Hof 's-Hertogenbosch stelt prejudiciele vragen aan Hoge Raad over extraterritoriale rechtsmacht bij valsheid in geschrift in nareisprocedure

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:724

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch legt bij tussenarrest van 17 maart 2026 prejudiciele vragen voor aan de Hoge Raad over de reikwijdte van artikel 4, aanhef en onderdeel d, van het Wetboek van Strafrecht. De zaak betreft een verdachte met de Syrische nationaliteit die in Turkije een formulier van de IND valselijk zou hebben opgemaakt in het kader van een nareisprocedure strekkende tot gezinshereniging. Centraal staat de vraag of Nederland extraterritoriale rechtsmacht heeft wanneer valsheid in geschrift wordt gepleegd jegens een formulier van de IND, buiten Nederlands grondgebied, door een niet-Nederlander. Het hof verwijst naar twee onherroepelijke arresten van het gerechtshof Den Haag waarin die rechtsmacht werd ontkend, omdat de valsheid niet zou zijn gepleegd "tegen" een Nederlandse overheidsinstelling in de zin van het beschermingsbeginsel. Beide procespartijen hebben zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het hof schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd in afwachting van de beantwoording door de Hoge Raad.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens medeplegen van oplichting: gemeente benadeeld door onterechte loonkostensubsidie via fictief bedrijf

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1754

Het gerechtshof veroordeelt een verdachte voor het medeplegen van oplichting van een gemeente door middel van onterecht verkregen loonkostensubsidie. De verdachte richtte samen met medeverdachten een bedrijf op en diende met valse arbeidsovereenkomsten een aanvraag voor loonkostensubsidie in, terwijl hij wist dat hij hier geen recht op had. In totaal wordt een bedrag van circa 19.891 euro aan subsidiegeld onterecht uitbetaald. Het hof acht medeplegen bewezen op grond van verklaringen van medeverdachten, bankgegevens en de aangifte van de benadeelde gemeente. Vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep legt het hof een geheel voorwaardelijke taakstraf van 75 uren op met een proeftijd van een jaar. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen tot een bedrag van 4.972,80 euro, waarvoor de verdachte hoofdelijk aansprakelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Den Haag gelast strafvervolging voor weigering niqabdraagster in viszaak: maatschappelijk belang bij duidelijkheid over reikwijdte artikel 429quater Sr

Gerechtshof Den Haag 2 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:370

Het Gerechtshof verklaart een artikel 12 Sv-klacht gegrond en gelast de strafvervolging van een viszaakeigenaar voor beroepsmatige discriminatie wegens godsdienst. De beklaagde weigert in september 2022 een vrouw met een niqab te helpen in zijn zaak, waarna zij aangifte doet van discriminatie op grond van artikel 429quater Sr. De officier van justitie seponeert de zaak omdat een rechtvaardigingsgrond aanwezig zou zijn, maar het hof oordeelt dat voldoende aanknopingspunten bestaan voor een succesvolle strafvervolging. Het hof acht vervolging ook opportuun, omdat in de samenleving onduidelijkheid bestaat over de reikwijdte van de strafbaarstelling van beroepsmatige discriminatie in relatie tot gezichtsbedekkende kleding. De verschillende en wisselende gronden die het Openbaar Ministerie aanvoert voor de niet-vervolging bevestigen volgens het hof de noodzaak van rechterlijke oordeelsvorming. Het hof benadrukt dat een strafvervolging dient ter verduidelijking van de norm, zowel voor dit individuele geval als voor de samenleving als geheel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verduistering van ruim € 106.000 van hoogbejaard slachtoffer door financieel beheerder, gecombineerd met zorgfraude en valsheid in geschrift

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 februari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:659

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een vrouw voor de verduistering van ruim € 106.000 van een hoogbejaarde en kwetsbare man wiens financien zij als zaaksbeheerder beheert. De verduistering vindt plaats over een periode van meer dan vijf jaar, van 2014 tot en met 2019. Daarnaast maakt de verdachte zich schuldig aan oplichting van een zorgverzekeraar voor ruim € 8.700 door het indienen van twintig vervalste zorgdeclaraties en aan het aanwezig hebben van cocaine. De dochter en enig erfgenaam van het inmiddels overleden slachtoffer wordt niet-ontvankelijk verklaard als benadeelde partij, maar het hof legt wel de schadevergoedingsmaatregel op van € 106.259,13, die door erfopvolging aan de erfgenaam toekomt. Het hof legt een gevangenisstraf op van 9 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, en een taakstraf van 120 uren. Het hof wijkt hiermee af van zowel de straf in eerste aanleg als van de vordering van de advocaat-generaal.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet deugdelijk afgedekte losse lading: hof oordeelt dat gevaar voor afvallen of wegwaaien van maiskolven voldoende is onderbouwd

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1055

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigt een Wahv-sanctie van € 307,50 voor het rijden met niet deugdelijk afgedekte losse lading maiskolven op een aanhangwagen. De betrokkene betwist dat gevaar bestond voor afvallen of wegwaaien van de lading en beroept zich op een eerdere uitspraak van het hof over het vervoer van bieten. Het hof oordeelt dat uit de verklaring van de verbalisant, het aanvullend proces-verbaal en de foto's in het dossier voldoende blijkt dat gevaar kon ontstaan. De lading kwam boven de schotten uit, was niet afgedekt met een net en stukken maiskolven lagen reeds verspreid op het wegdek. Het beroep op het eerdere arrest slaagt niet, omdat die zaak betrekking heeft op een andere lading en een andere beladingssituatie. Het hof bekrachtigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Read More
Print Friendly and PDF ^