Hof 's-Hertogenbosch stelt prejudiciele vragen aan Hoge Raad over extraterritoriale rechtsmacht bij valsheid in geschrift in nareisprocedure
/Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:724
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch legt bij tussenarrest van 17 maart 2026 prejudiciele vragen voor aan de Hoge Raad over de reikwijdte van artikel 4, aanhef en onderdeel d, van het Wetboek van Strafrecht. De zaak betreft een verdachte met de Syrische nationaliteit die in Turkije een formulier van de IND valselijk zou hebben opgemaakt in het kader van een nareisprocedure strekkende tot gezinshereniging. Centraal staat de vraag of Nederland extraterritoriale rechtsmacht heeft wanneer valsheid in geschrift wordt gepleegd jegens een formulier van de IND, buiten Nederlands grondgebied, door een niet-Nederlander. Het hof verwijst naar twee onherroepelijke arresten van het gerechtshof Den Haag waarin die rechtsmacht werd ontkend, omdat de valsheid niet zou zijn gepleegd "tegen" een Nederlandse overheidsinstelling in de zin van het beschermingsbeginsel. Beide procespartijen hebben zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het hof schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd in afwachting van de beantwoording door de Hoge Raad.
Read More