Psychische mishandeling is mishandeling, wetswijziging moet dit veranderen

Op 29 juni 2026 heeft het kabinet het wetsvoorstel ter verruiming van de strafbaarheid van psychisch geweld in consultatie gebracht. De consultatie loopt volgens het persbericht van de Rijksoverheid tien weken, waarna het kabinet zich over de adviezen buigt. Het voorstel wijzigt het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafrecht BES en het Wetboek van Strafvordering en bestaat uit vijf hoofdonderdelen: een zelfstandige strafbaarstelling van dwingende controle, een aanpassing van de strafbaarstelling van mishandeling zodat ook psychische mishandeling daaronder valt, een nieuwe gekwalificeerde vorm van doodslag, een strafbaarstelling van het dreigen met openbaarmaking van seksueel beeldmateriaal en het vervallen van het klachtvereiste bij belaging. De memorie van toelichting vermeldt dat het voorstel uitvoering geeft aan het Coalitieakkoord 2026-2030 en aan diverse aangenomen moties en toezeggingen over de aanpak van huiselijk geweld, kindermishandeling en femicide. De consultatie ging van start in dezelfde week waarin de Hoge Raad in zijn arrest van 30 juni 2026 oordeelde dat psychische mishandeling zonder fysiek aspect onder het huidige recht niet valt onder artikel 300 Sr en dat een eventuele uitbreiding van die strafbaarstelling aan de wetgever is. NOS

De aanleiding: een leemte in het huidige strafrechtelijk kader

Gedragingen die deel uitmaken van psychisch geweld worden op dit moment vervolgd op grond van dwang (artikel 284 Sr), bedreiging (artikel 285 Sr), belaging (artikel 285b Sr) of mishandeling (artikel 300 Sr). De memorie van toelichting beschrijft dat dit kader door het openbaar ministerie, de politie, Veilig Thuis en hulporganisaties als ontoereikend wordt ervaren, met name bij patroonmatig gedrag. Bedreiging is alleen strafbaar bij dreiging met de in artikel 285 Sr genoemde misdrijven, dwang en bedreiging zijn toegesneden op incidenten die op zichzelf ernstig genoeg zijn, en belaging vereist het oogmerk de ander te dwingen of vrees aan te jagen. Gedragingen die als losstaand incident niet strafbaar of strafwaardig zijn, zoals vernederen, kleineren of misleiden, maar die in samenhang leiden tot verregaande machtsuitoefening over een ander, passen daar volgens de toelichting niet goed in. Die bevindingen sluiten aan bij het WODC-onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen uit 2025 en bij kritiek van GREVIO, het toezichtsorgaan bij het Verdrag van Istanbul, op het ontbreken van een op psychisch geweld toegesneden strafbaarstelling in Nederland.

De Hoge Raad bevestigde in het hiervoor genoemde arrest van 30 juni 2026 dat het huidige artikel 300 Sr hiervoor geen grondslag biedt. Volgens het nieuwsbericht van de Hoge Raad bij dat arrest gaat het er bij mishandeling om dat de gedraging inwerkt op het lichaam van het slachtoffer; gedragingen zonder fysiek aspect die uitsluitend psychisch leed tot gevolg hebben, vallen niet onder het begrip mishandeling, en onder benadeling van de gezondheid in artikel 300, vierde lid, Sr valt niet de enkele benadeling van de geestelijke gezondheid. Gelet op de rechtspolitieke keuzes die een eventuele uitbreiding van de strafbaarstelling vergt, is het volgens de Hoge Raad aan de wetgever. Het concept-wetsvoorstel bevat die wetgevende reactie. Hoge Raad + 2

Dwingende controle: het voorgestelde artikel 285aa Sr

Kern van het voorstel is een nieuw artikel 285aa Sr, ondergebracht in de titel misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid. Strafbaar wordt degene die met het oogmerk macht over een persoon uit te oefenen die persoon stelselmatig vernedert, vrees aanjaagt, in diens vrijheid belemmert, misleidt of anderszins stelselmatig invloed uitoefent op die persoon. De memorie van toelichting, die als document bij de consultatie is gepubliceerd, omschrijft dwingende controle als een patroon van in aard en ernst variërende gedragingen die worden verricht om de ander te domineren. Het bestanddeel stelselmatig is ontleend aan de strafbaarstelling van belaging en doelt op gedrag van een bepaalde intensiteit, duur of frequentie. Met macht uitoefenen wordt bedoeld het op ongeoorloofde wijze controleren van het doen en laten van de ander, zodat die ernstig wordt beperkt in de uitoefening van diens vrije wil. Naar algemeen maatschappelijke maatstaven acceptabele gezagsuitoefening, zoals door een ouder over een kind of door een bewindvoerder, valt buiten de delictsomschrijving.

Voor strafbaarheid hoeft geen gevolg te worden bewezen. Niet vereist is dat het slachtoffer daadwerkelijk psychische schade heeft opgelopen of dat de dader daadwerkelijk macht heeft verkregen; voldoende is dat de gedragingen naar hun aard en omstandigheden geschikt zijn om het beoogde effect te bewerkstelligen en zijn verricht met het machtsoogmerk. De toelichting noemt als voorbeelden het beperken van bewegingsvrijheid, het monitoren via volgapps, camera's of trackers, het economisch afhankelijk maken van het slachtoffer, vernedering, dreigementen die op zichzelf niet strafbaar zijn en gaslighting als vorm van misleiding.

De strafbaarstelling is niet beperkt tot partnerrelaties. Volgens de toelichting zal zij naar verwachting vooral in die context een rol spelen, maar dwingende controle komt ook voor in de relatie tussen ouder en kind, in breder familieverband en in gesloten groeperingen. Uit de in de toelichting aangehaalde Prevalentiemonitor huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag 2024 blijkt dat één procent van de Nederlanders van zestien jaar en ouder, bijna 200.000 mensen onder wie ongeveer 130.000 vrouwen en 70.000 mannen, aangaf in de voorgaande twaalf maanden slachtoffer te zijn geweest van dwingende controle vanuit de huiselijke kring.

Strafmaximum, verjaring en samenloop

Op dwingende controle wordt gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie gesteld. Wordt het feit gepleegd tegen een persoon als bedoeld in artikel 304, eerste lid, onderdeel 1, Sr, kort gezegd in de huiselijke kring, dan wordt het gevangenisstrafmaximum met een derde verhoogd tot vijf jaren en vier maanden. De keuze voor vier jaren brengt mee dat voorlopige hechtenis kan worden toegepast en dat bijzondere opsporingsbevoegdheden kunnen worden ingezet. Bij minderjarige slachtoffers vangt de verjaringstermijn pas aan op de dag nadat het slachtoffer achttien jaar is geworden. Slachtoffers van dwingende controle krijgen via een wijziging van artikel 51e Sv spreekrecht.

Er bestaat volgens de toelichting geen specialiteitsverhouding tussen artikel 285aa Sr en andere strafbare feiten. Fysiek of seksueel geweld dat met het patroon samenvalt kan cumulatief ten laste worden gelegd, waarna de samenloopregeling van de artikelen 57 en verder Sr van toepassing is. Het gekozen strafmaximum ligt boven dat van eenvoudige mishandeling en belaging (drie jaren) en dwang (twee jaren) en sluit volgens de toelichting aan bij de gevangenisstrafmaxima van één tot vijf jaren die in omringende landen als België, Denemarken, Engeland en Wales en Frankrijk gelden voor vormen van psychisch geweld.

Psychische mishandeling in artikel 300, vierde lid, Sr

Het tweede onderdeel wijzigt artikel 300, vierde lid, Sr, zodat daarin komt te staan dat met mishandeling wordt gelijkgesteld opzettelijke benadeling van de lichamelijke of geestelijke gezondheid. Daarmee wordt psychische mishandeling onder de mishandelingsbepaling gebracht, het punt waarover de Hoge Raad oordeelde dat het huidige recht die ruimte niet biedt. Van benadeling van de geestelijke gezondheid is volgens de memorie van toelichting sprake als het slachtoffer als gevolg van het gedrag van de dader een erkende psychische aandoening heeft, omschreven in classificatiesystemen zoals de DSM of de ICD, bijvoorbeeld een angststoornis, een depressieve stoornis of een psychotrauma- of stressorgerelateerde stoornis. Het gevolg moet daadwerkelijk zijn ingetreden en redelijkerwijs aan de verdachte kunnen worden toegerekend; het enkele risico op schade volstaat niet. Bij zeer ernstige gedragingen kan de benadeling aan de hand van algemene ervaringsregels worden vastgesteld, bij minder ernstige gedragingen zijn nadere bewijsstukken nodig. Op verzoek van het openbaar ministerie wordt een wetenschappelijk standaardwerk ontwikkeld ter onderbouwing van de aannemelijkheid van schadelijke gevolgen van psychisch geweld.

De afbakening met dwingende controle zit in twee elementen. Voor psychische mishandeling is geen machtsoogmerk en geen stelselmatigheid vereist, maar wel een ingetreden gevolg; voor dwingende controle geldt het omgekeerde. De toelichting verwacht dat het gewijzigde artikel 300, vierde lid, Sr vooral toepassing zal vinden waar het machtsoogmerk of het patroon ontbreekt, zoals bij het vernederen of kleineren van kinderen, het getuige laten zijn van kinderen van huiselijk geweld en ernstige vormen van pestgedrag op school of op het werk.

Gekwalificeerde doodslag na dwingende controle of huiselijk geweld

Het derde onderdeel introduceert een nieuw artikel 287a Sr: doodslag vergezeld of voorafgegaan van dwingende controle of van mishandeling van een persoon in de huiselijke kring wordt bedreigd met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste dertig jaren, hetzelfde strafmaximum als voor moord. Het voorstel geeft hiermee uitvoering aan de motie Timmermans/Mutluer over aanvullende maatregelen tegen femicide. De toelichting wijst op cijfers van het CBS waaruit blijkt dat 53,7 procent van de vrouwen die in de periode 2014 tot en met 2024 in Nederland om het leven zijn gebracht, is gedood door de partner of ex-partner, en op onderzoek waarin dwingende controle geldt als risicofactor voor fataal partnergeweld. Zo kunnen volgens het persbericht van de Rijksoverheid personen die bijvoorbeeld hun (ex-)partner hebben omgebracht na een patroon van huiselijk geweld, maar bij wie voorbedachte raad niet kan worden aangetoond, toch zwaarder worden gestraft. NOS

Vereist is dat tussen de doodslag en de dwingende controle of mishandeling voldoende samenhang bestaat, zodat de doodslag kan worden gezien als de finale handeling in een escalerende geweldsspiraal. Niet vereist is dat degene die om het leven is gebracht ook degene is tegen wie de andere misdrijven waren gericht; de toelichting noemt het voorbeeld van de dader die dwingende controle uitoefent tegen de ex-partner en het gemeenschappelijke kind van het leven berooft.

Dreigen met openbaarmaking van seksueel beeldmateriaal

Aan artikel 254ba Sr, de strafbaarstelling van misbruik van seksueel beeldmateriaal, wordt een derde lid toegevoegd dat het dreigen met openbaarmaking van seksueel beeldmateriaal van een ander strafbaar stelt als seksueel misdrijf, met een gevangenisstrafmaximum van één jaar of geldboete van de vierde categorie. Dit onderdeel vloeit voort uit de motie Van der Werf over sextortion. Sextortion waarbij het dreigement als pressiemiddel wordt gebruikt kan volgens de toelichting al worden vervolgd als dwang (artikel 284 Sr) of afdreiging (artikel 318 Sr), en het afdwingen van seksuele interactie op afstand valt onder aanranding en verkrachting. Het nieuwe lid ziet op gevallen waarin wordt gedreigd zonder dat de dader iets van het slachtoffer verlangt, bijvoorbeeld om te pesten, vrees aan te jagen of wraak te nemen. Dergelijk gedrag is als losstaand incident nu niet strafbaar. Hulplijn Offlimits ontving in 2025 volgens het in de toelichting aangehaalde jaarverslag 2723 hulpvragen over sextortion, waarvan 387 gevallen alleen het dreigen betroffen.

Klachtvereiste bij belaging en Caribisch Nederland

Het klachtvereiste van artikel 285b, tweede lid, Sr komt te vervallen. Het openbaar ministerie kan daardoor bij een verdenking van belaging op eigen initiatief tot vervolging overgaan, ook wanneer het slachtoffer geen aangifte wil of kan doen; de wens van het slachtoffer wordt bij de vervolgingsbeslissing wel betrokken. Uit een verkenning in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid kwam volgens de toelichting naar voren dat aangifte doen voor slachtoffers van belaging vaak een te hoge drempel vormt, terwijl belaging een risicofactor is voor ernstig geweld.

De voorgestelde wijzigingen worden ook in Caribisch Nederland ingevoerd. Het Wetboek van Strafrecht BES krijgt een eigen strafbaarstelling van dwingende controle (artikel 313b Sr BES) en van misbruik van seksueel beeldmateriaal, een misdrijf dat daar nu ontbreekt. De gekwalificeerde doodslag wordt in Caribisch Nederland bedreigd met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste vierentwintig jaren, gelijk aan het daar geldende strafmaximum voor moord. Bij deze gelegenheid wordt de verjaringsregeling in Caribisch Nederland herzien, onder meer door de verjaringstermijnen voor seksuele misdrijven gelijk te trekken met de Europees Nederlandse regeling.

Afsluiting

Het concept-wetsvoorstel en de memorie van toelichting staan tien weken open voor reacties op internetconsultatie.nl en worden ter consultatie voorgelegd aan de betrokken organisaties. De uitvoerings- en financiële consequenties worden volgens de toelichting gedurende de consultatiefase in kaart gebracht en de consultatieparagraaf wordt na ontvangst van de adviezen ingevuld. Daarna volgt het reguliere wetgevingstraject, met advisering door de Afdeling advisering van de Raad van State en indiening bij de Tweede Kamer. De inwerkingtreding wordt bij koninklijk besluit bepaald en kan per onderdeel verschillen.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2026.

, ,
Print Friendly and PDF ^