Artikel: Het verschoningsrecht in opsporingsonderzoeken

In de strafrechtpraktijk is de waarborging van het verschoningsrecht bij de inzet van opsporingsbevoegdheden een terugkerend onderwerp van discussie. De vele recente rechterlijke uitspraken bevestigen dat het verschoningsrecht nog steeds geen rustig bezit is. Mede vanwege door de Hoge Raad geconstateerde leemtes in de huidige wetgeving en in afwachting van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, is het momenteel vooral aan de rechter(-commissaris) om nadere invulling te geven aan de te volgen procedure ter borging van het verschoningsrecht. In deze bijdrage wordt een beschrijving gegeven van de stand van zaken en de meest recente ontwikkelingen op het gebied van het verschoningsrecht in opsporingsonderzoeken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Boilerroomfraude met CO2-emissierechten: Hoge Raad vernietigt veroordeling deels wegens ontoereikende motivering bewijsbestemming brochure

Hoge Raad 8 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1089

Het hof stelde vast dat een (beleggings)brochure onware mededelingen bevatte, maar het hof stelde over die brochure niets vast waaruit volgt dat deze een geschrift is waaraan in het maatschappelijk verkeer een zodanige betekenis pleegt te worden toegekend, dat sprake is van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen in de zin van artikel 225 Wetboek van Strafrecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Meer maatwerk in de sociale zekerheid: het wetsvoorstel Wet handhaving sociale zekerheid nader belicht

Het wetsvoorstel Wet handhaving sociale zekerheid dat recent naar de Tweede Kamer is gestuurd, markeert een fundamentele heroriëntatie van het sanctie- en terugvorderingsbeleid binnen het sociaal bestuursrecht. Met deze wet wordt beoogd om meer maatwerk en rechtsgelijkheid te realiseren in de uitvoering van de socialezekerheidswetgeving. In plaats van automatisme en vaste sancties, introduceert het voorstel een wettelijk verplicht afwegingskader en heldere rechtswaarborgen. De menselijke maat, uitvoerbaarheid en rechtszekerheid staan centraal.

Read More
, ,
Print Friendly and PDF ^

Discriminatie als strafverzwaringsgrond wettelijk vastgelegd per 1 juli 2025

Vanaf 1 juli 2025 is de wet in werking getreden, waarin voor het eerst discriminerend motief is geformaliseerd als strafverzwaringsgrond in artikel 44bis van het Wetboek van Strafrecht. Hierdoor kan een straf maximaal met één derde worden verhoogd wanneer een misdrijf is gepleegd uit haat of discriminatie tegen een beschermde groep op grond van ras, godsdienst, geslacht, seksuele gerichtheid of handicap. Gelijktijdig werd de terminologie in aftakelingsbepalingen gemoderniseerd: ‘hetero‑ of homoseksuele gerichtheid’ werd vervangen door ‘seksuele gerichtheid’, en ‘lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap’ werd ingekort tot ‘handicap’. Daardoor werd de bepaling beter afgestemd op hedendaagse juridische en maatschappelijke opvattingen. Vanaf de inwerkingtreding moesten politie en officier van justitie expliciet naar het discriminatoire motief in dossier en tenlastelegging zoeken, waarna de rechter bij bewezen motief de strafverhoging toepaste.

Read More
, ,
Print Friendly and PDF ^

Boetemotivering in het straf- en bestuurlijke boeterecht: een vergelijk

Wanneer het gaat over (beboeting in) het strafrecht, geldt een grote mate van straftoemetingsvrijheid. Doorgaans wordt vooral gekeken naar de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan, de persoon van de dader en diens draagkracht. De invulling van die omstandigheden is al snel als algemeen kader terug te vinden. Het beeld ontstaat dat sprake is van een wat obligate invulling van de omstandigheden die de hoogte van de boete bepalen. Dat de Hoge Raad geen blijk geeft op dat punt veel meer te verwachten van de feitenrechter, draagt daar bepaald niet aan bij.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Minister mag informatie over conceptrapport in toeslagenaffaire deels openbaar maken

Rechtbank Oost-Brabant 8 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:4062

De minister van Financiën mag meer informatie openbaar maken uit een conceptrapport over klachten van een advocaat tegen een aantal ambtenaren in de kinderopvangtoeslagenaffaire. Dat beslist de rechtbank Oost-Brabant vandaag. De minister hoeft echter niet meer inhoud van de correspondentie over de klachten openbaar te maken en hoeft ook niet te delen wat de redenen zijn dat de advocaat de klachten uiteindelijk introk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorlichting over klachtbehandeling in Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 2 juli 2025 de voorlichting vastgesteld over de positie van klachtbehandeling in het stelsel van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De voorlichting is op 7 juli 2025 gepubliceerd op de website van de Raad van State.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldboete voor afvalverwerker na fataal ongeval op eigen terrein in Heerlen

Rechtbank Oost-Brabant 7 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:4053

De rechtbank Oost-Brabant heeft een afvalverwerker uit Heerlen veroordeeld tot een geldboete van 150.000 euro, waarvan 50.000 euro voorwaardelijk. Een medewerker van dat bedrijf werd in mei 2023 op eigen terrein aangereden door een shovel die werd bestuurd door een collega en kwam daarbij om het leven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verlengingswet Innovatiewet ingediend bij de Tweede Kamer

Op 7 juli hebben staatssecretaris Struycken en minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) een wetsvoorstel tot verlenging van de Innovatiewet Strafvordering ingediend bij de Tweede Kamer. Door dit wetsvoorstel kunnen de organisaties uit de strafrechtketen tot aan de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Strafvordering gebruik maken van de mogelijkheden die de Innovatiewet biedt.

Read More
, ,
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het zwijgmoment in het bestuursrecht

Hierbij reageer ik graag op een kritische noot van Rogier Stijnen bij mijn artikel 'Het zwijgrecht uit artikel 6 EVRM bij de bestuurlijke boete' in het afgelopen themanummer van dit tijdschrift, in zijn annotatie in AB 2025/142 bij de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5293 . Het gaat over het moment dat onderzochten in het punitieve bestuursrecht een zwijgrecht krijgen. Volgens Stijnen is een 'hardnekkig misverstand' onder bestuursrechtjuristen dat het zwijgrecht ofwel cautiemoment 'pas' aan de orde zou zijn bij een criminal charge en niet 'al' bij het boeteverhoor ex artikel 5:10a Awb. Dit laatste moment is zijns inziens vrijwel altijd eerder dan het eerste; van een boeteverhoor is volgens Stijnen sprake bij elk verhoor dat plaatsvindt na een gerezen verdenking, wat hij mede afleidt uit de geannoteerde uitspraak van de ABRvS.

Read More
Print Friendly and PDF ^