Eerste arrest over procesafspraken in hoger beroep ("arrestafspraken")

Gerechtshof Den Haag 17 maart 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:410

De innovatiekamer van het Gerechtshof Den Haag legt in het kader van een zogenoemde versnelde procedure een voorwaardelijke gevangenisstraf, een taakstraf en een verbeurdverklaring op vanwege het voorhanden hebben van ongeveer een kilo harddrugs en vanwege voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a Opiumwet. In het arrest is aandacht voor de vraag: wat nu als de rechter komt tot een kleine wijziging van de bewezenverklaring en kwalificatie van het delict t.o.v. wat afgesproken is, moet de rechter dan de volledige afspraak afwijzen en de zaak terugbrengen naar de regiefase, zodat de zaak eventueel volgens de normale procedure gevoerd kan worden? Of kan de rechter dat stukje zelf aanpassen en verder conform afspraak oordelen (indien het overige akkoord is)?

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over afzien van oproepen getuige op de grond dat het onaannemelijk is dat deze binnen aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen (art. 288 Sv)

Hoge Raad 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:466

Anders dan mogelijk uit deze wetsgeschiedenis zou kunnen worden afgeleid, houdt artikel 288 lid 1 Sv niet de verplichting voor de rechter in, als hij afziet van het oproepen van een getuige op de grond dat het onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen, ervan blijk te geven in die beslissing de aard van de zaak en – in het bijzonder – het belang van de getuigenverklaring te hebben betrokken. Bij de toepassing van artikel 288 lid 1, aanhef en onder a, Sv staat de vraag voorop of het mogelijk is de getuige binnen afzienbare termijn te (doen) horen. Op het moment dat zo’n beslissing moet worden genomen, zal ook niet steeds vaststaan wat de betekenis en het gewicht van de verklaring van de getuige zijn of kunnen zijn voor onder meer de beantwoording van de bewijsvraag en daarmee wat het concrete belang van de verdachte is om die getuige te (doen) ondervragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor uitlokking van schending van het ambtsgeheim en computervredebreuk door een politieambtenaar

Rechtbank Overijssel 24 maart 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:831

De rechtbank veroordeelt een 37-jarige man tot een gevangenisstraf van 4 maanden voor uitlokking van schending van het ambtsgeheim en computervredebreuk door een politieambtenaar. De man had zelf geen contact met de politieambtenaar en had ook geen coördinerende rol. Omdat de man een kleiner aandeel heeft gehad in het geheel, veroordeelt de rechtbank hem tot een aanzienlijk lagere gevangenisstraf dan zijn medeverdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. eisen aan de vaststelling dat voldoende aanwijzingen bestaan dat andere strafbare feiten door de betrokkene zijn begaan

Hoge Raad 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:472

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 29 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1523 overwogen dat het oordeel van de rechter dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene andere strafbare feiten in de zin van artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht heeft begaan, binnen het eigen kader voor het bewijs in de ontnemingsprocedure in overeenstemming moet zijn met de onschuldpresumptie. De in artikel 36e lid 2 Sr bedoelde “voldoende aanwijzingen” mogen daarom niet door de rechter worden aangenomen indien niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat andere strafbare feiten door de betrokkene zijn begaan. Tevens behoort de betrokkene de gelegenheid te hebben aan te (doen) voeren dat en waarom er niet voldoende aanwijzingen bestaan dat andere feiten door hem zijn begaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schending onschuldpresumptie: Veroordeling door dezelfde rechters die plea-bargain overeenkomsten van medeverdachten goedkeurden

EHRM 25 november 2021, ECLI:CE:ECHR:2021:1125JUD006370319 (Mucha t. Slowakije).

Klager is in 2012 samen met acht anderen vervolgd voor het deelnemen aan een criminele organisatie en verschillende andere strafbare feiten. De acht medeverdachten waren bereid tot het sluiten van een plea-bargain overeenkomst. De overeenkomsten werden goedgekeurd en de acht medeverdachten werden veroordeeld door dezelfde drie rechters. In zowel de overeenkomsten als de uitspraken werd de naam van klager genoemd en staan meerdere verwijzingen naar zijn rol binnen de criminele organisatie en zijn betrokkenheid bij de gepleegde strafbare feiten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

120 uur taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf voor dood door koolmonoxidevergiftiging

Rechtbank Den Haag 23 mart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2500

De rechtbank Den Haag heeft vandaag een 46-jarige man veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, vanwege dood door schuld. De verdachte heeft als verhuurder jarenlang nagelaten om een cv-ketel te onderhouden. Daardoor is een dodelijke concentratie koolmonoxide (CO) ontstaan in de leefruimte van de huurder, die daaraan is overleden. De taakstraf valt lager uit dan de eis van de officier van justitie omdat de zaak te lang is blijven liggen. Daarentegen legt de rechtbank vanwege de ernst van het feit wel een langere voorwaardelijke gevangenisstraf op dan geëist. Naast de opgelegde straf moet verdachte aan de moeder van het slachtoffer €20.000 affectieschade betalen en materiële schade vergoeden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling zoutwinningsbedrijf na bodemverontreiniging

Rechtbank Overijssel 28 maart 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:824

De rechtbank veroordeelt een zoutwinningsbedrijf tot een geldboete van 75.000 euro. Bij grondwatermonitoring is gebleken dat bij een aantal boorputten sprake was van bodemverontreiniging door lekkage. Bij een aantal putten was sprake van forse overschrijding van de toegestane waardes in de bodem. Het bedrijf is verder onderzoek gaan verrichten naar deze verontreiniging, maar had deze verontreiniging direct na ontdekking moeten melden aan de toezichthouder. Dat heeft zij niet gedaan. De straf is aanzienlijk lager dan de eis van de officier van justitie. De rechtbank heeft de officier van justitie gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard voor het onder 2 ten laste gelegde en voor het overige het bedrijf van dat ten laste gelegde vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strafrechtelijke immuniteit waterschap?

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 maart 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:2331

Het waterschap wordt verweten dat het opzettelijk zou hebben gepoogd een bever te doden of te vangen door in gebieden waarin bevers leven onbeschermde klemmen om muskusratten te vangen te plaatsen. Het verwijt is geënt op het bepaalde in artikel 3.5, eerste lid, van de Wet Natuurbescherming. Het hof komt tot het oordeel dat het plaatsen van onbeschermde klemmen om muskusratten te vangen heeft te gelden als een gedraging die is verricht in het kader van de uitvoering van een aan het waterschap opgedragen taak, namelijk het voorkomen van schade aan waterstaatswerken door bestrijding van de muskus- en de beverrat. De aan het strafrechtelijke verwijt ten grondslag liggende gedraging kan gezien de in het arrest besproken parlementaire behandeling bezwaarlijk anders worden verricht dan door bestuursfunctionarissen in het kader van de uitvoering van de aan het waterschap opgedragen bestuurstaak. Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over wanneer sprake is van (voorwaardelijk) opzet van bestuurder op verkorting van rechten van (overige) schuldeisers. Conclusie AG anders.

Hoge Raad 22 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:339

Bij de beantwoording van de vraag “op welk tijdstip verdachte wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen” had het hof tot uitgangspunt moet nemen het moment waarop de verdachte zeker wist dat het faillissement – afzien van onverwachte toevalligheden – onvermijdelijk was. Dat heeft het hof ten onrechte niet gedaan. In plaats daarvan heeft het hof het toetsingskader aangelegd “op welke datum het faillissement en een tekort daarin voor verdachte met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien”. Dit toetsingskader afkomstig uit art. 42 Fw is echter pas gaan gelden na de wijziging van art. 343 aanhef onder 3 Sr in 2016, terwijl de onderliggende feiten zich hebben afgespeeld voor de wetswijziging, te weten in de periode van 7 april 2009 tot en met 7 juli 2009. Het middel is dan ook terecht voorgesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank neemt tussenbeslissingen in zaak over sjoemelsoftware auto’s

De Rechtbank Amsterdam heeft tussenbeslissingen genomen in twee zaken waarin een collectieve actie wordt gevoerd tegen circa 140 autofabrikanten, importeurs en autodealers wegens zogenaamde sjoemelsoftware. Met de tussenbeslissingen legt de rechtbank de kaders vast voor de eventuele inhoudelijke behandeling van de zaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^