Procesafspraken in hoger beroep: voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete voor feitelijk leidinggeven aan onjuiste aangiften omzetbelasting en medeplegen van gewoontewitwassen

Gerechtshof Den Haag 28 augustus 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2939

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt op 28 augustus 2026 een verdachte voor feitelijk leidinggeven aan het onjuist doen van aangiften omzetbelasting door twee rechtspersonen, feitelijk leidinggeven aan het verstrekken van valse facturen aan de Belastingdienst en medeplegen van gewoontewitwassen. De zaak wordt in hoger beroep afgedaan op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte, neergelegd in een overeenkomst van 4 maart 2026. Het hof toetst de afspraken aan het kader van de Hoge Raad van 27 september 2022 en stelt vast dat de verdachte vrijwillig en adequaat voorgelicht met de afspraken instemt. Bij feit 4 komt het hof op een gering onderdeel tot een andere bewezenverklaring dan de rechtbank: de verdachte wast middellijk uit misdrijf verkregen geldbedragen wit door de uitbetaalde voorbelasting door te sluizen naar andere bankrekeningen. De redelijke termijn in hoger beroep is met ruim zes jaren overschreden, wat volgens het hof voldoende is verdisconteerd in de overeengekomen afdoening. Het hof legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met een proeftijd van twee jaren op en een geldboete van € 5.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Tussenarrest over de verenigbaarheid van ANPR-kentekenregistratie op grond van artikel 126jj Sv met artikel 8 EVRM en de artikelen 7 en 8 Handvest

Gerechtshof Den Haag 29 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2898

Het Gerechtshof Den Haag wijst een tussenarrest in de collectieve civiele procedure van Stichting Privacy First tegen de Staat over de vastlegging van kentekengegevens met ANPR-camera's op grond van artikel 126jj Sv. Het hof oordeelt dat de Staat vooralsnog onvoldoende onderbouwt dat de inmenging in het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer noodzakelijk is in een democratische samenleving en stelt de Staat in de gelegenheid nadere gegevens in het geding te brengen. Het hof verwerpt de stelling dat de inmenging niet bij wet is voorzien, ook ten aanzien van de mobiele camera's en het cameraplan. Het hof oordeelt dat de huidige waarborgen tekortschieten, omdat het bevel tot raadpleging van de gegevens wordt gegeven door de officier van justitie en niet door een rechter of een andere onafhankelijke entiteit. Het hof oordeelt dat ook de plaatsing van de camera's onderworpen moet zijn aan onafhankelijke toetsing en dat de monitoring van de logbestanden onvoldoende is. Het hof verwijst de zaak naar de rol van 13 oktober 2026 en houdt iedere verdere beslissing aan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete na procesafspraken in hoger beroep voor feitelijk leidinggeven aan onjuiste aangiften omzetbelasting en medeplegen van gewoontewitwassen

Gerechtshof Den Haag 28 augustus 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2939

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt op 28 augustus 2026 een verdachte voor feitelijk leidinggeven aan het onjuist doen van aangiften omzetbelasting en het verstrekken van valse facturen aan de Belastingdienst, en voor medeplegen van gewoontewitwassen. Het Openbaar Ministerie en de verdachte hebben in hoger beroep procesafspraken gemaakt, neergelegd in een overeenkomst van 4 maart 2026. Het hof toetst die afspraken aan het kader van de Hoge Raad van 27 september 2022 en stelt vast dat de verdachte vrijwillig en na adequate voorlichting door zijn raadsman heeft ingestemd. Bij feit 4 komt het hof op een gering onderdeel tot een andere bewezenverklaring dan de rechtbank, zonder gevolgen voor de kwalificatie en binnen de door partijen aanvaarde bandbreedte. De redelijke termijn is in hoger beroep met ruim zes jaren overschreden, wat volgens het hof voldoende in de overeengekomen afdoening is verdisconteerd. Het hof legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met een proeftijd van twee jaren en een geldboete van € 5.000 op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor oplichting van zestien opdrachtgevers door zich voor te doen als bonafide aannemer, met schakelbewijs voor drie van de vijf zaken

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 september 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:5670

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een man tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, voor oplichting van zestien opdrachtgevers. De verdachte biedt zich via kluswebsites aan als aannemer, vraagt aanbetalingen voor materiaal en verricht de werkzaamheden vervolgens niet of gebrekkig. Het hof stelt vast dat hij een valse naam, een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels heeft gebruikt en dat de aanbetalingen direct naar privérekeningen zijn doorgestort. In drie zaken waarin geen aantoonbare onwaarheden vooraf zijn gebruikt, komt het hof tot een bewezenverklaring via schakelbewijs op grond van de kenmerkende modus operandi. De vorderingen van de benadeelde partijen worden toegewezen voor zover zij de aanbetalingen betreffen; herstelkosten en immateriële schade blijven buiten de strafprocedure. Het hof weegt een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg strafmatigend mee.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling tot gevangenisstraf voor het in voorraad hebben van valse merkkleding na verwerping van betrouwbaarheidsverweer en afwijzing getuigenverzoek

Gerechtshof Amsterdam 2 september 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2507

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden voor het opzettelijk in voorraad hebben van een partij valse merkkleding, tassen, schoenen en een zonnebril van merken als Gucci, Dior, Prada en Louis Vuitton. De verdediging voert aan dat de bevindingen onbetrouwbaar zijn omdat de aantallen in het proces-verbaal en de kennisgevingen van inbeslagname niet overeenkomen en de aangifte een verkeerd proces-verbaalnummer draagt. Het hof oordeelt dat de verschillen kennelijke telfouten zijn die de betrouwbaarheid van het onderzoek niet raken en dat de aan de merkhouder getoonde monsters uit de onder de verdachte inbeslaggenomen partij afkomstig zijn. Het voorwaardelijke verzoek om beide verbalisanten als getuigen te horen wijst het hof af als onmiskenbaar irrelevant, mede omdat op verzoek van de verdediging drie aanvullende processen-verbaal zijn opgemaakt. Vanwege een eerdere veroordeling voor een soortgelijk feit, het taakstrafverbod en het plegen tijdens een proeftijd acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden. Het hof gelast de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 117 dagen en beveelt de onttrekking aan het verkeer van de valse merkgoederen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor oplichting van zes slachtoffers, proceshouding in strafverzwarende zin meegewogen

Gerechtshof Amsterdam 16 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2320

De verdachte licht in de periode 2019 tot en met 2022 zes personen op tot afgifte van geldbedragen. Bij het eerste slachtoffer speelt de verdachte in op medeleven met verzonnen verhalen over blokkade van zijn rekening, ziekte, overlijden en dreigende zelfdoding en verkrijgt zo ongeveer 230.000 euro. Bij de vijf overige slachtoffers doet hij zich voor als bonafide investeerder in een niet-bestaande handel in elektrische apparatuur. Het gerechtshof acht alle zes feiten wettig en overtuigend bewezen en verwerpt het beroep op mislukte investeringen als ongeloofwaardig. In strafverzwarende zin weegt het gerechtshof mee dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep in zijn leugens volhardt en eerder onherroepelijk voor oplichting is veroordeeld. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 595 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 105 uren, met toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling tot taakstraf voor witwassen van € 20.000 in een meegevoerd tasje; geen vormverzuim bij het overhandigen van het tasje aan de politie

Gerechtshof Den Haag 4 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2799

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt een man voor het witwassen van € 20.000 aan contant geld. De verdachte draagt het geld in een boxershort in een doosje in een papieren tasje bij zich, kort nadat hij uit een portiek is gekomen bij een woning die de politie observeert na een drugsaanhouding. De verdediging betoogt dat de verdachte het tasje niet vrijwillig heeft afgegeven en dat sprake is van een vormverzuim dat tot bewijsuitsluiting moet leiden. Het hof verwerpt dit verweer: de verdachte geeft vrijwillig en ondubbelzinnig toestemming voor het afgeven van het tasje en na constatering van het afwijkende gewicht ontstaat een redelijk vermoeden van schuld dat inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv rechtvaardigt. Het hof acht bewezen dat de verdachte van het geld en van de criminele herkomst daarvan heeft geweten, nu hij over de herkomst niet wil verklaren. Het hof legt een taakstraf van 90 uur op en verklaart het geldbedrag verbeurd; een bedrag van € 2.700 gaat terug naar de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bevestiging na procesafspraken van een veroordeling voor gewoontewitwassen via ondergronds bankieren en deelneming aan een criminele organisatie

Gerechtshof Amsterdam 3 september 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2529

Het gerechtshof Amsterdam bevestigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 juli 2022 in onderzoek Manvel, met uitzondering van de strafoplegging en de beslissingen over het beslag. Het Openbaar Ministerie en de verdachte hebben in juni 2026 procesafspraken gemaakt. De verdachte trekt zijn onderzoekswensen in en betwist de bewezenverklaring niet. Het Openbaar Ministerie vordert daartegenover een gevangenisstraf van 56 maanden, een korting van 15 procent ten opzichte van het vonnis. Het hof toetst de afspraken aan de artikelen 348 en 350 Sv en aan de redelijke verhouding tot de ernst van de zaak. Het hof neemt de afspraken over en legt 56 maanden gevangenisstraf op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor oplichting van reizigers via een reisorganisatie, vrijspraak van medeplegen en taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4862

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een man voor oplichting, meermalen gepleegd, omdat hij via de website van een reisorganisatie klanten vliegtickets liet betalen zonder die reizen daadwerkelijk te boeken. De verdachte had zijn bedrijf op papier verkocht aan een ander, maar het hof stelt vast dat die verkoop een schijnconstructie was en dat de verdachte zelf de bedrijfsvoering bleef uitvoeren. Onderzoek naar de bij het internetbankieren gebruikte IP-adressen koppelt de verdachte aan de zakelijke rekening tot ver na de gestelde overdracht. Boekingen van voor 1 maart 2015 blijven buiten de bewezenverklaring omdat niet vaststaat dat de verdachte toen al opzet op oplichting had. Van het ten laste gelegde medeplegen wordt de verdachte vrijgesproken. Anders dan de rechtbank legt het hof geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op maar een taakstraf van 240 uren, vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in beide instanties.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van melkveehouder voor opzettelijke overschrijding van het fosfaatrecht door het onjuist omboeken van melkkoeien naar weide- en zoogkoeien

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1977

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt een melkveehouder wegens overtreding van artikel 21b van de Meststoffenwet omdat hij in 2018 opzettelijk meer fosfaat met melkvee produceert dan zijn fosfaatrecht toelaat. De verdachte boekt melk- en kalfkoeien onterecht om naar de categorie weide- en zoogkoeien, waarvoor geen fosfaatrechten nodig zijn, deels met terugwerkende kracht. Het hof stelt vast dat een gemiddelde melkproductie van 11.670 kilogram per koe niet realistisch is en verwerpt het beroep op ander voer en selectie van beter producerende koeien. Op basis van de geleverde melk berekent het hof een fosfaattekort van ongeveer 265 kilogram, waar de tenlastelegging uitging van 312,6 kilogram. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant en komt tot een gewijzigde bewezenverklaring. De opgelegde geldboete bedraagt € 3.500, waarvan de helft voorwaardelijk, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^