Psychische mishandeling is mishandeling, wetswijziging moet dit veranderen

Het kabinet heeft op 29 juni 2026 het concept-wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld in internetconsultatie gebracht. Het voorstel introduceert in een nieuw artikel 285aa Sr een zelfstandige strafbaarstelling van dwingende controle, met een gevangenisstrafmaximum van vier jaren en een verhoging met een derde bij feiten in de huiselijke kring. Artikel 300, vierde lid, Sr wordt aangepast, zodat mishandeling ook de opzettelijke benadeling van de geestelijke gezondheid omvat. Een nieuw artikel 287a Sr bedreigt doodslag die is vergezeld of voorafgegaan van dwingende controle of mishandeling in de huiselijke kring met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste dertig jaren. Het voorstel stelt verder het dreigen met openbaarmaking van seksueel beeldmateriaal strafbaar als seksueel misdrijf en schrapt het klachtvereiste bij belaging. De consultatie loopt tien weken en volgt kort na het arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2026, waarin is geoordeeld dat psychische mishandeling zonder fysiek aspect niet onder artikel 300 Sr valt.

Read More
, ,
Print Friendly and PDF ^

Advies AG aan Hoge Raad: de verhogingen van verkeersboetes moeten aan de rechter kunnen worden voorgelegd en mogen in sommige gevallen niet meer worden opgelegd

De verhogingen van verkeersboetes moeten aan de rechter kunnen worden voorgelegd. Bovendien kunnen de verhogingen niet worden geïnd als de niet-betaling van verkeersboetes een gevolg is van een gebrek aan draagkracht en als iemand van de niet-betaling geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Advocaat-generaal (AG) Snijders adviseert de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag om dit als antwoord te geven op de prejudiciële vraag die rechtbank Den Haag heeft gesteld over de verhogingen van verkeersboetes.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling veehouder door economische politierechter voor overtredingen Wet dieren: geen houdverbod vanwege reeds opgelegde bestuurlijke maatregel

De economische politierechter van de rechtbank Noord-Nederland veroordeelt een melkveehouder tot een taakstraf van 180 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, wegens meerdere overtredingen van de Wet dieren. Bij inspecties van de NVWA in januari en mei 2025 wordt vastgesteld dat runderen en kalveren in bevuilde ligboxen verblijven, dat een groot aantal runderen kreupel loopt met klauw- en pootproblemen en dat kreupele of zieke dieren niet onmiddellijk op passende wijze worden verzorgd. Meerdere runderen moeten worden geëuthanaseerd. De economische politierechter verwerpt het verweer dat de klauwziekte Mortellaro op vrijwel alle melkveebedrijven voorkomt, omdat dit de zorgplicht van de houder onverlet laat. Anders dan het Openbaar Ministerie vordert, legt de economische politierechter geen voorwaardelijk houdverbod op, omdat de Minister van LVVN aan de verdachte per 6 mei 2026 al een bestuurlijke maatregel heeft opgelegd die het aantal te houden runderen beperkt tot maximaal 400. De verdachte is eerder, in 2019 en 2021, veroordeeld voor soortgelijke feiten en heeft er volgens de economische politierechter geen blijk van gegeven zijn tekortkomingen in te zien.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad: zonder vergunning exploiteren van online kansspelen leidt niet tot nietigheid van de kansspelovereenkomsten

Het gelegenheid geven om via internet deel te nemen aan kansspelen (online gokken) zonder de voor de exploitant vereiste vergunning op grond van de Wet op de kansspelen (Wok), heeft niet tot gevolg dat de tussen de exploitant en deelnemers gesloten kansspelovereenkomsten nietig zijn. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld naar aanleiding van prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie wegens een onvolledig strafdossier waarin essentiële stukken ontbreken

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3736

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging omdat het volledige strafdossier zoekgeraakt is en niet kan worden teruggevonden. Het dossier waarover het hof beschikt bevat nog slechts enkele stukken over de benadeelde partijen en een uittreksel uit de justitiële documentatie. Vrijwel alle essentiële stukken ontbreken, waaronder het volledige proces-verbaal van het politieonderzoek en de betekeningsstukken van de dagvaarding in eerste aanleg. Naspeuringen bij de rechtbank en het Openbaar Ministerie hebben niets opgeleverd. Gelet op de ouderdom van de zaak en de al ondernomen pogingen acht het hof aanhouding niet meer aan de orde. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De ontvankelijkheid van ngo's in artikel 12 Sv-klachten

Shell wordt ook in Nederland niet vervolgd voor strafbare feiten rond de aankoop van het olieblok OPL245 in Nigeria. Drie ngo's dienden tegen die sepotbeslissing een artikel 12 Sv-klacht in bij het hof Den Haag. Het hof verklaarde hen deels ontvankelijk, maar wees het beklag af wegens strijd met het ne bis in idem-beginsel. Interessant is vooral de ontvankelijkheidsbeslissing: het hof merkte de ngo's aan als rechtstreeks belanghebbenden, ook voor algemenere feiten die niet uitdrukkelijk uit hun statuten volgen. Daarmee lijken de ontvankelijkheidseisen voor ngo's in dit soort procedures minder strikt dan voorheen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van niet-ambtelijke omkoping en veroordeling voor medeplegen van valsheid in geschrift bij valse facturen tussen gelieerde ondernemingen

Rechtbank Oost-Brabant 18 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4374

De rechtbank veroordeelt een verdachte voor het medeplegen van valsheid in geschrift en spreekt hem vrij van passieve niet-ambtelijke omkoping. De verdachte laat vanuit zijn persoonlijke holding twee valse facturen sturen aan de onderneming van zijn medeverdachte, voor in totaal ruim € 100.000, zonder dat daar werkzaamheden tegenover staan. Het geld is afkomstig van de onderneming waarvan de verdachte zelf mede-eigenaar is, vlak voordat deze wordt verkocht. De rechtbank oordeelt dat de betalingen geen giften of beloften in de zin van artikel 328ter Sr zijn, maar zelfverrijking ten koste van de eigen onderneming. De facturen zijn valselijk opgemaakt omdat de vermelde werkzaamheden en specificatie ontbreken. De rechtbank legt een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op, lager dan de eis, mede wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beoordeling van in beslag genomen facturen, overeenkomsten en correspondentie op verschoningsgerechtigdheid op grond van de artikelen 98 en 181 Sv

Rechtbank Rotterdam (rechter-commissaris in strafzaken) 2 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6512

De rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam beoordeelt in het onderzoek Sali welke tijdens een doorzoeking in beslag genomen fysieke stukken onder het verschoningsrecht vallen. De officier van justitie heeft op grond van artikel 181 Sv gevorderd dat de in een kantoorpand inbeslaggenomen stukken worden onderzocht op verschoningsgerechtigde informatie. De rechter-commissaris oordeelt dat een brief tussen de rechtbank en een advocaat geen verschoningsgerechtigd geschrift in de zin van artikel 98, eerste lid, Sv is, omdat correspondentie tussen anderen dan de verschoningsgerechtigde en zijn cliënt buiten het verschoningsrecht valt. Facturen en overeenkomsten waarin de door een verschoningsgerechtigde verrichte werkzaamheden zijn gespecificeerd, merkt hij wel als verschoningsgerechtigd aan. Ongespecificeerde facturen en stukken afkomstig van een organisatie zonder verschoningsgerechtigde medewerkers raken niet aan het vertrouwelijke karakter van de werkzaamheden en vallen daarom buiten het verschoningsrecht. De niet-verschoningsgerechtigde stukken worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam en de overige stukken aan de beslagene geretourneerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraffen en beroeps- en bestuursverboden voor goudfraude

Vier mannen en een vrouw zijn vandaag veroordeeld voor jarenlange goudfraude, door middel van de verkoop van zogenoemde Forward Gold Sales (FGS), en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank legt een 73-jarige en 60-jarige man een gevangenisstraf van 4 jaar op, een 59-jarige man krijgt een gevangenisstraf van 3,5 jaar opgelegd. Een 57-jarige man en 42-jarige vrouw worden veroordeeld tot respectievelijk 32 maanden en 21 maanden gevangenisstraf. Om frauduleuze praktijken te voorkomen krijgen ze alle vijf een beroeps- en bestuursverbod opgelegd van 7 dan wel 6 jaar. Als de zaak onherroepelijk is, moeten de vonnissen niet-geanonimiseerd openbaar gemaakt worden. Ook twee betrokken bv’s en twee andere personen krijgen straffen opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad over begin van uitvoering, bij poging tot wederrechtelijk verblijf op haventerrein

Hoge Raad 30 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1030

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een verdachte die door het gerechtshof Den Haag is veroordeeld voor een poging tot het wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen, gepleegd door twee of meer verenigde personen. De verdachte is met drie anderen midden in de nacht per taxi afgezet bij een besloten haventerrein op de Maasvlakte in Rotterdam, waar douaneambtenaren de vier mannen bij het hek aantreffen met onder meer een betonschaar, containerzegels en een tas met proviand. Het cassatiemiddel klaagt dat uit de bewijsvoering geen begin van uitvoering als bedoeld in artikel 45 lid 1 Sr kan worden afgeleid. De Hoge Raad zet uiteen dat artikel 138aa lid 2 Sr een strafverzwarende omstandigheid bevat en geen afzonderlijke strafbepaling, en dat het hof de kwalificatie heeft gebaseerd op artikel 138aa lid 1 en lid 3, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 45 lid 1 Sr. Het oordeel van het hof dat de gedragingen van de verdachte en de mededaders naar hun uiterlijke verschijningsvorm waren gericht op het gezamenlijk betreden van en verblijven op het haventerrein en een begin van uitvoering opleveren, getuigt volgens de Hoge Raad niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. De vastgestelde gedragingen lagen in tijd en plaats dicht bij en waren concreet gericht op het wederrechtelijk verblijf op het terrein.

Read More
Print Friendly and PDF ^