Verbod of verweer? Uitleg van de no-claims bepaling onder de EU-sancties
/De no-claims bepaling van artikel 11 van Verordening (EU) Nr. 833/2014 beschermt partijen die EU-sancties naleven tegen vorderingen die verband houden met de niet-nakoming van door sancties geraakte contracten en transacties. Over de reikwijdte van deze bepaling bestaat aanzienlijke onzekerheid, met name ten aanzien van de vraag of artikel 11 ook in de weg staat aan de (vrijwillige) terugbetaling van vooruitbetalingen. De Europese Commissie en verschillende nationale toezichthouders stellen zich op het standpunt dat een dergelijke terugbetaling verboden is. In deze bijdrage analyseren wij de tekst, systematiek en ratio van artikel 11, bezien wij de standpunten van de betrokken toezichthouders, en bespreken wij relevante jurisprudentie. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de opinie van de Advocaat-Generaal in de zaak Ciekuri-Shishki en de bij het HvJ EU aanhangige prejudiciƫle vragen in de zaak Reibel. Wij concluderen dat artikel 11 beperkt moet worden opgevat: de bepaling richt zich tot de rechter en fungeert als verweer in rechte. Een ruimere uitleg, die artikel 11 tot een de facto verbodsbepaling maakt, verdraagt zich slecht met de beschermingsgedachte van het artikel en het rechtszekerheids- en legaliteitsbeginsel. Hangende de beantwoording van de prejudiciƫle vragen in de verschillende lopende procedures verdient het evenwel aanbeveling voorzichtig te zijn met de terugbetaling van vooruitbetalingen.
Read More