Onrechtmatige vervolging en onrechtmatige OM-publicaties: rechtbank Den Haag over de gebleken onschuld van een advocaat

De rechtbank Den Haag heeft op 2 september 2026 geoordeeld dat de Staat een advocaat die ruim tien jaar werd vervolgd en integraal is vrijgesproken, ruim € 646.000 aan schadevergoeding moet betalen. De advocaat werd in 2014 aangehouden wegens haar werk voor aanbieders van online kansspelen en verdacht van deelname aan een criminele organisatie, witwassen, valsheid in geschrift en overtreding van de Wet op de kansspelen. Op grond van de Begaclaim-jurisprudentie oordeelt de rechtbank dat uit het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch de onschuld van de advocaat blijkt en dat de vervolging daarom onrechtmatig was. De toegewezen bedragen bestaan uit € 15.000 immateriële schade, € 572.526,52 aan kosten en € 21.486,67 voor een bankgarantie, terwijl de inkomensschade naar een schadestaatprocedure wordt verwezen. Ook drie publicaties van het Openbaar Ministerie, waaronder een waarin de advocaat als consigliere werd aangeduid, acht de rechtbank onrechtmatig, waarvoor € 37.500 bovenop de andere bedragen komt. De vorderingen van haar praktijkvennootschap en de praktijkorganisatie zijn afgewezen en voor de overschrijding van de redelijke termijn kent de rechtbank de standaardvergoeding toe.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling tot gevangenisstraf voor medeplegen van gewoontewitwassen door contant geld via valse facturen van de eigen vennootschap giraal terug te boeken

Rechtbank Gelderland 8 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7016

De rechtbank Gelderland veroordeelt een in 1977 geboren directeur en enig bestuurder van een besloten vennootschap tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden voor medeplegen van gewoontewitwassen. De verdachte ontvangt in de periode van september 2022 tot en met januari 2023 bij ontmoetingen contant geld van een medeverdachte die is veroordeeld voor de productie van en handel in harddrugs. Dat geld boekt hij vanaf de rekening van zijn vennootschap giraal terug naar de vennootschap van de medeverdachte, onder verwijzing naar facturen voor 160 montage-uren per week, in totaal € 109.440. De rechtbank oordeelt dat de facturen zien op fictieve werkzaamheden, nu de vennootschap van de medeverdachte geen personeel in dienst heeft en de verdachte zijn agenda met de gestelde planning niet overlegt. Het opzettelijk en stelselmatig gebruik van een rechtspersoon om ontdekking te voorkomen weegt de rechtbank strafverzwarend mee. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met ruim een jaar en vier maanden legt de rechtbank negen in plaats van de gevorderde elf maanden op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van beroepsmatige fraude met online handel bij gebrek aan bewijs van eigen uitvoeringshandelingen; veroordeling voor medeplegen van witwassen via ter beschikking gestelde bankrekeningen

Rechtbank Gelderland 13 augustus 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6701

De rechtbank Gelderland spreekt een in 1998 geboren man vrij van het beroepsmatig plegen van fraude met online handel via twee webwinkels waar voornamelijk barbecues zijn besteld, betaald en niet geleverd. Het geld van 37 aangevers, in totaal € 8.812,31, komt via betaaldiensten terecht op bankrekeningen op naam van de verdachte, maar het dossier bevat geen uitvoeringshandelingen van de verdachte zelf en er is geen deelnemingsvorm ten laste gelegd. De rechtbank veroordeelt de verdachte wel voor het medeplegen van witwassen van dit bedrag, omdat hij zijn identiteitsgegevens, DigiD en bankinloggegevens aan een medeverdachte heeft gegeven, met hem bedrijven op zijn naam heeft opgericht en daarvoor geld heeft ontvangen. Het door het Openbaar Ministerie gestelde witwassen van € 360.957 acht de rechtbank niet bewezen, omdat een criminele herkomst van dat geld niet is onderbouwd. De rechtbank legt een taakstraf van 90 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van drie jaar, na verdiscontering van een overschrijding van de redelijke termijn. De 29 benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat hun schade voortvloeit uit het feit waarvan de verdachte wordt vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraf voor feitelijk leidinggeven aan onjuiste aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrift bij twee palletondernemingen

Rechtbank Rotterdam 20 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10526

De rechtbank Rotterdam veroordeelt een verdachte tot een gevangenisstraf van zestien maanden voor belastingfraude met omzetbelasting en valsheid in geschrift. De verdachte geeft feitelijke leiding aan twee vennootschappen die zich presenteren als handelsondernemingen in pallets, maar in werkelijkheid nauwelijks handel drijven. In de maandelijkse aangiften omzetbelasting worden verzonnen inkopen als voorbelasting in aftrek gebracht en verzonnen verkopen aan ondernemers in andere EU-landen opgevoerd, waardoor de vennootschappen recht op teruggave krijgen. De Belastingdienst betaalt in totaal 519.708 euro uit op de zakelijke rekeningen, waarna geld contant wordt opgenomen of naar privérekeningen wordt overgeboekt. De verdachte maakt daarnaast valse verkoopfacturen op om de fraude af te dekken. De rechtbank legt zestien maanden gevangenisstraf op na aftrek van twee maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van medeplegen van oplichting omdat een undercoveragent niet door de gebruikte oplichtingsmiddelen is bewogen tot afgifte

Rechtbank Amsterdam 1 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8867

De rechtbank Amsterdam spreekt een twintigjarige man vrij van het medeplegen van oplichting bij bankhelpdeskfraude. De verdachte haalt als zogenaamde veiligheidsmedewerker een enveloppe met waardevolle spullen en inloggegevens op bij het vermeende slachtoffer. Dat slachtoffer blijkt een undercoveragent die vanaf het begin weet dat de mededelingen van de beller onjuist zijn. Volgens de rechtbank is de agent daardoor niet bewogen tot afgifte, zodat van een voltooide oplichting geen sprake is. Poging tot oplichting is niet ten laste gelegd, dus daarover oordeelt de rechtbank niet. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie wordt afgewezen en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Taakstraf voor verhuurbemiddelaar wegens witwassen van huurpenningen en hulp bij wederrechtelijk verblijf; vrijspraak van bestuurder voor valse werkgeversverklaring

Rechtbank Noord-Nederland 11 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3815 en ECLI:NL:RBNNE:2026:3814

De Noordelijke Fraudekamer van de rechtbank Noord-Nederland doet op dezelfde dag uitspraak in twee zaken uit hetzelfde onderzoek naar de verhuur van woningen in Leeuwarden en Sneek. Een vennoot van een verhuurbemiddelingsbedrijf wordt veroordeeld tot een taakstraf van 160 uren voor het medeplegen van witwassen van € 38.460 aan contant betaalde huurpenningen en borg en voor het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het wederrechtelijk verblijf van vier Albanese huurders. De rechtbank neemt een witwasvermoeden aan op grond van contante betalingen, betalingen via een derde, het ontbreken van legale inkomsten bij de huurders en het later aantreffen van hennepkwekerijen in de verhuurde woningen. Het niet kunnen horen van de Albanese huurders staat volgens de rechtbank niet aan een bewezenverklaring in de weg, omdat het niet om belastende getuigen gaat. Gewoontewitwassen acht de rechtbank niet bewezen, omdat vier woningen op een portefeuille van 1.200 panden een laag percentage vormen. De bestuurder van een besloten vennootschap wordt vrijgesproken van het valselijk opmaken van een werkgeversverklaring voor zijn zoon, omdat niet is komen vast te staan dat het dienstverband fictief was.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldboete van € 10.000 voor feitelijk leidinggeven aan het niet en onjuist doen van belastingaangiften; deelvrijspraak omdat de aanmaningstermijn pas na de tenlastegelegde periode verstrijkt

Rechtbank Amsterdam 3 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8778

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een bestuurder voor feitelijk leidinggeven aan belastingfraude door zijn vennootschap. De vennootschap doet over 2017, 2018 en 2019 geen aangifte vennootschapsbelasting en doet over vier kwartalen onjuiste aangiften omzetbelasting. Het belastingnadeel bedraagt bijna € 30.000. Voor de aangifte vennootschapsbelasting over 2020 volgt vrijspraak, omdat de aanmaningstermijn pas na de tenlastegelegde periode verstrijkt. Het verweer dat een negatief resultaat over 2018 in de weg staat aan het strekkingsvereiste wordt verworpen. De rechtbank legt een geldboete van € 10.000 op, waar het Openbaar Ministerie een taakstraf van 80 uur vordert.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Opzettelijk onjuiste aangiften vennootschaps- en omzetbelasting door boekhoudkantoor en zijn bestuurder na verwerking van een factuur als lening

Rechtbank Oost-Brabant 14 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6599 en ECLI:NL:RBOBR:2026:6597

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt in het onderzoek Gotham een boekhoudkantoor en zijn bestuurder, destijds accountant, voor het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte vennootschapsbelasting over 2016 en een onjuiste aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2016. Een factuur van € 181.500 aan een opdrachtgever is in de administratie als lening verwerkt en in beide aangiften buiten beschouwing gelaten. De rechtbank verwerpt het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is wegens schending van het AAFD-protocol en een onevenredig zware doorzoeking door de FIOD. Het verweer dat de fout aan stress is te wijten en niet opzettelijk is begaan, slaagt evenmin: de bestuurder wist dat over het factuurbedrag belasting verschuldigd was. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met bijna drie jaar en de ouderdom van de feiten legt de rechtbank de bestuurder een taakstraf van 30 uur op, de helft van de eis. De vennootschap wordt schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel, conform de eis van de officier van justitie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Teruggave van € 66.900 aan contant geld na beklag: legale herkomst uit schadevergoeding onderbouwd, wantrouwen jegens banken maakt geld niet verdacht

Rechtbank Gelderland 19 augustus 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6662

De rechtbank Gelderland verklaart een beklag op grond van artikel 552a Sv gegrond en gelast de teruggave van € 66.900 aan contant geld dat op 23 oktober 2025 onder de zwager van klager in beslag is genomen wegens verdenking van witwassen. Klager toont met een vonnis van de rechtbank Limburg, een betaling van het CJIB, bankafschriften en stukken over de verkoop van zijn auto aan dat hij over een aanzienlijk bedrag uit legale bron kan beschikken. Dat hij zijn geld stelselmatig pint en contant verstopt omdat hij geen vertrouwen heeft in banken, acht de rechtbank ongebruikelijk maar niet op voorhand verdacht. Het Openbaar Ministerie stelt daar in het kader van de genuanceerde bewijslastverdeling bij witwassen niets tegenover, behalve dat de verklaring niet aannemelijk is. De rechtbank overweegt dat de bewijslast uiteindelijk bij het Openbaar Ministerie ligt en dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het geld later verbeurd verklaart of onttrekt aan het verkeer. De beschikking staat open voor beroep in cassatie door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk de vrijspraak van het opzettelijk overtreden van de Sanctiewet 1977 bij geldovermakingen aan een naar Syrië uitgereisde dochter en haar echtgenoot

Hoge Raad 15 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1477

De Hoge Raad oordeelt in een OM-cassatie over de vrijspraak van een man die tussen 2014 en 2017 via tussenpersonen in Turkije en Libanon geld overmaakt aan zijn naar Syrië uitgereisde dochter en haar echtgenoot. Het gerechtshof Den Haag spreekt hem vrij van het financieren van terrorisme, artikel 421 Sr, en van de opzettelijke overtreding van een voorschrift krachtens artikel 2 Sanctiewet 1977, en veroordeelt hem alleen voor de overtredingsvariant van de Sanctiewet. De klacht over de vrijspraak van het financieren van terrorisme faalt, omdat het hof het juiste toetsingskader hanteert en zijn oordeel over het ontbreken van voorwaardelijk opzet niet onbegrijpelijk is. De klachten over de Sanctiewet slagen. Voor het opzettelijk overtreden van artikel 2 Sanctiewet 1977 is vereist dat de verdachte opzet heeft op het ter beschikking stellen van tegoeden of economische middelen aan de in de tenlastelegging geconcretiseerde personen of organisaties, zonder dat hij hoeft te weten dat het om terroristische organisaties gaat of dat zij op een sanctielijst staan. De Hoge Raad vernietigt het arrest wat betreft de feiten 2 en 3 en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag.

Read More
Print Friendly and PDF ^