Artikel: The European Protection Order

In March 2010, the authors were both appointed as rapporteurs of the draft Directive of the Council and the European Parliament on the European Protection Order (hereinafter EPO). This initiative was led by the Spanish Presidency, which found enough support within the Member States to activate the new powers conferred by the Lisbon Treaty in criminal matters. This proposal legally emerged from the Stockholm Programme guidelines adopted by the European Council on December 2009, which is a 5-year plan for the EU to settle on a common policy for justice and home affairs, including fundamental rights and the protection of citizens. These guidelines indicate that the area of freedom, security and justice must, above all, be a single area where fundamental rights and freedoms are protected. Moreover, mutual trust between authorities and services in the different Member States is seen as the basis for efficient cooperation in this area and as one of the main challenges in the future. Judicial cooperation in general, especially in criminal matters, is one of the pillars enabling mutual trust and, according to Art. 82(1) of the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU), shall be based on the principle of mutual recognition of judgements and judicial decisions.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Mensensmokkelaar verliest strijd om ontnemingsvordering: Hoge Raad accepteert ruime uitleg van 'andere strafbare feiten'

Hoge Raad 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:422

Het hof 's-Hertogenbosch legt een betalingsverplichting op van EUR 215.059 op basis van zowel bewezenverklaarde feiten als andere strafbare feiten waarvan voldoende aanwijzingen bestaan. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de voldoende aanwijzingen mocht baseren op de overeenkomst in modus operandi tussen bewezenverklaarde en niet-bewezenverklaarde mensensmokkel. De klacht dat het hof de aanwijzingen enkel baseert op betalingen door vreemdelingen berust op een verkeerde lezing van het arrest en mist feitelijke grondslag. De redelijke termijn in cassatie is overschreden maar leidt niet tot compensatie in de ontnemingszaak omdat deze in de samenhangende strafzaak wordt beoordeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Acht maanden gevangenisstraf voor feitelijk leidinggever die aangiften omzetbelasting uitbesteedt maar niet controleert

Rechtbank Amsterdam 10 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2576

De rechtbank veroordeelt een ondernemer tot acht maanden gevangenisstraf voor belastingfraude met omzetbelasting. De verdachte geeft als enig bestuurder en aandeelhouder feitelijke leiding aan een vennootschap die over meerdere kwartalen in 2018 en 2019 geen of onjuiste aangiften omzetbelasting indient. Het verweer dat het doen van aangiften was uitbesteed aan een boekhouder slaagt niet: op de ondernemer rust de verplichting om ingediende aangiften vooraf op juistheid te controleren. Door dit na te laten aanvaardt de verdachte bewust de aanmerkelijke kans dat de aangiften niet of onjuist worden ingediend. Het totale benadelingsbedrag bedraagt ruim 168.000 euro. De rechtbank spreekt de verdachte partieel vrij voor de perioden waarin de Belastingdienst maandaangiften in plaats van kwartaalaangiften heeft opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wet internationale sanctiemaatregelen en de AMLR: drie wetten, anderhalf jaar, één toezichthouder

De samenloop van de Wet internationale sanctiemaatregelen met het Europese AML-pakket (AMLR) is het grootste uitvoeringsrisico van het wetsvoorstel. Binnen anderhalf jaar moeten toezichthouders en instellingen drie wetgevingstrajecten verwerken. Alle toezichthouders pleiten voor gelijktijdige invoering. Het BFT, met 50 fte voor 50.000 instellingen, staat voor de grootste uitdaging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Syntax error! Een verkenning van betrouwbaarheidsconcepten bij digitaal bewijs in strafzaken

Bij de vraag of het tenlastegelegde kan worden bewezenverklaard, dient de rechter volgens de Hoge Raad alleen bewijsmateriaal te gebruiken dat hij betrouwbaar (en bruikbaar) vindt. Maar wat houdt betrouwbaarheid precies in? In het dagelijkse spraakgebruik verwijst betrouwbaarheid naar vertrouwen in een persoon of object. In de empirische wetenschappen heeft het begrip een meer technische invulling: resultaten zijn betrouwbaar als ze bij herhaalde metingen consistent dezelfde uitkomsten opleveren. In de juridische praktijk wordt betrouwbaarheid in relatie tot bewijsmiddelen op verschillende manieren gebruikt. Zo wordt het begrip gehanteerd in de betekenis van ‘waar’ – waarmee de overeenkomstigheid van het bewijsmiddel met de werkelijkheid wordt bedoeld – en in de betekenis van ‘geloofwaardig’ – waarmee de mate waarin gerechtvaardigd geloof kan worden gehecht aan een bewijsmiddel centraal staat. De wijze waarop de rechter invulling geeft aan de betrouwbaarheidstoets van het bewijs hangt af van de context waarin het bewijs wordt gebruikt en het type bewijs. Het hiervoor beschreven gebrek aan uniformiteit speelt aldus op twee niveaus: enerzijds bestaan discrepanties tussen de dagelijkse, wetenschappelijke en juridische interpretatie van betrouwbaarheid; anderzijds is er binnen de rechtspraktijk en rechtspraak zelf geen eenduidige benadering van het begrip. Dit maakt de betrouwbaarheidstoets in strafzaken diffuus: als zowel de definitie als de invulling van betrouwbaarheid per context verschillen, hoe kan de rechter dan tot een consistente en verantwoorde bewijswaardering komen?

Read More
Print Friendly and PDF ^