Beroep op overmacht wegens inbeslagname administratie slaagt niet: rechtspersoon had ontheffing van publicatieplicht jaarrekening moeten aanvragen

Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:879

Het gerechtshof Amsterdam oordeelt dat een B.V. geen geslaagd beroep op overmacht toekomt voor het niet deponeren van de jaarrekening over 2020, ondanks de inbeslagname van haar administratie door de FIOD. Het hof overweegt dat de verdachte ruim voor het ontstaan van de publicatieplicht had kunnen voorzien dat zij daaraan niet kon voldoen en een ontheffing op grond van artikel 2:394 lid 5 BW had kunnen aanvragen. Het vonnis van de economische politierechter, die de verdachte van alle rechtsvervolging ontsloeg, wordt vernietigd. Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van 600 euro met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast legt het hof de maatregel op tot het alsnog deponeren van de jaarrekening binnen negen maanden na het onherroepelijk worden van het arrest. Deze uitspraak verduidelijkt dat van een rechtspersoon wier administratie is inbeslaggenomen, wordt verwacht dat zij actief gebruikmaakt van de wettelijke mogelijkheid tot ontheffing van de publicatieplicht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Den Bosch bevestigt gevangenisstraf voor strafadvocaat: drie maanden voor schending beroepsgeheim tijdens verhoor in beperkingen

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 15 april 2026 een strafrechtadvocaat veroordeeld tot drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens opzettelijke schending van zijn beroepsgeheim (artikel 272 Sr). De advocaat liet in april 2020 een onbevoegde derde op zijn kantoor telefonisch meeluisteren met het politieverhoor van een cliënt die op dat moment in volledige beperkingen zat. Het hof versmalde de bewezenverklaring ten opzichte van de rechtbank, maar legde een strengere straf op dan door de advocaat-generaal was gevorderd. Inhoudelijk bevestigt het arrest dat de geheimhoudingsplicht van de advocaat bij verdachten in beperkingen via artikel 10 Advocatenwet en artikel 62 Sv onder de reikwijdte van artikel 272 Sr valt. Opvallend is dat het hof expliciet vaststelt dat de wet bij dit delict geen mogelijkheid biedt tot ontzetting uit het beroep van advocaat, terwijl het die maatregel in deze zaak wel passend had geacht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Profijtontneming flessentrekkerij via plof-bv's: hof schat voordeel op bijna 17.000 euro, matigt betalingsverplichting na overschrijding redelijke termijn en verwerpt draagkrachtverweer

Gerechtshof Amsterdam 24 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:928

Het gerechtshof Amsterdam schat in hoger beroep het wederrechtelijk verkregen voordeel uit flessentrekkerij via twee plof-bv's op bijna 17.000 euro. De betrokkene en zijn medeverdachten bestelden goederen bij leveranciers, lieten deze leveren maar betaalden de facturen niet, waarna de goederen werden doorverkocht tegen een lager bedrag dan de inkoopprijs. Het hof hanteert een opbrengstpercentage van 35 procent van de onbetaalde inkoopfacturen exclusief btw en brengt diverse kosten in mindering, waaronder huur, chauffeurs en werkzaamheden van een derde. Op basis van een schriftelijk stuk komt 5 procent van de opbrengst van de ene rechtspersoon aan de betrokkene toe, terwijl de opbrengst van de andere rechtspersoon pondspondsgewijs over vier betrokkenen wordt verdeeld. Het draagkrachtverweer wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en het hof matigt de betalingsverplichting tot € 15.000 vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn van meer dan vijf jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kledinghandelaar medeplichtig aan merkfraude: wetenschap van valse labels blijkt uit tapgesprekken

Gerechtshof Amsterdam 25 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:815

Het gerechtshof veroordeelt een kledinghandelaar voor medeplichtigheid aan bedrijfsmatige handel in merkvervalste goederen en witwassen. De verdachte levert vanuit zijn winkel merkloze jassen aan een medeverdachte, die deze laat voorzien van valse labels van merken als Canada Goose, Stone Island en Parajumpers. Uit afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat de verdachte wetenschap heeft van het aanbrengen van de valse merklabels. Het hof verwerpt verweren over niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en onrechtmatige telefoontaps. Ten aanzien van het witwassen spreekt het hof grotendeels vrij, omdat de verdediging een concrete en verifieerbare verklaring geeft voor de legale herkomst van contante geldbedragen en het Openbaar Ministerie nalaat nader onderzoek te verrichten. Wel acht het hof witwassen bewezen voor een bedrag van 12.500 euro dat de verdachte contant ontvangt voor de jassenverkoop en buiten de boekhouding houdt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beroep op overmacht verworpen bij niet-deponeren jaarrekening: FIOD-beslag ontslaat niet van plicht tot aanvragen ontheffing

Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:877

Hof Amsterdam verwerpt beroep op overmacht bij niet-deponeren jaarrekening: inbeslagname administratie ontslaat niet van verplichting tot aanvragen ontheffing. Het gerechtshof Amsterdam vernietigt in hoger beroep de beslissing van de economische politierechter, die de verdachte rechtspersoon had ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overmacht. De administratie van het bedrijf was in 2018 door de FIOD in beslag genomen en pas in 2022 teruggegeven, waardoor de jaarrekening over 2020 niet tijdig kon worden gedeponeerd. Het hof oordeelt echter dat de verdachte ruim voor het ontstaan van de deponeringsplicht had kunnen voorzien dat zij daaraan niet kon voldoen en dat zij een ontheffing op grond van artikel 2:394 lid 5 BW had moeten aanvragen. Door dit na te laten komt de verdachte geen geslaagd beroep op overmacht toe. Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van 600 euro met een proeftijd van twee jaren en legt als maatregel de verplichting op om de jaarrekening alsnog binnen negen maanden te deponeren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ook in hoger beroep celstraffen voor fraude met pgb-gelden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft twee broers uit Utrecht veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van 46 en 34 maanden voor het feitelijk leidinggeven aan een thuiszorgorganisatie die door middel van valse facturen en zorgovereenkomsten diverse instanties heeft opgelicht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bewindvoerder verduistert jarenlang geld van kwetsbare clienten: hof kiest voor taakstraf boven gevangenisstraf om schadeloosstelling mogelijk te maken

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:804

Het gerechtshof veroordeelt een voormalig bewindvoerder in hoger beroep voor jarenlange structurele verduistering van gelden van kwetsbare clienten en valsheid in geschrifte. Anders dan de rechtbank legt het hof geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op, maar kiest voor de maximale taakstraf van 480 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. Het hof acht het belang van de gedupeerden bij schadeloosstelling zwaarwegender dan vergelding. Het hof verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen tot immateriële schadevergoeding. Volgens het hof levert de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten geen aantasting in de persoon op andere wijze op als bedoeld in artikel 6:106 BW.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof beveelt vervolging oud-burgemeester voor valsheid in geschrift na antedatering machtiging tot binnentreden

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1843

Het Gerechtshof beveelt in een artikel 12 Sv-procedure de strafrechtelijke vervolging van een voormalig waarnemend burgemeester wegens valsheid in geschrift. De zaak draait om een machtiging tot binnentreden die achteraf is opgemaakt en geantedateerd in het kader van een bestuursrechtelijke controle op een bedrijventerrein. De klager ontdekte tijdens een bezwaarprocedure dat er een tweede machtiging bestond met afwijkende inhoud maar dezelfde datum. De beklaagde verklaart in raadkamer dat de tweede machtiging zonder zijn toestemming is ondertekend met zijn digitale of stempelhandtekening. Het hof oordeelt dat het antedateren van een machtiging tot binnentreden niet als administratieve onzorgvuldigheid kan worden afgedaan, gelet op de ernstige inbreuk die binnentreden maakt op het huisrecht. Het hof gelast naast de vervolging ook nader onderzoek, waaronder forensisch handtekeningenonderzoek en het horen van twee gemeenteambtenaren als getuige.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof 's-Hertogenbosch stelt prejudiciele vragen aan Hoge Raad over extraterritoriale rechtsmacht bij valsheid in geschrift in nareisprocedure

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:724

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch legt bij tussenarrest van 17 maart 2026 prejudiciele vragen voor aan de Hoge Raad over de reikwijdte van artikel 4, aanhef en onderdeel d, van het Wetboek van Strafrecht. De zaak betreft een verdachte met de Syrische nationaliteit die in Turkije een formulier van de IND valselijk zou hebben opgemaakt in het kader van een nareisprocedure strekkende tot gezinshereniging. Centraal staat de vraag of Nederland extraterritoriale rechtsmacht heeft wanneer valsheid in geschrift wordt gepleegd jegens een formulier van de IND, buiten Nederlands grondgebied, door een niet-Nederlander. Het hof verwijst naar twee onherroepelijke arresten van het gerechtshof Den Haag waarin die rechtsmacht werd ontkend, omdat de valsheid niet zou zijn gepleegd "tegen" een Nederlandse overheidsinstelling in de zin van het beschermingsbeginsel. Beide procespartijen hebben zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het hof schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd in afwachting van de beantwoording door de Hoge Raad.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens medeplegen van oplichting: gemeente benadeeld door onterechte loonkostensubsidie via fictief bedrijf

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1754

Het gerechtshof veroordeelt een verdachte voor het medeplegen van oplichting van een gemeente door middel van onterecht verkregen loonkostensubsidie. De verdachte richtte samen met medeverdachten een bedrijf op en diende met valse arbeidsovereenkomsten een aanvraag voor loonkostensubsidie in, terwijl hij wist dat hij hier geen recht op had. In totaal wordt een bedrag van circa 19.891 euro aan subsidiegeld onterecht uitbetaald. Het hof acht medeplegen bewezen op grond van verklaringen van medeverdachten, bankgegevens en de aangifte van de benadeelde gemeente. Vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep legt het hof een geheel voorwaardelijke taakstraf van 75 uren op met een proeftijd van een jaar. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen tot een bedrag van 4.972,80 euro, waarvoor de verdachte hoofdelijk aansprakelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^