Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over de verenigbaarheid van een veroordeling voor opruiing tot deelname aan een verboden demonstratie met artikel 10 en 11 EVRM

Hoge Raad 29 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1576

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een man die door het gerechtshof Den Haag is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 60 uren wegens opruiing, artikel 131 lid 1 Sr. Het hof acht bewezen dat de verdachte op 26 juni 2020 in een Facebook-livestream het publiek heeft opgeroepen deel te nemen aan een verboden demonstratie op het Malieveld in Den Haag, strafbaar op grond van artikel 11 lid 1 aanhef en onder a WOM. Het middel klaagt dat het hof deze uitlatingen had moeten opvatten als een oproep tot vreedzaam protest en dat de veroordeling een ontoelaatbare inbreuk vormt op de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering, artikel 10 en 11 EVRM. De Hoge Raad herhaalt zijn eerdere overwegingen over de beoordeling van opruiing en over het "chilling effect" van strafrechtelijk optreden tegen organisatoren van demonstraties. Volgens de Hoge Raad geven de oordelen van het hof over de gezondheid, het voorkomen van wanordelijkheden en de beperkte straf geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn zij toereikend gemotiveerd. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing, waarmee de Hoge Raad niet instemt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad herhaalt de eisen aan de vaststelling van voldoende aanwijzingen voor andere strafbare feiten bij ontneming

De Hoge Raad herhaalt in een ontnemingszaak over hennepteelt de eisen die gelden voor de vaststelling dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene andere strafbare feiten heeft begaan als bedoeld in artikel 36e lid 2 Sr. Uit HR 29 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1523 volgt dat dit oordeel in overeenstemming moet zijn met de onschuldpresumptie en dat de rechter voldoende aanwijzingen alleen mag aannemen als buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de betrokkene die andere feiten heeft begaan. Uit HR 12 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1498 volgt dat uit de uitspraak moet blijken aan welke feiten en omstandigheden de rechter die aanwijzingen heeft ontleend. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden neemt aan dat de betrokkene, die in de strafzaak is veroordeeld voor het medeplegen van bedrijfsmatige hennepteelt op 6 juli 2017, minimaal één eerdere oogst heeft gehad en legt op die grondslag een betalingsverplichting op. Voldoende aanwijzingen voor die eerdere oogst kunnen echter niet zonder meer uit de door het hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden worden afgeleid, zodat het oordeel ontoereikend is gemotiveerd en vernietiging en terugwijzing volgen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over taakstrafverbod en TUL-vordering

Hoge Raad 22 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1481

De Hoge Raad vernietigt de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Het hof had geoordeeld dat het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht in de weg staat aan omzetting van het voorwaardelijk deel in een taakstraf. De Hoge Raad stelt vast dat het hof hier onjuist heeft geoordeeld. Als een voorwaardelijke gevangenisstraf slechts voorwaardelijk is opgelegd naast een onvoorwaardelijk deel, kan die voorwaardelijke deel bij tenuitvoerlegging wel in een taakstraf worden omgezet, ook al zou het taakstrafverbod bij de originele veroordeling van toepassing zijn geweest. De beoordeling van het taakstrafverbod moet zich richten op het feit waarvoor die straf is opgelegd, niet op eerdere veroordelingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad: beklag ex art. 98 lid 4 Sv staat open tegen RC-beschikking waarbij kennisneming gefilterde gegevens wordt toegestaan

Hoge Raad 22 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1490

De Hoge Raad vernietigt integraal en wijst terug naar de rechtbank Overijssel. De zaak betreft beklag van Nederlandse en Belgische advocaten tegen een beschikking van de RC waarin hij het OM toestaat kennis te nemen van een gefilterde dataset, bestaande uit vele miljoenen bestanden. De klagers stellen dat hun verschoningsrecht onvoldoende is gewaarborgd omdat het filterproces, hoewel onder leiding van de RC uitgevoerd, gebreken vertoont. De rechtbank verklaart de klagers niet-ontvankelijk in hun beklag ex art. 98 lid 4 Sv, stellende dat de beschikking van de RC tot vrijgave van gefilterde gegevens niet kan gelden als een "beslissing" waarop art. 98 Sv van toepassing is. De Hoge Raad keurt dit oordeel af en stelt vast dat beklag ex art. 98 lid 4 Sv inderdaad openstaat tegen de beschikking van de RC, ook waar het gaat om gevorderde gegevens waarvan redelijk vermoeden bestaat dat zij onder het verschoningsrecht vallen. Voorts vernietigt de Hoge Raad ook die delen van de rechtbankbeschikking die niet waren bestreden omdat anders de rechtbank na terugwijzing niet naar behoren kan oordelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep OM over doorbreking van notarieel verschoningsrecht in witwasonderzoek

Hoge Raad 22 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1527

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van het openbaar ministerie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank had geoordeeld dat zich geen zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan het verschoningsrecht van twee niet-verdachte notarissen moet wijken voor het belang van de waarheidsvinding. Tegen die twee notarissen waren digitale gegevensbestanden in beslag genomen naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek tegen een andere notaris en zijn juridisch medewerker wegens vermoedde overtreding van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en witwassen. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank de toets voor het belang van de waarheidsvinding correct heeft toegepast. Het openbaar ministerie had niet aangetoond dat de stukken in een zodanig direct verband staan met het strafbare feit dat ze kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen. De rechtbank had voorts correct opgemerkt dat veel stukken buiten de periode van verdenking vallen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk de vrijspraak van het opzettelijk overtreden van de Sanctiewet 1977 bij geldovermakingen aan een naar Syrië uitgereisde dochter en haar echtgenoot

Hoge Raad 15 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1477

De Hoge Raad oordeelt in een OM-cassatie over de vrijspraak van een man die tussen 2014 en 2017 via tussenpersonen in Turkije en Libanon geld overmaakt aan zijn naar Syrië uitgereisde dochter en haar echtgenoot. Het gerechtshof Den Haag spreekt hem vrij van het financieren van terrorisme, artikel 421 Sr, en van de opzettelijke overtreding van een voorschrift krachtens artikel 2 Sanctiewet 1977, en veroordeelt hem alleen voor de overtredingsvariant van de Sanctiewet. De klacht over de vrijspraak van het financieren van terrorisme faalt, omdat het hof het juiste toetsingskader hanteert en zijn oordeel over het ontbreken van voorwaardelijk opzet niet onbegrijpelijk is. De klachten over de Sanctiewet slagen. Voor het opzettelijk overtreden van artikel 2 Sanctiewet 1977 is vereist dat de verdachte opzet heeft op het ter beschikking stellen van tegoeden of economische middelen aan de in de tenlastelegging geconcretiseerde personen of organisaties, zonder dat hij hoeft te weten dat het om terroristische organisaties gaat of dat zij op een sanctielijst staan. De Hoge Raad vernietigt het arrest wat betreft de feiten 2 en 3 en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Eerlijk proces en juiste maatstaf beoordeling getuigenverzoek

Hoge Raad 15 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1473

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin een verdachte wegens het medeplegen van opzetheling van een Toyota RAV4 en kentekenplaten is veroordeeld. De verdediging verzoekt pas bij pleidooi in hoger beroep om twee verbalisanten als getuige te horen, nadat zij eerdere gelegenheden onbenut laat en niet reageert op een brief van de verkeerstoren van het hof met de vraag naar onderzoekswensen. Het hof wijst het verzoek af wegens misbruik van procesrecht en gebruikt het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten voor het bewijs. De Hoge Raad herhaalt de overwegingen uit zijn arrest van 14 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1519, over getuigenverzoeken die pas bij de inhoudelijke behandeling worden gedaan. Omdat het arrest van het hof dateert van vóór dat arrest en de brief van het hof niets inhoudt over consequenties van het uitblijven van een reactie, is de afwijzing niet begrijpelijk. Ook het gebruik van het betwiste proces-verbaal voor het bewijs zonder toetsing aan artikel 6 EVRM houdt geen stand.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt gedeeltelijke gegrondverklaring van beklag tegen beslag op commissievorderingen omdat de rechtbank te ver vooruitloopt op verbeurdverklaring en ontneming

Hoge Raad 8 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1427

De Hoge Raad vernietigt een beschikking van de rechtbank Rotterdam in een beklagprocedure over beslag op vorderingen van een tussenpersoon die werkzaamheden verricht voor bouwopdrachten van de Bahama's en Trinidad en Tobago aan een scheepsbouwer. De klager wordt verdacht van het medeplegen van valsheid in geschrift, en het Openbaar Ministerie legt op grond van de artikelen 94 en 94a Sv beslag op vorderingen van de klager op de scheepsbouwer en op een bank. De rechtbank verklaart het beklag gegrond voor zover het beslag een bedrag van € 1.550.000 te boven gaat, omdat zij het hoogst onwaarschijnlijk acht dat de strafrechter de commissie-inkomsten verbeurd verklaart of als wederrechtelijk verkregen voordeel ontneemt. Het Openbaar Ministerie en de klager stellen beiden cassatieberoep in. De Hoge Raad herhaalt het beoordelingskader uit HR 31 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:128 en oordeelt dat de rechtbank met de gedeeltelijke gegrondverklaring te ver vooruitloopt op de uitkomst van de strafzaak of ontnemingszaak. Het middel van het Openbaar Ministerie slaagt, het middel van de klager blijft onbesproken en de zaak wordt teruggewezen naar de rechtbank Rotterdam.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Opgave van bewijsmiddelen ex artikel 359 lid 3 Sv volstaat niet bij bevestiging van het vonnis als in hoger beroep vrijspraak is bepleit

Hoge Raad 8 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1424

De Hoge Raad vernietigt een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een zaak over zware mishandeling en wijst de zaak terug. De politierechter in de rechtbank Limburg volstaat in zijn vonnis met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3, tweede volzin, Sv. Het hof bevestigt dat vonnis, onder meer wat betreft de bewezenverklaring, terwijl de raadsman in hoger beroep vrijspraak heeft bepleit. Het eerste cassatiemiddel klaagt dat het hof het vonnis niet zonder meer had mogen bevestigen. Uit de bewoordingen van artikel 359 lid 3 Sv volgt dat met een opgave van bewijsmiddelen niet kan worden volstaan als door of namens de verdachte op de terechtzitting vrijspraak is bepleit. Het hof had het vonnis daarom alleen mogen bevestigen met een aanvulling van gronden als bedoeld in artikel 423 lid 1 Sv, bestaande uit een weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over de vraag of een verpleegkundige in een Wvggz-zorginstelling ambtenaar is in de zin van artikel 304 Sr

Hoge Raad 25 augustus 2026, ECLI:NL:HR:2026:1362

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een man die door het gerechtshof Den Haag is veroordeeld wegens onder meer twee mishandelingen, waaronder de mishandeling van een verpleegkundige, en aan wie terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd. Het slachtoffer is een verpleegkundige die werkzaam is in een zorginstelling voor verplichte en gedwongen zorg, waar de verdachte op grond van een zorgmachtiging in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is opgenomen. Het vierde cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat deze verpleegkundige een ambtenaar is in de zin van artikel 304 lid 1, aanhef en onder 3, Sr. De Hoge Raad herhaalt dat onder ambtenaar ook valt degene die onder toezicht en verantwoording van de overheid is aangesteld in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan worden ontzegd. Het oordeel van het hof dat de verplichte en gedwongen zorg een overheidstaak is en dat de verpleegkundige daarom als ambtenaar kan worden aangemerkt, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^