Verbod of verweer? Uitleg van de no-claims bepaling onder de EU-sancties

De no-claims bepaling van artikel 11 van Verordening (EU) Nr. 833/2014 beschermt partijen die EU-sancties naleven tegen vorderingen die verband houden met de niet-nakoming van door sancties geraakte contracten en transacties. Over de reikwijdte van deze bepaling bestaat aanzienlijke onzekerheid, met name ten aanzien van de vraag of artikel 11 ook in de weg staat aan de (vrijwillige) terugbetaling van vooruitbetalingen. De Europese Commissie en verschillende nationale toezichthouders stellen zich op het standpunt dat een dergelijke terugbetaling verboden is. In deze bijdrage analyseren wij de tekst, systematiek en ratio van artikel 11, bezien wij de standpunten van de betrokken toezichthouders, en bespreken wij relevante jurisprudentie. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de opinie van de Advocaat-Generaal in de zaak Ciekuri-Shishki en de bij het HvJ EU aanhangige prejudiciƫle vragen in de zaak Reibel. Wij concluderen dat artikel 11 beperkt moet worden opgevat: de bepaling richt zich tot de rechter en fungeert als verweer in rechte. Een ruimere uitleg, die artikel 11 tot een de facto verbodsbepaling maakt, verdraagt zich slecht met de beschermingsgedachte van het artikel en het rechtszekerheids- en legaliteitsbeginsel. Hangende de beantwoording van de prejudiciƫle vragen in de verschillende lopende procedures verdient het evenwel aanbeveling voorzichtig te zijn met de terugbetaling van vooruitbetalingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Jaarverslag 2025 Huis voor Klokkenluiders: Tien jaar verbod op benadeling, nog geen tanden

Het Huis voor Klokkenluiders publiceerde op 10 maart 2026 zijn jaarverslag over 2025. De cijfers laten een organisatie zien die structureel overbelast raakt door een vraag die jaar na jaar met bijna 50% stijgt. Opvallender is wat de cijfers zeggen over de werking van de Wet bescherming klokkenluiders zelf: een wettelijk verbod op benadeling dat al tien jaar bestaat, maar zonder tanden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Visfraude: maatschap veroordeeld voor valsheid in geschrift door visreizen te registreren op naam van kapot vaartuig

Rechtbank Amsterdam 19 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1812

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een maatschap tot een geheel voorwaardelijke geldboete van 25.000 euro voor valsheid in geschrift in de visserijsector. De maatschap registreert tussen 2021 en 2023 fictieve visreizen in het digitale vangstregistratiesysteem E-Lite op naam van een vaartuig dat al jaren niet meer vaart. De zeebaarsvangsten die op dit vaartuig worden weggeschreven, zijn in werkelijkheid gevangen met een ander vaartuig dat over een beperktere vismachtiging beschikt. De rechtbank verwerpt het verweer dat de Uitvoeringsregeling Zeevisserij als specialis aan vervolging op grond van artikel 225 Sr in de weg staat. Het verweer dat pas sprake is van een geschrift na verzending van de gegevens wordt eveneens verworpen: de rechtbank oordeelt dat het geschrift al bestaat op het moment van invoer in het systeem. Bij de strafmaat weegt de rechtbank mee dat ook een ontnemingsvordering van ruim 83.000 euro loopt, waardoor een geheel voorwaardelijke geldboete volstaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Nieuwe hoofdaanklager EPPO benoemd: AndrƩs Ritter volgt Kƶvesi op

De Raad van de Europese Unie heeft op 9 maart 2026 ingestemd met de benoeming van AndrĆ©s Ritter als nieuwe Europese hoofdaanklager van het Europees Openbaar Ministerie (EPPO). Een dag later, op 10 maart, heeft ook het Europees Parlement zijn goedkeuring gegeven. Daarmee is de benoeming formeel rond. Ritter treedt op 1 november 2026 aan, de dag nadat het mandaat van de huidige hoofdaanklager Laura Codruța Kƶvesi afloopt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valsheid in geschrift ten behoeve van belastingfraude: rechtbank wijkt af van eis en legt taakstraf op wegens oude feiten en overschrijding redelijke termijn

Rechtbank Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2117

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een verdachte voor valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, in de periode 2015 tot en met 2018. De verdachte maakte vanuit aan hem gelieerde ondernemingen valse facturen op voor een schoonmaakbedrijf, waarmee belastingfraude werd gefaciliteerd en werknemers zwart werden betaald. Het totaal gefactureerde bedrag bedraagt ruim € 2,4 miljoen, waarvan bijna € 775.000 aan de gelieerde ondernemingen is uitbetaald. Het Openbaar Ministerie eist zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar de rechtbank wijkt hiervan af. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, de ouderdom van de feiten, de instrumentele rol van de verdachte en de toepassing van artikel 63 Sr legt de rechtbank een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op.

Read More
Print Friendly and PDF ^