jaar, tenzij de verhouding tussen hechtenisperiode en vrije periode anders noopt. In dat geval mag de rechter kiezen voor de kortere termijn. De toetsing in cassatie is marginaal. In deze zaak oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht is uitgegaan van de termijn van 2 jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^