OM eist ontneming van ruim 45 miljoen euro tegen ‘vastgoedman’ uit Eindhoven

In januari 2024 werd een 49-jarige 'vastgoedman' uit Eindhoven door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld tot een celstraf van 30 maanden voor het langdurig en grootschalig witwassen van crimineel verkregen geld. Het OM wil ook het illegaal verkregen vermogen van de verdachte afpakken. In het kader van de ontnemingsvordering stond de man vandaag voor de rechter. Het Openbaar Ministerie eist een ontneming van ruim €45 miljoen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitspraken Hoge Raad over artikel 6 Wegenverkeerswet: nadere uitleg begrip ‘schuld’ en ‘roekeloosheid’

De Hoge Raad heeft op 15 oktober uitspraak gedaan in twee zaken over artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW): het zich zo gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvindt waardoor een ander wordt gedood of zwaar gewond raakt. De Hoge Raad geeft in de eerste zaak nadere uitleg aan het begrip ‘schuld’ en in de tweede zaak aan het begrip ‘roekeloosheid’.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Faillissementsfraude: is in civilibus lager vastgesteld benadelingsbedrag grond voor herziening in strafzaak?

Hoge Raad 24 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1285

De verdachte in deze zaak is veroordeeld wegens – heel kort gezegd – faillissementsfraude. Aangevoerd wordt dat uit het arrest van de civiele kamer van het hof volgt dat het benadelingsbedrag aanzienlijk lager is dan waar in strafrechtelijke procedure vanuit is gegaan en dat strafkamer van het hof, zou het bekend zijn geweest met dit bedrag, lagere straf of geen straf aan aanvrager zou hebben opgelegd. Daarmee wordt volgens de Hoge Raad miskend dat onder “minder zware strafbepaling” als bedoeld in art. 457.1.c Sv moet worden verstaan strafbepaling met minder zware strafbedreiging. Oplegging door rechter van andere (minder zware) sanctie of achterwege laten van oplegging van sanctie valt daar niet onder.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: CSRD en CSDDD: de (mogelijke) gevolgen voor civiel- en strafrechtelijke aansprakelijkheid van bestuurders

Auteurs hebben onderzoek gedaan naar de vraag in hoeverre bestuurders persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schendingen van de CSRD en CSDDD. Deze vraag is zowel vanuit civielrechtelijk als strafrechtelijk perspectief onderzocht. Hoewel de CSRD en CSDDD geen bepalingen over bestuurdersaansprakelijkheid bevatten, kunnen deze richtlijnen toch vergaande implicaties voor bestuurders hebben. Auteurs betogen onder meer dat een terughoudende maatstaf voor het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid passend is gelet op de complexiteit van de richtlijnen, en dat dit noodzakelijk is om ambitieuze bestuurders te behouden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vacature Hoge Raad: medewerker(s) wetenschappelijk bureau (civiel, straf- of belastingrecht)

Wil jij je bezighouden met wetenschappelijk juridisch onderzoek op het hoogste niveau? Onderzoek doen voor en meeschrijven aan conclusies en uitspraken van de Hoge Raad? Dan is de functie medewerker wetenschappelijk bureau iets voor jou! Solliciteer nu.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: uitoefenen spreekrecht kan niet via kort geding (alsnog) worden afgedwongen

Hoge Raad 11 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1418

Verweerster vordert in dit kort geding een bevel aan de Staat (de officier van justitie) om hoger beroep in te stellen in een strafzaak waarin de verdachte is vrijgesproken en zij als slachtoffer gebruik heeft gemaakt van haar wettelijk spreekrecht. De politierechter heeft haar ter zitting in eerste aanleg ten onrechte beperkt in de uitoefening van dat recht en in een hoger beroep wilde zij alsnog onbeperkt van dat recht gebruikmaken. De officier heeft geweigerd om hoger beroep in te stellen omdat er volgens haar onvoldoende bewijs is voor een veroordeling. De voorzieningenrechter heeft de vordering tegen de Staat toegewezen en het hof heeft die beslissing bekrachtigd. In een eerder geëindigd tweede kort geding is een vordering van verweerster afgewezen om de Staat te verbieden het hoger beroep dat is ingesteld op grond van het vonnis van de voorzieningenrechter in dit kort geding, weer in te trekken. Het hoger beroep in de strafzaak is dus niet doorgezet. De beslissing van het hof in dit kort geding ziet dan ook alleen op de juistheid van de daarin in eerste aanleg gegeven beslissing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplichting van VodafoneZiggo: vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk

Rechtbank Noord-Nederland 24 september 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:3700

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd dat naam bevoegd is om als vertegenwoordiger van VodafoneZiggo op te treden. Er bevindt zich geen machtiging in het dossier, noch een uittreksel van de Kamer van Koophandel waaruit dit blijkt.

De rechtbank zal de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesafspraken in visfraudezaak

Rechtbank Oost-Brabant 1 oktober 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:4525

Verdachte heeft zich gedurende een langere periode en op structurele wijze schuldig gemaakt aan verschillende vormen van visfraude. De rechtbank heeft de gemaakte procesafspraken integraal gevolgd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Welke impact heeft een civiele zaak op de (toekenning van de) vordering benadeelde partij?

Hoge Raad 24 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1288

Het oordeel van het hof, dat verdachte als “in het ongelijk gestelde partij”, kan worden aangemerkt en dat benadeelde partij daarom aanspraak heeft op vergoeding van zijn proceskosten is, gelet op afwijzing van vordering benadeelde partij, zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Wat betreft kosten van procedure in eerste aanleg, ziet de Hoge Raad in omstandigheid dat vordering benadeelde partij in lopende civiele procedure nog niet onherroepelijk was toegewezen op moment dat benadeelde partij vordering indiende, maar dat deze vordering in civiele procedure uiteindelijk wel (grotendeels) toewijsbaar is gebleken en onherroepelijk is toegewezen, aanleiding kosten van die procedure in eerste aanleg te compenseren, in die zin dat iedere partij eigen kosten draagt. Voor procedure in hoger beroep geldt dat oordeel over vordering benadeelde partij in civiele procedure al wel onherroepelijk was op het moment dat benadeelde partij vordering handhaafde. Dat brengt mee dat hof vordering van benadeelde partij niet-ontvankelijk had moeten verklaren voor zover civiele rechter al over die vordering had geoordeeld. Dit en de omstandigheid dat het hof heeft afgewezen wat benadeelde partij nog in aanvulling op al door civiele rechter beoordeelde vordering heeft gevorderd, brengt mee dat de Hoge Raad de benadeelde partij zal veroordelen in proceskosten van de verdachte in hoger beroep.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Artificiële delinquentie?

Het is een van de grote uitdagingen van deze tijd: het in goede banen leiden van de snelle ontwikkelingen van AI. Ook de relatie tussen ‘gedragingen’ van AI-entiteiten en het Nederlandse materiële strafrecht behoeft in dat verband aandacht. Die aandacht is op dit moment gering. In deze bijdrage verkennen we in hoeverre het Nederlandse materiële strafrecht thans ruimte biedt voor aansprakelijkstelling ter zake van schadeveroorzakend ‘gedrag’ van AI-entiteiten en werpen we de vraag op of behoefte bestaat aan een verruiming van (mogelijkheden tot) strafrechtelijke aansprakelijkheid in dit verband.

Read More
Print Friendly and PDF ^