Hoge Raad vernietigt veroordeling voor schuldheling van drie fietsen wegens schending van het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv

Hoge Raad 30 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1002

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over schuldheling van drie fietsen. De fietsen zijn aangetroffen in een garagebox van een ander, die verklaart dat hij ze van de verdachte heeft gekocht. Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring in strijd met art. 342 lid 2 Sv uitsluitend steunt op de verklaringen van deze ene getuige. De Hoge Raad herhaalt het beoordelingskader over het bewijsminimum uit zijn arrest van 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2452. Het oordeel van het hof dat de getuigenverklaringen voldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal is niet toereikend gemotiveerd: de aangiftes tonen alleen dat de fietsen gestolen waren en het beroep van de verdachte op zijn zwijgrecht biedt geen steun voor diens daderschap. De zaak is teruggewezen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling van dit feit en de strafoplegging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens medeplegen oplichting van bank op grond van ontoereikende motivering over de woonintentie

Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:950

De Hoge Raad vernietigt een veroordeling van het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens medeplegen van oplichting van de SNS-Bank. De verdachte zou samen met een tussenpersoon door een vals taxatierapport en een vals ingevuld aanvraagformulier een hypothecaire geldlening van 91.000 euro hebben verkregen. De kern van de zaak is of de verdachte ten tijde van de aanvraag de intentie had het pand niet als primaire woning te gebruiken. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet zonder meer uit de bewijsvoering van het hof kan worden afgeleid. Mede in het licht van het in hoger beroep gevoerde verweer is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd. De zaak wordt teruggewezen naar het hof voor een nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is verzoek verdediging om aanvulling deskundigenonderzoek terecht afgewezen? De Hoge Raad geeft beoordelingskader.

Hoge Raad 7 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1195

De Hoge Raad vernietigt de veroordeling van een verdachte wegens voorbereiding van het teweegbrengen van een ontploffing en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof acht bewezen dat de drie pakketten die in de auto van de verdachte zijn aangetroffen explosieve stoffen bevatten en steunt daarbij mede op een NFI-rapport van 14 november 2023. De raadsman verzoekt in hoger beroep om aanvulling van dat rapport met de onderzoeksopzet en de resultaten van een eerder NFI-experiment waaraan de deskundige zijn hypothesen heeft getoetst. Het hof wijst dat verzoek af omdat uit de onderbouwing niet blijkt dat de verdediging de onderzoeksmethode of de resultaten betwist. De Hoge Raad zet uiteen dat de verdachte op grond van artikel 6 EVRM het recht heeft de betrouwbaarheid van een belastende deskundigenverklaring te doen onderzoeken en dat van de verdediging in beginsel geen nadere onderbouwing van het belang mag worden verlangd. Omdat de verdediging heeft aangevoerd dat zij de gegevens nodig heeft om de betwiste resultaten te laten beoordelen door een eigen deskundige, is de afwijzing niet zonder meer begrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over de inzet van bestuursrechtelijke toezichtsbevoegdheden bij een integrale controle

Hoge Raad 7 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1146

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een verdachte die door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is veroordeeld voor het aanwezig hebben van XTC-pillen, MDMA-olie en GHB en voor voorbereidingshandelingen gericht op de productie van MDMA. De zaak begint met een zogenoemde integrale controle op acht adressen in een straat, uitgevoerd nadat bij de gemeente ondermijnende signalen over die straat zijn binnengekomen. Bij die controle werken een ambtenaar van Bouwtoezicht, een medewerker van een energiebedrijf en de politie samen, en in een loods met kantoortje in de achtertuin van de woning van de verdachte worden grondstoffen voor drugs aangetroffen. De verdediging voert aan dat de gemeente bestuursrechtelijke controlebevoegdheden inzet voor strafvorderlijke doeleinden en dat het bewijs daarom moet worden uitgesloten. Het hof oordeelt dat het optreden van de gemeentelijke autoriteiten rechtmatig is, omdat de controle is gericht op gebruik overeenkomstig het bestemmingsplan en verband houdt met de bestrijding van illegale en brandgevaarlijke situaties. De Hoge Raad laat dat oordeel in stand en vermindert alleen de opgelegde gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Advies AG aan Hoge Raad: de verhogingen van verkeersboetes moeten aan de rechter kunnen worden voorgelegd en mogen in sommige gevallen niet meer worden opgelegd

De verhogingen van verkeersboetes moeten aan de rechter kunnen worden voorgelegd. Bovendien kunnen de verhogingen niet worden geïnd als de niet-betaling van verkeersboetes een gevolg is van een gebrek aan draagkracht en als iemand van de niet-betaling geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Advocaat-generaal (AG) Snijders adviseert de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag om dit als antwoord te geven op de prejudiciële vraag die rechtbank Den Haag heeft gesteld over de verhogingen van verkeersboetes.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad: zonder vergunning exploiteren van online kansspelen leidt niet tot nietigheid van de kansspelovereenkomsten

Het gelegenheid geven om via internet deel te nemen aan kansspelen (online gokken) zonder de voor de exploitant vereiste vergunning op grond van de Wet op de kansspelen (Wok), heeft niet tot gevolg dat de tussen de exploitant en deelnemers gesloten kansspelovereenkomsten nietig zijn. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld naar aanleiding van prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad over begin van uitvoering, bij poging tot wederrechtelijk verblijf op haventerrein

Hoge Raad 30 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1030

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een verdachte die door het gerechtshof Den Haag is veroordeeld voor een poging tot het wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen, gepleegd door twee of meer verenigde personen. De verdachte is met drie anderen midden in de nacht per taxi afgezet bij een besloten haventerrein op de Maasvlakte in Rotterdam, waar douaneambtenaren de vier mannen bij het hek aantreffen met onder meer een betonschaar, containerzegels en een tas met proviand. Het cassatiemiddel klaagt dat uit de bewijsvoering geen begin van uitvoering als bedoeld in artikel 45 lid 1 Sr kan worden afgeleid. De Hoge Raad zet uiteen dat artikel 138aa lid 2 Sr een strafverzwarende omstandigheid bevat en geen afzonderlijke strafbepaling, en dat het hof de kwalificatie heeft gebaseerd op artikel 138aa lid 1 en lid 3, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 45 lid 1 Sr. Het oordeel van het hof dat de gedragingen van de verdachte en de mededaders naar hun uiterlijke verschijningsvorm waren gericht op het gezamenlijk betreden van en verblijven op het haventerrein en een begin van uitvoering opleveren, getuigt volgens de Hoge Raad niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. De vastgestelde gedragingen lagen in tijd en plaats dicht bij en waren concreet gericht op het wederrechtelijk verblijf op het terrein.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad: psychische mishandeling kan niet onder het wetsartikel mishandeling in het Wetboek van Strafrecht vallen

Psychische mishandeling zonder fysiek aspect is onder de huidige wetgeving niet strafbaar als ‘mishandeling’ in de zin van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld in een zaak waarin het Openbaar Ministerie cassatieberoep had ingesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over beklag tegen beslag op kleding en gereedschap bij verdenking van diefstal

Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1006

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een klager tegen een beklagbeschikking van de rechtbank Midden-Nederland over beslag op kledingstukken en gereedschappen. Het beslag is gelegd op grond van artikel 94 Sv in het kader van een verdenking van diefstal. De rechtbank verklaart de klager voor zover het de kleding en het gereedschap betreft niet-ontvankelijk in zijn beklag, en in cassatie wordt geklaagd dat de klager als beslagene ten onrechte niet als belanghebbende is aangemerkt en dat een onjuiste maatstaf is aangelegd. De Hoge Raad oordeelt dat de cassatiemiddelen niet tot cassatie kunnen leiden om de redenen die de advocaat-generaal in zijn conclusie onder 2.5 noemt. Volgens die conclusie zijn beide middelen terecht voorgesteld, maar leidt het slagen ervan wegens gebrek aan belang niet tot cassatie. De advocaat-generaal leest de overwegingen van de rechtbank zo dat de aangetroffen goederen op basis van summier onderzoek van diefstal afkomstig zijn, waarin besloten ligt dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert en zich tegen teruggave verzet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onschuldpresumptie en de herkomst van een Mercedes: Hoge Raad beoordeelt OM-cassatie tegen gedeeltelijke vrijspraak van witwassen

Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:955

De Hoge Raad oordeelt in een OM-cassatie over de gedeeltelijke vrijspraak van het witwassen van een Mercedes. Het gerechtshof Amsterdam sprak de verdachte op dit punt vrij omdat het de criminele herkomst van de auto niet kon vaststellen zonder de inmiddels overleden voormalige eigenaar postuum schuldig te verklaren aan een strafbaar feit, hetgeen volgens het hof in strijd zou zijn met de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM. De Hoge Raad oordeelt dat het hof daarmee het toepasselijke juridische kader heeft miskend. Bij de vraag of de Mercedes uit enig misdrijf afkomstig is, gaat het er niet om of de overleden eigenaar persoonlijk een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het door het Openbaar Ministerie voorgestelde middel slaagt. Naast deze OM-cassatie heeft de verdachte twee middelen voorgesteld over de bewezenverklaring en over het witwassen van twee horloges.

Read More
Print Friendly and PDF ^