Toetsingskader gebruik Ennetcom-gegevens (art. 126ng lid Sv)

Rechtbank Rotterdam 9 juni 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:11875

Kern van deze zaak is de uitleg die door de rechtbank moet worden gegeven aan de beslissing van de Canadese rechter. De rechter heeft in het Bevel onder andere bepaald dat er voorwaarden zijn verbonden aan de overdracht van het overgedragen bewijsmateriaal. Lees hier de volledige uitspraak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is sprake van een omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak verdachte bekend is, nu mededeling uitspraak en tekst van samenhangende ontnemingsbeslissing zijn uitgereikt?

Hoge Raad 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2011

Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep omdat het ervan uitgaat dat de verdachte op 13 april 2015 bekend is geworden met de bij verstek gewezen einduitspraak in de strafzaak toen aan hem de mededeling uitspraak in de ontnemingszaak werd uitgereikt, terwijl hij vervolgens niet binnen de gestelde termijn van veertien dagen hoger beroep heeft ingesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Leestip: Bewijsuitsluiting in het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Na kritiek in de literatuur op het huidige systeem heeft de wetgever besloten het artikel over bewijsuitsluiting in het nieuwe Wetboek van Strafvordering aan te passen. In de opvolger van het huidige artikel 359a Sv krijgt de strafrechter een normatief richtsnoer bij onrechtmatig strafvorderlijk handelen. In ‘het belang van een goede rechtsbedeling’ – een nieuw criterium – kan dan bewijs tegen een verdachte worden uitgesloten. In dit boek beschrijft de auteur wat dit nieuwe criterium precies inhoudt en wat de consequenties kunnen zijn wanneer bij vormverzuimen bewijs wordt uitgesloten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Heeft het OM, door het doen van een vordering ex art. 126nd Sv, doelbewust een aangifte bij de ASR geforceerd en de Belastingdienst aangezet een fraudemelding te maken bij het UWV?

Rechtbank Overijssel 21 december 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:4460

Verdachte heeft zich van 2001 tot heden als feitelijk leidinggevende van bedrijfsnaam / medeverdachte schuldig gemaakt aan het gewoontewitwassen van een geldbedrag van ruim 1,3 miljoen euro. Verdachte heeft de herkomst en de rechthebbende van geldbedragen verborgen en verhuld door de gelden te investeren in de aankoop van grond en de bouw van een appartementencomplex op Aruba. De raadsman heeft bepleit dat het Openbaar Ministerie heeft gehandeld in strijd met de beginselen van een goede procesorde en dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. De raadsman heeft aangevoerd dat het OM door het doen van een vordering ex artikel 126nd Sv doelbewust een aangifte bij de ASR heeft geforceerd en de Belastingdienst heeft aangezet om een fraudemelding te maken bij het UWV. Hierdoor is volgens de raadsman sprake van doelbewuste of grove veronachtzaming van de belangen van verdachte. Lees hier de volledige uitspraak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Webinar ING / Hamers-beslissing artikel 12 Sv beklagprocedure

Op 9 december 2020 heeft het Gerechtshof Den Haag twee uitspraken gewezen in de artikel 12 Sv beklagprocedures tegen ING en de voormalige bestuursvoorzitter van ING Group, Hamers. Het gerechtshof heeft de klacht tegen ING afgewezen en de transactie in stand gelaten. In de tweede uitspraak heeft het hof echter de vervolging gelast van de voormalige voorzitter van de raad van bestuur van ING Group. Tijdens dit webinar wordt ingegaan op achtergrond van de zaak, de twee uitspraken van het gerechtshof en de implicaties voor de rechtspraktijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. Tallon-criterium

Hoge Raad 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1965

Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging komt als in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval het in het voorbereidend onderzoek begane vormverzuim daarin bestaat dat door met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren een zodanig ernstige inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak is gemaakt dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. betrekken van niet ten laste gelegde feiten bij de strafoplegging

Hoge Raad 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1972

Bij de beoordeling van het cassatiemiddel moet worden vooropgesteld dat het de rechter op zichzelf vrijstaat om bij de strafoplegging rekening te houden met een niet tenlastegelegd feit waarvoor de verdachte niet onherroepelijk is veroordeeld wanneer het gaat om een ad informandum gevoegd feit en op grond van de door de verdachte ten overstaan van de rechter die de straf oplegt gedane erkenning, aannemelijk is geworden dat hij dat feit heeft begaan en ervan mag worden uitgegaan dat het openbaar ministerie geen strafvervolging ter zake van dat feit zal instellen, of wanneer dit feit kan worden aangemerkt als een omstandigheid waaronder het bewezenverklaarde is begaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. redelijk vermoeden van schuld en verhoorsituatie

Hoge Raad 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1973

Op grond van artikel 27 lid 1 Sv wordt als verdachte aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit. Dat vermoeden betreft zowel de omstandigheid dat een strafbaar feit wordt of is begaan, als de betrokkenheid van een persoon bij dat feit. Daarom kan, ook als (nog) niet vaststaat dat een strafbaar feit plaatsvindt of heeft plaatsgevonden, sprake zijn van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit en daardoor van een verhoorsituatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt: wanneer is sprake van “voorbereidend onderzoek”

Hoge Raad 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1975

De toepassing van artikel 359a Sv is onder meer beperkt tot vormverzuimen die zijn begaan bij “het voorbereidend onderzoek” tegen de verdachte. Op grond van artikel 132 Sv moet daaronder worden verstaan het onderzoek dat voorafgaat aan de behandeling ter terechtzitting. Onder die vormverzuimen zijn in het bijzonder ook begrepen normschendingen bij de opsporing. Daarbij dient op grond van artikel 132a Sv onder opsporing te worden verstaan het onderzoek in verband met strafbare feiten onder gezag van de officier van justitie met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen (vgl. HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad wijst nieuw overzichtsarrest over vormverzuimen: geen substantiële wijzigingen in beoordelingskader, wel nuancering en bijstelling maatstaven

Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889

In aanvulling op eerdere uitspraken ECLI:NL:HR:2004:AM2533 en ECLI:NL:HR:2013:BY5321, waarin is uitgezet wanneer sprake is van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv en aan welke (wettelijke) voorwaarden moet worden voldaan voordat toepassing kan worden gegeven aan één van de in dat artikel genoemde rechtsgevolgen merkt de Hoge Raad naar aanleiding van de conclusie van de AG op dat de Hoge Raad geen aanleiding ziet substantiële wijzigingen aan te brengen in het beoordelingskader.

Read More
Print Friendly and PDF ^