Beoordeling van in beslag genomen facturen, overeenkomsten en correspondentie op verschoningsgerechtigdheid op grond van de artikelen 98 en 181 Sv

Rechtbank Rotterdam (rechter-commissaris in strafzaken) 2 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6512

De rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam beoordeelt in het onderzoek Sali welke tijdens een doorzoeking in beslag genomen fysieke stukken onder het verschoningsrecht vallen. De officier van justitie heeft op grond van artikel 181 Sv gevorderd dat de in een kantoorpand inbeslaggenomen stukken worden onderzocht op verschoningsgerechtigde informatie. De rechter-commissaris oordeelt dat een brief tussen de rechtbank en een advocaat geen verschoningsgerechtigd geschrift in de zin van artikel 98, eerste lid, Sv is, omdat correspondentie tussen anderen dan de verschoningsgerechtigde en zijn cliënt buiten het verschoningsrecht valt. Facturen en overeenkomsten waarin de door een verschoningsgerechtigde verrichte werkzaamheden zijn gespecificeerd, merkt hij wel als verschoningsgerechtigd aan. Ongespecificeerde facturen en stukken afkomstig van een organisatie zonder verschoningsgerechtigde medewerkers raken niet aan het vertrouwelijke karakter van de werkzaamheden en vallen daarom buiten het verschoningsrecht. De niet-verschoningsgerechtigde stukken worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam en de overige stukken aan de beslagene geretourneerd.

Inleiding en context

Onder leiding van de officier van justitie vindt in het onderzoek Sali een doorzoeking ter inbeslagneming plaats in een kantoorpand te Rotterdam, waarbij fysieke stukken in beslag worden genomen. De strafzaak richt zich tegen zes verdachten: drie natuurlijke personen en drie rechtspersonen. Het stuk betreft een proces-verbaal van bevindingen van de rechter-commissaris, zodat een tenlastelegging, bewezenverklaring en strafoplegging niet aan de orde zijn. De rechter-commissaris beoordeelt uitsluitend of de stukken verschoningsgerechtigde informatie bevatten.

Op 8 december 2025 vordert de officier van justitie op grond van artikel 181 Sv dat de rechter-commissaris de stukken onderzoekt. Omdat de verdediging aanvankelijk alleen kan aangeven dat zich ergens in het beslag mogelijk verschoningsgerechtigde informatie bevindt, bekijken de advocaten op 21 januari 2026 het fysieke beslag en wijzen zij de mogelijk verschoningsgerechtigde stukken aan. Deze blijven in drie enveloppen achter bij de geheimhoudermedewerkers van de FIOD. Op 12 maart 2026 wijst de rechter-commissaris de vordering gedeeltelijk toe en gaat hij over tot filtering van de aangewezen stukken.

Wettelijk kader

De beoordeling vindt plaats op grond van artikel 181 Sv in samenhang met artikel 98 Sv. De rechter-commissaris hanteert de standaardoverweging van de Hoge Raad dat het verschoningsrecht slechts ziet op wetenschap die een advocaat in de normale uitoefening van zijn beroep is toevertrouwd in het kader van zijn juridische dienstverlening aan een rechtzoekende die zich tot hem heeft gewend vanwege zijn hoedanigheid van advocaat. Hij verwijst naar ECLI:NL:HR:2016:110 voor de reikwijdte van correspondentie en naar ECLI:NL:GHAMS:2024:442 voor de beoordeling van ongespecificeerde facturen.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie vordert op grond van artikel 181 Sv dat de rechter-commissaris de in beslag genomen stukken onderzoekt op de aanwezigheid van verschoningsgerechtigde informatie. Het verzoekt de door de advocaten aangewezen stukken te beoordelen, nu niet vaststaat dat deze zijn aan te merken als object van de bevoegdheid van die advocaten zelf.

Standpunt van de verdediging

De verdediging geeft te kennen dat zich ergens in het fysieke beslag mogelijk verschoningsgerechtigde informatie bevindt en wijst, na inzage, de desbetreffende stukken aan. Een inhoudelijk verweer over de verschoningsgerechtigdheid van afzonderlijke stukken bevat het proces-verbaal niet.

Oordeel rechter-commissaris

De stukken worden na overdracht door een geheimhoudermedewerker in een kluis bewaard. De rechter-commissaris neemt kennis van de inhoud en beoordeelt deze per categorie.

Een brief van de rechtbank Den Haag, gericht aan een advocaat en betrekking hebbend op het beroep van een bedrijf, merkt de rechter-commissaris niet als verschoningsgerechtigd aan. Correspondentie tussen anderen dan de verschoningsgerechtigde en degene die zich tot hem heeft gewend betreft geen brief of geschrift als bedoeld in artikel 98, eerste lid, Sv. De enkele betrokkenheid van een verschoningsgerechtigde maakt de inhoud niet reeds daarom verschoningsgerechtigd.

Facturen afkomstig van personen met een functioneel verschoningsrecht die een beschrijving van de verrichte werkzaamheden bevatten, al dan niet met urenspecificatie, merkt de rechter-commissaris wel als verschoningsgerechtigd aan. Hetzelfde geldt voor een betalingsherinnering bij dergelijke facturen en voor overeenkomsten waarin de door een verschoningsgerechtigde te verrichten juridische werkzaamheden zijn omschreven.

Facturen afkomstig van een organisatie zonder verschoningsgerechtigde medewerkers, waarvan de werkzaamheden niet rechtstreeks verband houden met de taakuitoefening van een verschoningsgerechtigde, merkt de rechter-commissaris niet als verschoningsgerechtigd aan. Dat geldt ook voor een overeenkomst tussen die organisatie en een van de verdachten over het openen van bankrekeningen. Facturen van een verschoningsgerechtigde die geen urenspecificatie of beschrijving van de verrichte werkzaamheden bevatten, raken niet aan het vertrouwelijke karakter van die werkzaamheden en zijn evenmin verschoningsgerechtigd.

Conclusie

De rechter-commissaris bepaalt dat de stukken die niet als verschoningsgerechtigd zijn aangemerkt worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam en dat de als verschoningsgerechtigd aangemerkte stukken worden geretourneerd aan de beslagene.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^