Niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie wegens een onvolledig strafdossier waarin essentiële stukken ontbreken
/Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3736
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging omdat het volledige strafdossier zoekgeraakt is en niet kan worden teruggevonden. Het dossier waarover het hof beschikt bevat nog slechts enkele stukken over de benadeelde partijen en een uittreksel uit de justitiële documentatie. Vrijwel alle essentiële stukken ontbreken, waaronder het volledige proces-verbaal van het politieonderzoek en de betekeningsstukken van de dagvaarding in eerste aanleg. Naspeuringen bij de rechtbank en het Openbaar Ministerie hebben niets opgeleverd. Gelet op de ouderdom van de zaak en de al ondernomen pogingen acht het hof aanhouding niet meer aan de orde. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.
Inleiding en context
De zaak betreft het hoger beroep van de verdachte, een natuurlijk persoon geboren in 1970, tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 13 november 2015. Bij de behandeling in hoger beroep blijkt het strafdossier zoek te zijn. Het dossier bevat een bericht van de rechtbank waaruit volgt dat het dossier niet meer te vinden is en dat er geen kopieën beschikbaar zijn. Ook naspeuringen bij het Openbaar Ministerie leveren het dossier niet op. Het hof betrekt bij zijn beslissing wat op de zitting van 26 mei 2026 is besproken. Namens de benadeelde partijen is een gemachtigde verschenen.
Tenlastelegging en wettelijk kader
De inhoud van de tenlastelegging blijkt niet uit de aangeleverde tekst. Het volledige proces-verbaal van het politieonderzoek ontbreekt, evenals de overige processtukken op grond waarvan het verwijt aan de verdachte kan worden vastgesteld. De aanwezigheid van benadeelde partijen wijst op een delict met benadeelden, maar de uitspraak vermeldt niet welke feiten zijn tenlastegelegd of welke wetsartikelen aan de orde zijn.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal vordert dat het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaart in de vervolging. Een strafeis is niet aan de orde.
Standpunt van de verdediging
Namens de verdachte voert zijn raadsman verweer. De inhoud van dat verweer blijkt niet uit de aangeleverde tekst.
Oordeel gerecht
Het hof constateert dat het strafdossier niet compleet is. Hoewel via de gemachtigde van de benadeelde partijen in hoger beroep de dagvaarding nog aan het dossier is toegevoegd, ontbreken vrijwel alle essentiële stukken. Het hof noemt in het bijzonder het volledige proces-verbaal van het politieonderzoek en de betekeningsstukken van de dagvaarding in eerste aanleg. Het dossier waarover het hof beschikt, bevat nog slechts enkele stukken over de benadeelde partijen en een uittreksel uit de justitiële documentatie van de verdachte van 24 april 2026. Aanhouding van de zaak om opnieuw te trachten het dossier te achterhalen acht het hof niet meer aan de orde, gelet op de ouderdom van de zaak en de pogingen die al zijn ondernomen om het dossier te vinden. Op grond daarvan verklaart het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Bewezenverklaring
Doordat het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaart, komt het niet toe aan een bewezenverklaring.
Strafoplegging en maatregelen
Doordat het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaart, komt het niet toe aan een strafoplegging of het opleggen van maatregelen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland en verklaart het Openbaar Ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.
Lees hier de volledige uitspraak.
