Uitspraak in omvangrijke milieufraudezaak

De Rechtbank Amsterdam heeft in een omvangrijke milieufraudezaak ruim 1,1 miljoen euro aan geldboetes en taakstraffen van 60 tot 240 uur opgelegd aan tien bedrijven en hun directeuren. Een van de verdachten is veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van 3 maanden en een beroepsverbod van 2 jaar. Van de 19 bedrijven en personen die terechtstonden, zijn er 8 volledig vrijgesproken van alle verdenkingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is het kader uit post-Keskin ook van toepassing in ontnemingszaken?

Hoge Raad 30 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1749

De Hoge Raad heeft zijn rechtspraak over de eisen die in strafzaken gelden met betrekking tot de onderbouwing van verzoeken van de verdediging tot het oproepen en horen van getuigen, ten dele bijgesteld naar aanleiding van de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Keskin tegen Nederland. Deze bijstelling is ook in ontnemingszaken van betekenis, maar alleen indien en voor zover het verzoek tot het horen van getuigen is gedaan in verband met een in de ontnemingsprocedure te nemen beslissing die ertoe strekt dat de betrokkene zelf een concreet aangeduid strafbaar feit heeft begaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer is sprake van voorwaardelijk opzet op valsheid in geschrifte?

Parket bij de Hoge Raad 23 november 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1100

Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst – is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen). Uit de enkele omstandigheid dat die wetenschap bij de verdachte aanwezig is dan wel bij hem moet worden verondersteld, kan niet zonder meer volgen dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg ook bewust heeft aanvaard, omdat in geval van die wetenschap ook sprake kan zijn van bewuste schuld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG: Boete aan rechtspersoon én feitelijk leidinggevende mag, behalve als daarmee hetzelfde “vermogensrechtelijke belang” wordt geraakt

Parket bij de Hoge Raad 30 november 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1115

  • Vooral het strafrechtelijke ne bis in idem-beginsel is van belang voor de uitleg van het una via-beginsel.

  • Het ne bis in idem-beginsel is in het strafrecht slechts van toepassing wanneer dezelfde persoon consecutief wordt vervolgd vanwege hetzelfde feit. Wanneer personen juridisch van elkaar zijn te onderscheiden is strikt genomen geen sprake van dezelfde persoon, zodat het strafrechtelijke ne bis in idem-beginsel dan toepassing zal missen in geval van consecutieve vervolging en bestraffing.

  • Bij de beantwoording van de vraag of dezelfde persoon voor hetzelfde feit opnieuw is vervolgd en bestraft, wordt niet altijd zo strikt aan het juridische onderscheid tussen de natuurlijke persoon en de rechtspersoon vastgehouden. Een zekere relativering van het juridische onderscheid tussen de natuurlijke persoon en de rechtspersoon bij de bepaling van de toepasselijkheid van het una via-beginsel valt af te leiden uit de jurisprudentie van de Hoge Raad.

  • Een onherroepelijke veroordeling van een natuurlijke persoon als feitelijke leidinggever aan een door een rechtspersoon begaan feit staat in de weg aan de vervolging van de rechtspersoon vanwege dat feit indien het vermogensrechtelijke belang in de rechtspersoon bij die feitelijke leidinggever berust.

  • Het is nog altijd geen uitgemaakte zaak of en, zo ja, in hoeverre het nemo tenetur beginsel van toepassing is op de situatie dat een strafvervolging wordt ingesteld tegen een natuurlijke persoon als feitelijke leidinggever aan een door een rechtspersoon begaan feit, terwijl ten aanzien van dat door de rechtspersoon begane feit reeds een bestuurlijke boete aan de rechtspersoon is opgelegd. Er kunnen argumenten voor de relativering van het onderscheid worden ontleend aan de beschermingsgedachte die ten grondslag ligt aan het ne bis in idem-beginsel en het una via-beginsel.

  • Ten aanzien van de artikelen 67c AWR en 69 AWR zou kunnen worden gesteld dat hun juridische aard in aanzienlijke mate verschilt, omdat de eerste betrekking heeft op een betalingskwestie en de tweede op een aangiftekwestie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kroongetuige Marengo-proces niet verplicht om alle vragen te beantwoorden

Rechtbank Amsterdam 29 november 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6880

De kroongetuige in het Marengo-proces hoeft geen vragen te beantwoorden over de inhoud en de totstandkoming van de beschermingsovereenkomst die hij het met Openbaar Ministerie heeft gesloten. Datzelfde geldt onder andere voor vragen over vermeende omkoping, chantage of afpersing door de kroongetuige tijdens zijn detentie. Dat heeft de rechtbank bepaald naar aanleiding van het openbare verhoor van de kroongetuige op 22 september.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering Privacy First tot buitenwerkingstelling ANPR-regelgeving afgewezen

Rechtbank Den Haag 1 december 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13165

De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft uitspraak gedaan in de zaak van de stichting Privacy First tegen de Staat. Deze zaak gaat over de regelgeving die het vastleggen en bewaren van kentekengegevens door middel van Automatic Number Plate Recognition (ANPR) mogelijk maakt. Privacy First eiste dat de 'Wet ANPR' en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving buiten werking worden gesteld. Volgens Privacy First is deze regelgeving in strijd met Europese regelgeving. De voorzieningenrechter heeft de vordering van Privacy First wegens gebrek aan spoedeisend belang afgewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke celstraf voor niet melden onroerend goed bij ontvangen uitkering

De rechtbank Noord-Holland heeft een 68-jarige vrouw veroordeeld voor het niet melden van het hebben van onroerend goed in Turkije terwijl ze een bijstandsuitkering van de gemeente Zaanstad ontving. Dit geldt voor een periode van juli 2017 tot april 2018. De rechtbank heeft een voorwaardelijke celstraf opgelegd van twee weken, met een proeftijd van twee jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor meermalen opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting, verwerping verweer dat boekhouders aangiften hebben ingediend

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 23 november 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3490

De verdachte, die een eenmanszaak dreef en ondernemer was voor de omzetbelasting, heeft onterecht bedragen aan voorbelasting geclaimd en omzetbelasting teruggevraagd. De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat niet de verdachte, maar aanvankelijk boekhouder 1 (in de jaren 2014 tot in 2016) en later boekhouder 2 (in de jaren 2017 en 2018) de onjuiste aangiften omzetbelasting hebben ingediend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitleg term “zaak”: Indien meer feiten cumulatief aan de rechter ter beoordeling zijn voorgelegd, is de zaak geëindigd indien m.b.t. al die feiten einduitspraak is gedaan

Rechtbank Noord-Nederland 11 november 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4857

Nu de strafzaak tegen verzoekster niet is geëindigd zonder oplegging van enige straf of maatregel verzoekster, heeft zij geen recht heeft op vergoeding van de door haar gemaakte kosten ten behoeve van rechtsbijstand op grond van artikel 530 Sv. De term “zaak” ziet op een strafvervolging van een persoon ter zake van één of meer strafbare feiten. Indien in een strafzaak meer feiten cumulatief aan de rechter ter beoordeling zijn voorgelegd, is de zaak eerst geëindigd indien de rechter met betrekking tot al die feiten einduitspraak heeft gedaan en deze einduitspraak onherroepelijk is. Dit is alleen dan anders wanneer er sprake is van zaken onder twee of meer parketnummers, die ter terechtzitting zijn gevoegd en waarbij in een van de zaken geen veroordeling is gevolgd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schending art. 2 EVRM vanwege onvoldoende onderzoek naar strafbare feiten

EHRM 31 augustus 2021, ECLI:CE:ECHR:2021:0831JUD004270511 (Estemirova t. Rusland)

Klaagster is Svetlana Khusainovna Estemirova, de zus van Natalia Estemirova: een bekende Russische mensenrechtenactiviste die in juli 2009 werd ontvoerd en doodgeschoten. Het Hof concludeert dat art. 2 EVRM niet is geschonden voor wat betreft de vermeende aansprakelijkheid en/of betrokkenheid van Rusland bij de moord. Daarvoor is onvoldoende bewijs. Het Hof merkt op dat het lastig is om de effectiviteit van het onderzoek te beoordelen aangezien de regering heeft nagelaten het volledige strafdossier te verstrekken. De informatie waar het Hof wel de beschikking over had wijst op tegenstrijdigheden in het deskundigenbewijs. Het Hof oordeelt dat art. 2 EVRM geschonden is voor wat betreft het onderzoek dat is uitgevoerd naar de moord op de mensenrechtenactivist.

Read More
Print Friendly and PDF ^