Hoge Raad: zonder vergunning exploiteren van online kansspelen leidt niet tot nietigheid van de kansspelovereenkomsten

Het gelegenheid geven om via internet deel te nemen aan kansspelen (online gokken) zonder de voor de exploitant vereiste vergunning op grond van de Wet op de kansspelen (Wok), heeft niet tot gevolg dat de tussen de exploitant en deelnemers gesloten kansspelovereenkomsten nietig zijn. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld naar aanleiding van prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie wegens een onvolledig strafdossier waarin essentiële stukken ontbreken

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3736

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging omdat het volledige strafdossier zoekgeraakt is en niet kan worden teruggevonden. Het dossier waarover het hof beschikt bevat nog slechts enkele stukken over de benadeelde partijen en een uittreksel uit de justitiële documentatie. Vrijwel alle essentiële stukken ontbreken, waaronder het volledige proces-verbaal van het politieonderzoek en de betekeningsstukken van de dagvaarding in eerste aanleg. Naspeuringen bij de rechtbank en het Openbaar Ministerie hebben niets opgeleverd. Gelet op de ouderdom van de zaak en de al ondernomen pogingen acht het hof aanhouding niet meer aan de orde. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van niet-ambtelijke omkoping en veroordeling voor medeplegen van valsheid in geschrift bij valse facturen tussen gelieerde ondernemingen

Rechtbank Oost-Brabant 18 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4374

De rechtbank veroordeelt een verdachte voor het medeplegen van valsheid in geschrift en spreekt hem vrij van passieve niet-ambtelijke omkoping. De verdachte laat vanuit zijn persoonlijke holding twee valse facturen sturen aan de onderneming van zijn medeverdachte, voor in totaal ruim € 100.000, zonder dat daar werkzaamheden tegenover staan. Het geld is afkomstig van de onderneming waarvan de verdachte zelf mede-eigenaar is, vlak voordat deze wordt verkocht. De rechtbank oordeelt dat de betalingen geen giften of beloften in de zin van artikel 328ter Sr zijn, maar zelfverrijking ten koste van de eigen onderneming. De facturen zijn valselijk opgemaakt omdat de vermelde werkzaamheden en specificatie ontbreken. De rechtbank legt een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op, lager dan de eis, mede wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beoordeling van in beslag genomen facturen, overeenkomsten en correspondentie op verschoningsgerechtigdheid op grond van de artikelen 98 en 181 Sv

Rechtbank Rotterdam (rechter-commissaris in strafzaken) 2 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6512

De rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam beoordeelt in het onderzoek Sali welke tijdens een doorzoeking in beslag genomen fysieke stukken onder het verschoningsrecht vallen. De officier van justitie heeft op grond van artikel 181 Sv gevorderd dat de in een kantoorpand inbeslaggenomen stukken worden onderzocht op verschoningsgerechtigde informatie. De rechter-commissaris oordeelt dat een brief tussen de rechtbank en een advocaat geen verschoningsgerechtigd geschrift in de zin van artikel 98, eerste lid, Sv is, omdat correspondentie tussen anderen dan de verschoningsgerechtigde en zijn cliënt buiten het verschoningsrecht valt. Facturen en overeenkomsten waarin de door een verschoningsgerechtigde verrichte werkzaamheden zijn gespecificeerd, merkt hij wel als verschoningsgerechtigd aan. Ongespecificeerde facturen en stukken afkomstig van een organisatie zonder verschoningsgerechtigde medewerkers raken niet aan het vertrouwelijke karakter van de werkzaamheden en vallen daarom buiten het verschoningsrecht. De niet-verschoningsgerechtigde stukken worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam en de overige stukken aan de beslagene geretourneerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraffen en beroeps- en bestuursverboden voor goudfraude

Vier mannen en een vrouw zijn vandaag veroordeeld voor jarenlange goudfraude, door middel van de verkoop van zogenoemde Forward Gold Sales (FGS), en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank legt een 73-jarige en 60-jarige man een gevangenisstraf van 4 jaar op, een 59-jarige man krijgt een gevangenisstraf van 3,5 jaar opgelegd. Een 57-jarige man en 42-jarige vrouw worden veroordeeld tot respectievelijk 32 maanden en 21 maanden gevangenisstraf. Om frauduleuze praktijken te voorkomen krijgen ze alle vijf een beroeps- en bestuursverbod opgelegd van 7 dan wel 6 jaar. Als de zaak onherroepelijk is, moeten de vonnissen niet-geanonimiseerd openbaar gemaakt worden. Ook twee betrokken bv’s en twee andere personen krijgen straffen opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad over begin van uitvoering, bij poging tot wederrechtelijk verblijf op haventerrein

Hoge Raad 30 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1030

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een verdachte die door het gerechtshof Den Haag is veroordeeld voor een poging tot het wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen, gepleegd door twee of meer verenigde personen. De verdachte is met drie anderen midden in de nacht per taxi afgezet bij een besloten haventerrein op de Maasvlakte in Rotterdam, waar douaneambtenaren de vier mannen bij het hek aantreffen met onder meer een betonschaar, containerzegels en een tas met proviand. Het cassatiemiddel klaagt dat uit de bewijsvoering geen begin van uitvoering als bedoeld in artikel 45 lid 1 Sr kan worden afgeleid. De Hoge Raad zet uiteen dat artikel 138aa lid 2 Sr een strafverzwarende omstandigheid bevat en geen afzonderlijke strafbepaling, en dat het hof de kwalificatie heeft gebaseerd op artikel 138aa lid 1 en lid 3, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 45 lid 1 Sr. Het oordeel van het hof dat de gedragingen van de verdachte en de mededaders naar hun uiterlijke verschijningsvorm waren gericht op het gezamenlijk betreden van en verblijven op het haventerrein en een begin van uitvoering opleveren, getuigt volgens de Hoge Raad niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. De vastgestelde gedragingen lagen in tijd en plaats dicht bij en waren concreet gericht op het wederrechtelijk verblijf op het terrein.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechter-commissaris wijst verzoek van de verdediging om digitale toegang op afstand tot een FIOD-dataroom af

Rechtbank Amsterdam (rechter-commissaris) 1 juni 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:6056

De rechter-commissaris van de rechtbank Amsterdam wijst de verzoeken van de verdediging om toegang op afstand tot een FIOD-dataroom af. In een strafzaak tegen een in het buitenland wonende verdachte vraagt de verdediging digitale toegang tot alle in het onderzoek vergaarde data die geen deel uitmaken van het procesdossier. De rechter-commissaris neemt op grond van de onderbouwde stelling van de officieren van justitie aan dat toegang op afstand tot de applicatie FTK/AdLab niet mogelijk is zonder serieuze risico's voor de veiligheid en vertrouwelijkheid van de gegevens. Daarnaast miskent het verzoek het systeem van artikel 34 Sv, dat een getrapte volgorde voorschrijft van eerst inzien en dan verstrekken. Digitale toegang op afstand komt neer op het in een klap verstrekken van alle data zonder onderbouwing, wat op gespannen voet staat met de wettelijke regeling. Ook de verzoeken over het fiscale dossier en de vaststellingsovereenkomst wijst de rechter-commissaris af of acht zij zonder belang.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie advocaat-generaal over al dan niet vereiste machtiging RC bij het maken van een kopie van een smartphone

Op 23 juni 2026 heeft advocaat-generaal Van Kempen een conclusie genomen over de vraag of voor het maken van een forensische kopie van een smartphone een voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris nodig is (ECLI:NL:PHR:2026:604). De conclusie volgt op vier prejudiciële vragen die de rechter-commissaris in de rechtbank Oost-Brabant op 20 februari 2026 aan de Hoge Raad voorlegde. Achtergrond is de verhouding tussen de Nederlandse opsporingspraktijk en het Landeck-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het daaropvolgende arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2025. De advocaat-generaal onderscheidt drie fasen, het maken van een kopie, het duiden of indexeren van de gegevens en het selecteren ervan, en beoordeelt per fase of rechterlijke toetsing is vereist. Voor het enkel maken van een kopie en het duiden of indexeren is volgens de conclusie geen rechterlijke machtiging nodig, mits voldoende waarborgen gelden. Voor het selecteren van de gegevens is in beginsel wel een voorafgaande rechterlijke toetsing vereist.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad: psychische mishandeling kan niet onder het wetsartikel mishandeling in het Wetboek van Strafrecht vallen

Psychische mishandeling zonder fysiek aspect is onder de huidige wetgeving niet strafbaar als ‘mishandeling’ in de zin van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld in een zaak waarin het Openbaar Ministerie cassatieberoep had ingesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over beklag tegen beslag op kleding en gereedschap bij verdenking van diefstal

Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1006

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een klager tegen een beklagbeschikking van de rechtbank Midden-Nederland over beslag op kledingstukken en gereedschappen. Het beslag is gelegd op grond van artikel 94 Sv in het kader van een verdenking van diefstal. De rechtbank verklaart de klager voor zover het de kleding en het gereedschap betreft niet-ontvankelijk in zijn beklag, en in cassatie wordt geklaagd dat de klager als beslagene ten onrechte niet als belanghebbende is aangemerkt en dat een onjuiste maatstaf is aangelegd. De Hoge Raad oordeelt dat de cassatiemiddelen niet tot cassatie kunnen leiden om de redenen die de advocaat-generaal in zijn conclusie onder 2.5 noemt. Volgens die conclusie zijn beide middelen terecht voorgesteld, maar leidt het slagen ervan wegens gebrek aan belang niet tot cassatie. De advocaat-generaal leest de overwegingen van de rechtbank zo dat de aangetroffen goederen op basis van summier onderzoek van diefstal afkomstig zijn, waarin besloten ligt dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert en zich tegen teruggave verzet.

Read More
Print Friendly and PDF ^