Ontslag van alle rechtsvervolging bij verdenking onjuiste aangifte omzetbelasting

Gerechtshof Den Haag 9 juni 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1909

Het gerechtshof oordeelt in hoger beroep over een natuurlijke persoon die als feitelijke leidinggever wordt vervolgd voor het opzettelijk onjuist doen van aangifte omzetbelasting door zijn vennootschap (feit 1) en voor faillissementsfraude (feit 2). Het hof verwerpt de verweren dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is wegens vereenzelviging van de verdachte met de vennootschap en wegens schending van het Protocol AAFD. Voor feit 2 volgt vrijspraak, omdat niet bewezen is dat de verdachte omstreeks mei 2017 al wist dat het faillissement voorzienbaar was en dat de schuldeisers benadeeld zouden worden. Feit 1 acht het hof wettig en overtuigend bewezen. De tenlastelegging is echter gebaseerd op de tekst van artikel 68, eerste lid (oud) AWR zoals die gold tot 1 januari 1998, met het inmiddels vervangen gevolgbestanddeel. Omdat die delictsomschrijving ten tijde van het bewezenverklaarde niet meer geldt, kan het feit niet worden gekwalificeerd en wordt de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van zwembadexploitant voor dood door schuld na verdrinking van niet-zwemvaardige volwassen bezoeker

Gerechtshof Amsterdam 2 juli 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1762

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt de exploitant van een Amsterdams zwembad, een besloten vennootschap, voor dood door schuld na de verdrinking van een volwassen man in het 25-meterbad op 25 november 2018. De man, deelnemer aan een zwemproject voor vluchtelingen, meldt zich met een lesbrief bij de receptie, koopt een toegangskaartje en wordt kort daarna bewusteloos uit het diepe deel van het bad gehaald, waarna hij een dag later in het ziekenhuis overlijdt. Het hof oordeelt dat op de exploitant een bijzondere zorgplicht rust voor bezoekers die niet of onvoldoende zwemvaardig zijn, ook buiten de zwemlessen. De exploitant schiet op meerdere essentiële punten tekort: het Toezichtplan is onvoldoende bekend bij het personeel, bij het 25-meterbad staan onvoldoende gekwalificeerde toezichthouders, medewerkers zijn onvoldoende geïnstrueerd over niet-zwemvaardige volwassenen en het vluchtelingenprogramma, en de portofoons functioneren niet. Van de deelverwijten over de huisregels in andere talen, de defecte lamellen en de ontbrekende drijflijn, en van medeplegen, wordt vrijgesproken. Het hof legt een geldboete van € 20.000 op en beslist niet meer op de vorderingen van de nabestaanden, omdat die na een vaststellingsovereenkomst zijn ingetrokken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie wegens absolute verjaring en vrijspraak van witwassen omdat de verweten handelingen samenvallen met het gronddelict verduistering

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3973

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden buigt zich in hoger beroep over een zaak waarin de verdachte in eerste aanleg werd veroordeeld voor verduistering en witwassen rond een aanbetaling van € 400.000 voor de financiering van een scheepswerf. Sinds de pleegdata in maart 2013 zijn meer dan twaalf jaren verstreken, waardoor het recht tot strafvervolging voor de verduistering en het schuldwitwassen is verjaard. Het hof verklaart het Openbaar Ministerie voor die feiten niet-ontvankelijk. Voor het witwassen van het resterende geldbedrag van € 172.040 spreekt het hof de verdachte vrij. Het hof stelt vast dat wel sprake is geweest van verduistering, maar dat de verweten handelingen daarvan onderdeel uitmaken. Na de voltooiing van die verduistering blijkt niet dat de verdachte nog zelfstandige witwashandelingen heeft verricht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie wegens een onvolledig strafdossier waarin essentiële stukken ontbreken

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3736

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging omdat het volledige strafdossier zoekgeraakt is en niet kan worden teruggevonden. Het dossier waarover het hof beschikt bevat nog slechts enkele stukken over de benadeelde partijen en een uittreksel uit de justitiële documentatie. Vrijwel alle essentiële stukken ontbreken, waaronder het volledige proces-verbaal van het politieonderzoek en de betekeningsstukken van de dagvaarding in eerste aanleg. Naspeuringen bij de rechtbank en het Openbaar Ministerie hebben niets opgeleverd. Gelet op de ouderdom van de zaak en de al ondernomen pogingen acht het hof aanhouding niet meer aan de orde. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vernietiging van niet-ontvankelijkverklaring: hof oordeelt dat de verjaring is gestuit en wijst de zaak terug naar de rechtbank

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 juni 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1634

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigt op 16 juni 2026 een vonnis van de rechtbank Oost-Brabant waarbij de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard wegens verjaring van de ten laste gelegde feiten. Het gaat om verduistering in dienstbetrekking, (gewoonte)witwassen en faillissementsfraude, gepleegd in 2008 en 2009. Voor alle feiten geldt een verjaringstermijn van twaalf jaren, die in beginsel afliep op 21 respectievelijk 22 oktober 2021. Het hof oordeelt dat de verjaring tijdig is gestuit door drie daden van vervolging: het ad-hocbesluit van de Stuur- en Weegploeg van 15 mei 2017, het Europees Onderzoeksbevel aan de Spaanse autoriteiten van 14 augustus 2017 en het betrekken van de rechter-commissaris na de onderzoekswensenbrief van 7 augustus 2019. Het hof verklaart de officier van justitie alsnog ontvankelijk in de strafvervolging en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Raadsheer-commissaris acht inbeslagneming van medische gegevens mogelijk maar wijst verstrekking en voeging aan het dossier af

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4208

De raadsheer-commissaris van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beslist over in beslag genomen medische gegevens van een verdachte, verstrekt door de directeur Zorg en Behandeling van een penitentiaire inrichting na een vordering ex artikel 105 Sv. De gegevens zijn afkomstig van geheimhouders aan wie een verschoningsrecht toekomt, terwijl onduidelijk blijft of zij dat recht hebben ingeroepen en of de verstrekking met toestemming van de verdachte is gebeurd. De advocaat-generaal wil de informatie aan het dossier toegevoegd zien met het oog op de toerekeningsvatbaarheid en een mogelijke psychische stoornis ten tijde van het tenlastegelegde. De raadsheer-commissaris acht de inbeslagneming op zichzelf mogelijk en acht zich bevoegd te beslissen over verstrekking. Bij de belangenafweging weegt hij het belang van de verdachte bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en het medisch beroepsgeheim zwaar. Hij wijst het verzoek tot verstrekking en voeging van de medische stukken aan het dossier af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onbevoegdverklaring van het hof bij een verzoek om schadevergoeding ex artikel 533 Sv na intrekking van het hoger beroep door het Openbaar Ministerie

Gerechtshof Den Haag 26 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:541

Het Gerechtshof Den Haag verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van een verzoek om schadevergoeding voor ondergaan voorarrest op grond van artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering. Verzoeker is door de rechtbank Rotterdam ontslagen van alle rechtsvervolging, waarna het Openbaar Ministerie hoger beroep instelt en dit voor de eerste behandeling bij het hof weer intrekt. Omdat de intrekking plaatsvindt voordat de zaak wordt uitgeroepen, is volgens het hof het gerecht in feitelijke aanleg bevoegd waarvoor de zaak laatstelijk werd vervolgd. Het hof stelt de intrekking van het hoger beroep gelijk aan de situatie waarin geen hoger beroep is ingesteld, onder verwijzing naar artikel 529 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering en eerdere rechtspraak. Dat verzoeker reeds was gedagvaard, maakt dit niet anders. Het hof verwijst het verzoek naar de raadkamer van de rechtbank Rotterdam ter verdere afdoening.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijking van de hoofdregel dat het Openbaar Ministerie een vóór de kenbare ontbinding gedagvaarde rechtspersoon mag vervolgen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3530

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de verdere vervolging van een rechtspersoon die in eerste aanleg was veroordeeld voor gewoontewitwassen. De rechtspersoon is na faillissement ontbonden en opgehouden te bestaan. Tussen het vermoedelijk begane feit en de behandeling in hoger beroep is ruim tien jaar verstreken. De bedrijfsactiviteiten zijn niet voortgezet en er zijn geen liquide middelen. De advocaat-generaal vordert niet-ontvankelijkheid wegens het ontbreken van belang. Het hof wijkt op grond van specifieke omstandigheden af van de hoofdregel, vernietigt het vonnis en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beleggingsfraude: hof houdt beslag op vastgoed in stand ondanks verkoop aan derde

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3465

Het OM legde in de zomer van 2023 strafvorderlijk beslag op een appartementencomplex in Tiel, omdat de eigenaar verdachte is in een onderzoek naar beleggingsfraude. Daarna verhuurde de eigenaar de appartementen en verkocht het complex aan een derde. Die koper vorderde in kort geding opheffing van de beslagen tegen vervangende zekerheid voor de koopsom. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wijst dat af: het OM hoeft de beslagen niet op te heffen. Als de huur en verkoop later een schijnconstructie blijken, kan een onverhuurd complex namelijk veel meer opbrengen dan de aangeboden zekerheid.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schuldigverklaring zonder strafoplegging voor ambtelijke omkoping van een kapster in een penitentiaire inrichting

Het gerechtshof Amsterdam verklaart een gedetineerde schuldig aan actieve ambtelijke omkoping omdat hij een kapster in de penitentiaire inrichting geld biedt om goederen voor hem naar binnen te smokkelen. De kapster neemt tegen betaling onder meer drank, hasj, sigaretten, een USB-stick en een telefoonoplader mee de gevangenis in. Het hof oordeelt dat de kapster als ambtenaar moet worden aangemerkt, omdat zij onder toezicht en verantwoordelijkheid van de overheid een taak met openbaar karakter uitvoert binnen de inrichting. Van het tenlastegelegde medeplegen wordt de verdachte vrijgesproken. Het hof acht de door de politierechter opgelegde taakstraf in beginsel passend, maar wijkt daarvan af. Wegens een recentelijk onherroepelijk opgelegde TBS-maatregel in een andere strafzaak, een overschrijding van de redelijke termijn met twee jaar en één maand en toepassing van artikel 63 Sr legt het hof op grond van artikel 9a Sr geen straf of maatregel op.

Read More
Print Friendly and PDF ^