Drie verdachten aangehouden voor grootschalige btw-fraude en witwassen

De FIOD heeft op 12 mei drie personen in een strafrechtelijk onderzoek naar btw-fraude en witwassen. Een 59-jarige man uit Doetinchem wordt verdacht van het opzetten en aansturen van een frauduleus netwerk met katvangers. Daarnaast zijn een man (59 jaar) en een vrouw (43 jaar) aangehouden die worden verdacht van witwassen. In het kader van het onderzoek zijn twee woningen in Doetinchem doorzocht. Het onderzoek richt zich op een constructie waarin structureel misbruik zou zijn gemaakt van personen die fungeerden als katvangers.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AG: inzet Awb-toezichtbevoegdheden bij integrale controle levert geen vormverzuim op

AG Paridaens concludeert in een cassatiezaak naar aanleiding van een integrale controle in Wijchen, waarbij in een bedrijfspand een drugslab werd aangetroffen. De verdediging stelde dat de gemeente haar bestuursrechtelijke toezichtbevoegdheden had misbruikt voor strafrechtelijke doeleinden en bepleitte op die grond bewijsuitsluiting. Volgens de AG levert het enkele feit dat sprake is van signalen van ondermijning en samenwerking met de politie geen schending van artikel 1:6 Awb op. Pas wanneer toezichtbevoegdheden uitsluitend voor opsporing in de zin van artikel 132a Sv worden ingezet, ontstaat een vormverzuim, en daarvan is bij een integrale controle niet snel sprake. De Hoge Raad doet naar verwachting op 7 juli 2026 uitspraak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Collectieve actie voor personenschade van benadeelde partijen in het strafproces?

In deze bijdrage richt ik mij op de positie van een stichting of vereniging die op grond van artikel 3:305a BW (hierna: 305a-organisatie) ten behoeve van partijen die benadeeld zijn door de verdachte (hierna: benadeelde(n) of slachtoffer(s)) hun schadevergoeding vordert bij de strafrechter. Met de ­inwerkingtreding van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA)-regeling per 1 januari 2020 kunnen 305a-organisaties (verenigingen en stichtingen) collectieve schadevergoedingsvorderingen instellen bij de rechter. Het verbod op het instellen van een rechtsvordering tot schade­vergoeding in geld (art. 3:305a lid 3 (oud) BW) is hiermee vervallen. In de meeste gevallen wordt deze collectieve schade­vergoedings­vordering ingesteld bij de burgerlijke rechter. Echter, benadeelden die rechtstreeks schade hebben geleden door een strafbaar feit kunnen zich met hun civiele schade­vergoedingsvordering voegen in het strafproces. Deze benadeelden zijn alleen ontvankelijk in hun vordering als de verdachte enige straf of maatregel wordt opgelegd en de schade rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit.Daarnaast kan de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard omdat de behandeling ervan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank veroordeelt BOA en zijn opdrachtgever voor omkoping en computervredebreuk rond illegale kentekenbevragingen: ook bevragingen tijdens werktijd kwalificeren als binnendringen met valse sleutel

Rechtbank Oost-Brabant 30 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2732 (de BOA) en ECLI:NL:RBOBR:2026:2737 (de opdrachtgever).

De rechtbank veroordeelt een buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeenten Helmond en Meierijstad en zijn opdrachtgever voor omkoping rondom illegale kentekenbevragingen. De boa heeft tegen betaling van € 20 tot € 30 per kenteken vertrouwelijke gegevens in gemeentelijke applicaties geraadpleegd en deze aan zijn opdrachtgever verstrekt. De opdrachtgever heeft die gegevens via Telegramgroepen voor € 80 per kenteken aan derden aangeboden. De rechtbank kwalificeert ook de bevragingen tijdens werktijd als computervredebreuk, omdat de boa zijn autorisatie heeft misbruikt en zijn inloggegevens daarmee op die momenten als valse sleutel hebben te gelden. De boa krijgt vijftien maanden gevangenisstraf waarvan vijf voorwaardelijk en een ambtsverbod van vijf jaren. De opdrachtgever krijgt twaalf maanden waarvan vier voorwaardelijk, mede vanwege het voorhanden hebben van een gasdrukpistool.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Slachtoffer en benadeelde partij in 7 mei 2026 Tweede aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering : financiële uitkering, zelfstandig hoger beroep en zes versterkingen

In de tweede aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering krijgt het slachtoffer en de benadeelde partij in zes onderdelen een verdere versterking van de positie binnen het strafproces. Voor de bijzonder-strafrechtspraktijk zijn met name de uitwerking van het zelfstandig hoger beroep van de benadeelde partij in de artikelen 5.4.36a tot en met 5.4.36d en de geheel nieuwe regeling van een financiële uitkering wegens niet-naleving van wettelijke voorschriften jegens het slachtoffer in Hoofdstuk 7 van Boek 6 relevant.

Read More
, , ,
Print Friendly and PDF ^

Twaalf maanden gevangenisstraf en vijfjarig bestuursverbod voor dakdekker die 61 klanten oplichtte met aanbetalingsconstructie

Rechtbank Amsterdam 2 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3315

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een dakdekker tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, voor het oplichten van 61 klanten van zijn dakdekkersbedrijf. De verdachte ontving in een halfjaar tijd ruim € 278.000 aan aanbetalingen voor werkzaamheden die hij nooit voornemens was uit te voeren. Naast de hoofdstraf legt de rechtbank een bestuursverbod van vijf jaar op en gelast openbaarmaking van het vonnis via de Kamer van Koophandel. De verweren over vertegenwoordigingsbevoegdheid en samenloop met een civiele procedure worden verworpen. Eenenzestig vorderingen van benadeelde partijen worden geheel of gedeeltelijk toegewezen, met de schadevergoedingsmaatregel als extra waarborg. De rechtbank matigt de gijzeling evenredig tot het wettelijke maximum van 365 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Rotterdam: onderzoeksbureau aansprakelijk voor onzorgvuldig klachtonderzoek

De rechtbank Rotterdam heeft een onderzoeksbureau veroordeeld tot € 29.302,09 schadevergoeding en intrekking van zijn klachtonderzoeksrapport, op straffe van een dwangsom van € 10.000 per dag (max. € 100.000). Het bureau handelde onrechtmatig door klager en aangeklaagde niet in elkaars aanwezigheid te horen en door conclusies te baseren op niet-onderbouwde persoonsbeelden. De vermogensschade is begroot via de leer van de kansschade (Deloitte/Hassink): een geschatte kans van 15% dat een rechtmatig onderzoek het ontbindingsverzoek had voorkomen. Daarnaast is € 2.500 immateriële schade toegekend wegens aantasting in de persoon (art. 6:106 BW). Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk bevestigt het vonnis dat onderzoeksbureaus civielrechtelijk aansprakelijk zijn als hun klachten- of integriteitsonderzoek de zorgvuldigheidsnorm schendt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Nep-ambulanceverpleegkundige veroordeeld: vijftien maanden gevangenisstraf en beroepsverbod voor onbevoegd verrichten van medische handelingen

Rechtbank Noord-Nederland 17 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1259

De rechtbank Noord-Nederland veroordeelt een jonge man die zich gedurende lange tijd onbevoegd voordoet als ambulanceverpleegkundige en politieagent. Hij rijdt rond in een nauwelijks van echt te onderscheiden ambulancevoertuig, voorzien van blauw licht en sirene. De verdachte verricht daadwerkelijk medische handelingen bij een slachtoffer en veroorzaakt daarmee een aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid. Daarnaast verduistert hij goederen van het Rode Kruis, vervalst hij meerdere documenten en maakt hij zich schuldig aan diefstal en heling. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van vijftien maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en dadelijke uitvoerbaarheid. Daarnaast volgt een beroepsverbod in de individuele gezondheidszorg voor drie jaren en een geldboete per overtreding van € 250.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vergoeding van misdrijfschade: naar een trauma-geïnformeerde aanpak

De mogelijkheden voor slachtoffers en nabestaanden van criminaliteit om misdrijfschade geheel of gedeeltelijk vergoed te krijgen, zijn de afgelopen decennia fors uitgebreid. Allereerst is het door de inwerkingtreding van de Wet Terwee halverwege de jaren negentig voor hen aantrekkelijker geworden om zich in het strafproces te voegen als benadeelde partij; de hoogte van het bedrag waarvoor zij schadevergoeding kunnen vorderen, is sindsdien niet meer tot een maximum beperkt. Dit betekent dat ook vorderingen van hoge schadebedragen aan de strafrechter kunnen worden voorgelegd. Daarnaast heeft de wet ook de voorwaarden waaronder slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven een financiële tegemoetkoming uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven kunnen krijgen voor psychisch letsel versoepeld; het vereiste dat dit letsel het gevolg moest zijn van door het misdrijf veroorzaakt fysiek letsel kwam te vervallen. Ten slotte heeft ook de inwerkingtreding van de Wet vergoeding affectieschade in 2019 de mogelijkheden tot het verkrijgen van een schadevergoeding via het strafproces en een tegemoetkoming uit het genoemde schadefonds vergroot. Dit soort schade kwam daarvoor immers niet voor zo’n vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking. Met name voor de nabestaanden van door een misdrijf overleden slachtoffers is deze wetswijziging erg belangrijk geweest. Hoewel geld nooit het verdriet en de pijn kan wegnemen die met het verlies van een dierbare gepaard gaan, kan het voor hen wel voelen als een bron van erkenning.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het nemo tenetur-beginsel en het dilemma van de gedaagde verdachte

Hoewel het zijn van verdachte in zijn algemeenheid al nicht unkompliziert is, krijgen sommige verdachten te maken met aanvullende juridische procedures die hun positie er niet bepaald eenvoudiger op kunnen maken. De casus die ten grondslag lag aan het in deze bijdrage te bespreken arrest van de Hoge Raad illustreert dat. Het arrest draait om een verdachte die niet alleen strafrechtelijk vervolgd wordt, maar tegelijkertijd in een civiele procedure is betrokken door het (beweerdelijke) slachtoffer van het feit waar de strafrechtelijke vervolging op ziet. Deze ‘gedaagde verdachte’ krijgt een aanvullend dilemma voor de kiezen: voert hij verweer in de civiele procedure, dan kan alles wat hij aanvoert tegen hem worden gebruikt in zijn strafzaak, terwijl hij in die strafzaak nu juist gebruik kan maken van zijn recht om te zwijgen (art. 29 Wetboek van ­Strafvordering; Sv). Voert hij daarentegen geen (of onvoldoende) verweer in de civiele zaak, dan moeten de vorderingen van het slachtoffer in principe worden toegewezen (art. 149 Rv).

Read More
Print Friendly and PDF ^