Artikel: Collectieve actie voor personenschade van benadeelde partijen in het strafproces?
/In deze bijdrage richt ik mij op de positie van een stichting of vereniging die op grond van artikel 3:305a BW (hierna: 305a-organisatie) ten behoeve van partijen die benadeeld zijn door de verdachte (hierna: benadeelde(n) of slachtoffer(s)) hun schadevergoeding vordert bij de strafrechter. Met de inwerkingtreding van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA)-regeling per 1 januari 2020 kunnen 305a-organisaties (verenigingen en stichtingen) collectieve schadevergoedingsvorderingen instellen bij de rechter. Het verbod op het instellen van een rechtsvordering tot schadevergoeding in geld (art. 3:305a lid 3 (oud) BW) is hiermee vervallen. In de meeste gevallen wordt deze collectieve schadevergoedingsvordering ingesteld bij de burgerlijke rechter. Echter, benadeelden die rechtstreeks schade hebben geleden door een strafbaar feit kunnen zich met hun civiele schadevergoedingsvordering voegen in het strafproces. Deze benadeelden zijn alleen ontvankelijk in hun vordering als de verdachte enige straf of maatregel wordt opgelegd en de schade rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit.Daarnaast kan de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard omdat de behandeling ervan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.
Lees verder:
Collectieve actie voor personenschade van benadeelde partijen in het strafproces? door T.M.C. Arons in Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade
