Veroordeling voor bijstandsfraude: Lange duur tot vervolging werd opgestart en (proces)houding verdachte wegen in strafmatigende zin mee

Rechtbank Midden-Nederland 14 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1054

De verdachte betreft een natuurlijke persoon die gedurende een periode van bijna vijf jaar inkomsten uit schilderwerkzaamheden niet opgeeft aan de gemeente. De verdachte ontvangt in deze periode een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. De zaak komt aan het licht na anonieme meldingen van buurtbewoners.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Zonder valbeveiliging het dak op: werkgever veroordeeld voor dodelijk arbeidsongeval

Rechtbank Amsterdam 13 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1761

De verdachte is een natuurlijk persoon en eigenaar van een eenmanszaak gespecialiseerd in het installeren van zonnepanelen. Op 9 augustus 2022 vindt een dodelijk arbeidsongeval plaats tijdens werkzaamheden op het dak van een veestal in Hei- en Boeicop. Een door verdachte ingehuurde zzp’er, met wie hij eerder een nauwe werkrelatie onderhield, valt door een lichtdoorlatende plaat ruim zes meter naar beneden en overlijdt aan zijn verwondingen. Er zijn op dat moment geen veiligheidsmaatregelen getroffen. De rechtbank dient zich te buigen over de vraag of sprake is van een strafbaar nalaten en of dit aan de schuld van verdachte te wijten is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor (gewoonte)witwassen zonder gronddelict: Toetsingskader ‘6-stappenplan’.

Rechtbank Rotterdam 25 maart 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:3910

De rechtbank behandelt de strafzaak tegen een natuurlijke persoon, geboren in 1968 in Suriname, die vanaf 2018 een opvallend luxueuze levensstijl leidt in Nederland en Suriname, ondanks een gebrek aan legale inkomsten. De verdachte verblijft tijdens het onderzoek preventief gedetineerd. Hij is eerder veroordeeld voor een drugsdelict en hervat kort na zijn vrijlating zijn oude levensstijl, gekenmerkt door kostbare uitgaven en bezit van waardevolle goederen, waaronder goudbaren, luxevoertuigen en contant geld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitbesteden doen van aangifte omzetbelasting aan een administratiekantoor geen reden voor vrijspraak belastingplichtige

Gerechtshof Den Haag 25 maart 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:490

De verdachte is een natuurlijke persoon die in de relevante periode in Nederland een eenmanszaak exploiteert onder de naam ‘bedrijf 1’. De onderneming is actief in de vervoerssector. Voor zijn fiscale verplichtingen schakelt de verdachte een administratiekantoor in, te weten ‘bedrijf 2’. Dit kantoor verzorgt voor hem de aangiften omzetbelasting, inkomstenbelasting en stelt de jaarstukken op. Gedurende de periode van 1 maart 2014 tot en met 31 januari 2017 worden echter stelselmatig onjuiste of geen aangiften gedaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt gevallen waarin niet-ontvankelijkheid OM aan de orde kan zijn

Hoge Raad 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:217

De Hoge Raad herhaalt de maatstaf uit HR:2020:1889 voor niet-ontvankelijkverklaring van het OM: daarvan is alleen sprake bij een zodanig ernstige en onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces dat “the proceedings as a whole were not fair” en compensatie niet meer mogelijk is. Het gaat dan om zeer uitzonderlijke gevallen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer publicatie van de naam van de verdachte op Rechtspraak.nl?

In korte tijd verschenen twee interessante uitspraken over de (niet-)anonimisering van vonnissen op Rechtspraak.nl. In beide zaken verzocht het Openbaar Ministerie om de naam van de verdachte ongeanonimiseerd te publiceren. De uitkomst was echter verschillend: de rechtbank Rotterdam gaf het verzoek wel gehoor, het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden niet. Wat maakt het verschil?

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid

Hoge Raad 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:333

De Hoge Raad grijpt deze zaak aan om zijn vaste jurisprudentie inzake medeplegen te herhalen, met name zoals neergelegd in HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316. Voor medeplegen is vereist dat sprake is van een zodanige intellectuele of materiële bijdrage aan het delict dat dit een nauwe en bewuste samenwerking oplevert. Wanneer geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, moet uit de bewijsvoering expliciet blijken waarom de bijdrage van de verdachte desondanks het predicaat ‘medeplegen’ rechtvaardigt. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan de rol van de verdachte in de voorbereiding, uitvoering of afhandeling van het delict, zijn aanwezigheid op cruciale momenten, of het niet terugtrekken op een daartoe geëigend moment.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag door EOM: verweer verworpen over disproportioneel beslag dat is gebaseerd op vervallen verdenkingen

Rechtbank Rotterdam 26 februari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:3470

De meervoudige raadkamer van de rechtbank Rotterdam buigt zich over een beklag ex artikel 552a Wetboek van Strafvordering, ingediend door drie klagers: een natuurlijk persoon en twee rechtspersonen. Het beklag richt zich tegen een door het Europees Openbaar Ministerie (EOM) gelegd conservatoir beslag op onroerende zaken en bankrekeningen. Het strafrechtelijk onderzoek richt zich op vermoedelijke grootschalige btw-fraude, het opmaken en gebruiken van valse facturen, valsheid in geschrifte en mogelijke deelname aan een criminele organisatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof bevestigt sepotbeslissing in Shell Nigeria-zaak (onderzoek Etosha) na art. 12 Sv klacht

Gerechtshof Den Haag 20 maart 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:410

Tegen de sepotbeslissing van het OM in de Shell Nigeria-zaak is door een aantal niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) een klacht ingediend op grond van artikel 12 Wetboek van Strafvordering. Zij meenden dat Shell wel degelijk nog kon worden vervolgd. Het Hof heeft klaagsters niet-ontvankelijk verklaard voor zover de klacht betrekking heeft op een ander feitencomplex dan (corruptie m.b.t. het Nigeriaanse olieveld) OPL245 en voor het overige afgewezen omdat het ne bis in idem-beginsel aan (verdere) vervolging in de weg staat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming: HR herhaalt overwegingen m.b.t. kosten die voor aftrek in aanmerking komen en motiveringsplicht voor rechter bij verweer dat bepaalde kosten bij schatting moeten worden afgetrokken

Hoge Raad 11 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:349

Bij de bepaling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel kunnen slechts de kosten die in directe relatie staan tot het delict, gelden als kosten die voor aftrek in aanmerking komen. De wetgever heeft de rechter grote vrijheid gelaten of en, zo ja, in welke mate hij rekening wil houden met dergelijke kosten. De rechter is in het algemeen niet verplicht om de beslissing daarover te motiveren. Dat is anders als namens de betrokkene gemotiveerd en met specificatie van de betreffende posten het verweer is gevoerd dat bepaalde kosten bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel moeten worden afgetrokken. Dan moet de rechter bij verwerping van het verweer in zijn uitspraak gemotiveerd tot uitdrukking brengen hetzij dat de gestelde kosten niet kunnen gelden als kosten die in directe relatie staan tot het delict, hetzij dat zij wel als dergelijke kosten kunnen gelden maar dat zij – al dan niet gedeeltelijk – voor rekening van de betrokkene moeten blijven.

Read More
Print Friendly and PDF ^