Opruiing: HR over opzet en beoordeling of uitingen aansporen tot strafbaar feit

Hoge Raad 5 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1573

Het gaat in deze zaak om tweets die door de verdachte op zijn (destijds zo geheten) Twitter-account zijn geplaatst. De verdachte was op dat moment raadslid in de gemeente Den Haag en had een Twitter-account met ten minste 31.000 volgers. De verdachte is door het gerechtshof Den Haag wegens telkens "in het openbaar, bij geschrift tot enig strafbaar feit opruien" (feit 1 en 2), veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren. De cassatiemiddelen komen op tegen de bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Het eerste cassatiemiddel richt zich onder meer tegen het oordeel van het hof dat de verdachte door het op Twitter plaatsen van de tenlastegelegde berichten, heeft opgeruid in de zin van artikel 131 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht tot het plegen van enig strafbaar feit. Het tweede cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte heeft gehandeld met het voor opruiing vereiste opzet. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak na (succesvol) art. 12 Sv beklag) voor verduistering in dienstbetrekking bij Gemeente Rijswijk

Rechtbank Den Haag 28 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:17561

De Gemeente Rijswijk heeft naar aanleiding van het constateren van kleine kasverschillen bij transacties waar de verdachte bij was betrokken, intern onderzoek gedaan. Tevens heeft zij Hoffmann Recherchebureau ingeschakeld om onderzoek te laten doen. Naar aanleiding daarvan heeft de Gemeente op 6 maart 2018 aangifte gedaan van verduistering. De verdachte zou in een periode van 5 jaar fictieve retourtransacties (voornamelijk retouren van parkeervergunningen en andere producten waarvoor leges moeten worden betaald) hebben aangemaakt en zich de contante retourbetaling hebben toegeëigend tot een bedrag van ruim € 20.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoe en wanneer wordt een ontnemingsvordering geldig aanhangig gemaakt?

Hoge Raad 5 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1572

De Hoge Raad stelt voorop dat het enkele feit dat de officier van justitie heeft nagelaten om tijdig op grond van artikel 311 lid 1 Sv het voornemen tot het indienen van een ontnemingsvordering kenbaar te maken, op zichzelf niet voldoende is om bij de betrokkene het gerechtvaardigde vertrouwen te wekken dat een ontnemingsvordering achterwege zal blijven. Om die reden kan aan dit enkele verzuim niet het rechtsgevolg worden verbonden dat het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk wordt verklaard in de ontnemingsvordering. Wel kan het nadeel dat de betrokkene heeft ondervonden door het verzuim om tijdig het voornemen kenbaar te maken aanleiding geven tot een vermindering van de betalingsverplichting. Een dergelijke vermindering is mogelijk wanneer, gezien het door de betrokkene geleden nadeel, het vormverzuim in het concrete geval zo ernstig is dat niet kan worden volstaan met enkel de constatering van dat verzuim.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Arnhem-Leeuwarden: (formeel) bestuurder van rechtspersoon zijn is niet voldoende om aangemerkt te worden als feitelijke leidinggever aan een door de rechtspersoon begaan strafbaar feit

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 oktober 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6700

Anders dan de rechtbank heeft gedaan spreekt het hof verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. Het hof oordeelt dat als een verdachte (formeel) bestuurder is van een rechtspersoon dat nog niet voldoende is om hem of haar aan te merken als feitelijke leidinggever aan een door die rechtspersoon begaan strafbaar feit. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van feitelijke leidinggeven aan een verboden gedraging, moet ook kunnen worden vastgesteld dat sprake is van opzet op de verboden gedraging. Naar het oordeel van het hof kan niet worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk opzet op die verboden gedragingen had.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesafspraken in faillissementsfraudezaak en bijzondere voorwaarde maandelijks aflossen schuldeisers

Rechtbank Rotterdam 17 oktober 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:10712

De verdachte heeft als bestuurder van een failliete vennootschap opzettelijk niet voldaan aan de op hem rustende wettelijke verplichting om een volledige administratie van de vennootschap te voeren en deze te overleggen aan de curator. Hierdoor was het voor de curator niet mogelijk om het faillissement op juiste wijze af te wikkelen. Voorts heeft de verdachte aanzienlijke geldbedragen aan de boedel onttrokken terwijl hij wist dat hierdoor schuldeisers benadeeld werden. De procesafspraken houden onder meer in dat de verdediging geen verweren voert op de terechtzitting. De officier van justitie zal een werkstraf eisen van 240 uur, met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren, onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd maandelijks € 750,- aflost aan schuldeisers.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Haagse hof wijst vordering vermindering CO2-uitstoot door Shell af

Gerechtshof Den Haag 12 november 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2099

Het gerechtshof Den Haag heeft uitspraak gedaan in het hoger beroep tussen Milieudefensie en Shell. In dat hoger beroep ging het om de vraag of Shell haar CO2-emissies in 2030 met 45% moet hebben verminderd ten opzichte van 2019. Het Haagse hof oordeelt dat Shell is gehouden haar CO₂-emissies terug te brengen, maar kan niet vaststellen welk percentage daarvoor geldt. Het hof wijst de vorderingen van Milieudefensie daarom af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitspraak HR over formele rechtskracht

Hoge Raad 12 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1621

De strafrechter is in beginsel gebonden aan een besluit van een bestuursorgaan of aan een onherroepelijke beslissing over dat besluit van de bestuursrechter. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan die formele rechtskracht worden doorbroken. Bijvoorbeeld in de uitzonderlijke situatie dat zo’n besluit niet als basis kan dienen voor een strafrechtelijke veroordeling vanwege (strijdigheid met) fundamentele rechten of rechtstreeks werkend recht van de Europese Unie. Of als de wettelijke omschrijving van het delict ertoe dwingt dat de strafrechter zelf toetst of het besluit rechtmatig tot stand is gekomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onschuldpresumptie noopt tot toekenning schadevergoedingsverzoek ex art. 530 Sv (ook) na sepot

Het Gerechtshof Amsterdam heeft in een drietal zaken het artikel 530 Sv-verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toegekend nadat de onderliggende strafzaak was geëindigd met een (voorwaardelijk) sepot. Volgens het hof verlangt de onschuldpresumptie ex artikel 6 EVRM, en de EHRM-rechtspraak daarover (Nealon & Hallam/VK), dat de motivering van het oordeel van de rechter in een verzoekschriftprocedure niet alsnog neerkomt op het uiten van de mening dat verzoeker zich schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van een strafrechtelijke norm en daarmee aan het plegen van een strafbaar feit. Dit geldt niet alleen indien de strafprocedure is geëindigd met een vrijspraak, maar ook indien deze is geëindigd met een (voorwaardelijk) sepot.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Eigenaar Wallenpanden vrijgesproken van witwassen

Volgens de rechtbank kan niet bewezen worden dat een 66-jarige man via zijn B.V. een aantal panden op de Amsterdamse Wallen (de ‘Wallenpanden’) heeft witgewassen. De rechtbank spreekt de man en zijn bedrijf daarom vrij. Het in beslag genomen onroerend goed moet worden teruggegeven. De panden op de Amsterdamse Wallen zijn sinds 2002 eigendom van de 66-jarige man. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) zouden de panden gefinancierd zijn met crimineel geld. 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatie Weski in doorzoekingszaak

Hoge Raad 1 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1560

In strafzaken beschermt art. 98 Sv het verschoningsrecht door het in beslag nemen van vertrouwelijke stukken zonder toestemming te verbieden, waarbij de rechter-commissaris beslissingsbevoegd is. Tegen die beslissingen kan de verschoningsgerechtigde beklag instellen. Bij grote hoeveelheden digitale gegevens mag de rechter-commissaris onder strikte voorwaarden opsporingsambtenaren inzetten voor selectie, mits het verschoningsrecht gewaarborgd blijft. De strafrechter beoordeelt eventuele schendingen van dit recht in de strafzaak. Dit maakt aanvullende bescherming door de burgerlijke rechter overbodig; deze is daarom niet bevoegd in te gaan op beslissingen van de rechter-commissaris inzake inbeslagneming en selectie van gegevens.

Read More
Print Friendly and PDF ^