Onderzoek Braddon: rechtbank legt 7 groepsvennootschappen geldboetes op en veroordeelt feitelijk leidinggever wegens niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt op 7 mei 2026 in acht samenhangende vonnissen (ECLI:NL:RBOBR:2026:2869 tot en met 2876) zeven groepsvennootschappen tot geldboetes van in totaal € 1.323.000 wegens het opzettelijk niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting over 2020 en 2021. De feitelijk leidinggever krijgt een gevangenisstraf opgelegd van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het gezamenlijk geschatte fiscale nadeel binnen de groep bedraagt ruim € 2,8 miljoen, voortkomend uit het FIOD-onderzoek Braddon. De rechtbank verwerpt de verweren over de ontvangst van aanmaningen en het strekkingsvereiste, en neemt voorwaardelijk opzet aan wegens het structureel ontbreken van een deugdelijke administratie. Partiële vrijspraak volgt van het onderdeel niet doen van aangiften, nu deze alsnog op 28 juni 2024 zijn ingediend, en van het ten laste gelegde medeplegen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Belastingfraude van € 3,9 miljoen leidt tot uitsluitend voorwaardelijke gevangenisstraf wegens ernstige schending redelijke termijn

Gerechtshof Den Haag 6 mei 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1592

Het Gerechtshof Den Haag oordeelt op 6 mei 2026 over een omvangrijke belastingfraudezaak waarin de verdachte als feitelijk leidinggever van drie vennootschappen jarenlang opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting heeft laten doen. Het fiscaal nadeelbedrag beloopt circa € 3,9 miljoen. De verdachte heeft daarnaast twaalf verklaringen omtrent betalingsgedrag vervalst en gebruikt richting opdrachtgevers. Het hof verwerpt het beroep op putatieve overmacht in de zin van noodtoestand. Vanwege een ernstige overschrijding van de redelijke termijn van bijna tien jaar legt het hof uitsluitend een voorwaardelijke gevangenisstraf op. De maximale wettelijke duur van twee jaar voorwaardelijk wordt opgelegd, mede gelet op leeftijd en gezondheid van de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

FIOD-jaarverslag 2025: doorbraak in het eerste strafrechtelijke dividendstrippingonderzoek

In 2025 markeerde de FIOD het eerste afgeronde strafrechtelijke dividendstrippingonderzoek in Nederland. In dat onderzoek werden OM-strafbeschikkingen overeengekomen met Morgan Stanley (€101 miljoen) en ABN AMRO (€14 miljoen). De Belastingdienst legde aanvullend aanzienlijke navorderingen op en andere financiële instellingen trokken verzoeken tot vermindering van dividendbelasting in. De FIOD werkt aan een ketenbrede aanpak met de Belastingdienst, AFM, DNB, FIU-Nederland en het FP, mede vormgegeven via het FEC-kennisdocument Dividendstripping. Het fenomeen blijft volgens het verslag een belangrijk aandachtspunt voor de komende jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Jaarverslag FIOD 2025: hoofdlijnen, kerncijfers en strategische omslag

Het FIOD-jaarverslag 2025 is op 20 mei 2026 gepubliceerd en beschrijft een organisatie die overstapt op thema- en fenomeengericht werken met landelijke sturing. In 2025 zijn 424 processen-verbaal ingeleverd bij het OM en is voor €152,53 miljoen aan beslag gelegd, met een berechtingsresultaat van 91 procent. Het verslag laat zien hoe de FIOD strafrechtelijke inzet steeds vaker afweegt tegen bestuursrechtelijke en preventieve interventies. Samenwerking met toezichthouders, ketenpartners en internationale diensten vormt de rode draad. Digitalisering, het verschoningsrecht en de implementatie van nieuwe wetgeving worden door de FIOD aangemerkt als de belangrijkste opgaven voor de komende jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Fiscale boete bij btw-fraude van tafel

Als er één sector is die bij de Belastingdienst altijd onder een vergrootglas ligt, dan is het de autobranche wel. Regelmatig worden autobedrijven verdacht van betrokkenheid bij btw-(carrousel)fraude. De Belastingdienst kan daarbij het standpunt innemen dat een autobedrijf wist of had moeten weten van btw-fraude bij een leverancier of afnemer in een andere lidstaat. Het gevolg is dat het recht op aftrek van voorbelasting of toepassing van het btw-nultarief wordt geweigerd. Forse naheffingsaanslagen omzetbelasting vallen bij het autobedrijf op de deurmat.2 Naast de naheffingsaanslagen omzetbelasting legt de Belastingdienst ook fiscale boetes op. Of – nog beroerder – besluit het Openbaar Ministerie om de autobedrijven te vervolgen. De Hoge Raad heeft op 20 februari 2026 beslist dat bij weigering van het btw-nultarief geen fiscale boete kan worden opgelegd op grond van art. 67f AWR.3 De Hoge Raad komt hierbij expliciet terug van eerdere rechtspraak. In dit artikel bespreek ik het arrest van de Hoge Raad en de gevolgen hiervan voor de praktijk. Ik start met een duik in de geschiedenis.

Read More
Print Friendly and PDF ^