Nieuwe hoofdaanklager EPPO benoemd: Andrés Ritter volgt Kövesi op

De Raad van de Europese Unie heeft op 9 maart 2026 ingestemd met de benoeming van Andrés Ritter als nieuwe Europese hoofdaanklager van het Europees Openbaar Ministerie (EPPO). Een dag later, op 10 maart, heeft ook het Europees Parlement zijn goedkeuring gegeven. Daarmee is de benoeming formeel rond. Ritter treedt op 1 november 2026 aan, de dag nadat het mandaat van de huidige hoofdaanklager Laura Codruța Kövesi afloopt.

Van Rostock naar Luxemburg

Ritter is geen onbekende in de wereld van het Europese strafrecht. Hij trad in 1995 in dienst bij het Duitse openbaar ministerie en klom op tot plaatsvervangend procureur-generaal in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern. Van 2013 tot 2020 leidde hij het gespecialiseerde parket voor economische criminaliteit en cybercrime in Rostock. Die combinatie van economische delicten en digitale criminaliteit is, zeker gezien de portefeuille van het EPPO, relevante bagage.

Sinds november 2020 is hij plaatsvervangend Europees hoofdaanklager -- de op twee na hoogste positie binnen het EPPO. Hij was daarmee de eerste Duits-gedelegeerde Europese aanklager en heeft de opbouw en operationele ontwikkeling van het kantoor van nabij meegemaakt.

Wat doet het EPPO ook alweer?

Het EPPO is een onafhankelijk orgaan van de EU, opgericht op grond van Verordening (EU) 2017/1939, en bevoegd om strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden te onderzoeken en te vervolgen. Denk aan fraude met EU-subsidies, corruptie en grensoverschrijdende btw-fraude boven de tien miljoen euro. Het EPPO vervolgt niet in eigen rechtbanken -- het brengt zaken voor de bevoegde nationale rechters van de deelnemende lidstaten.

Op dit moment nemen 24 lidstaten deel, waaronder Nederland. Hongarije, Polen en Zweden deden aanvankelijk niet mee; Zweden is later alsnog toegetreden. Eind 2025 had het EPPO 3.602 actieve onderzoeken lopen, met een totale geschatte schade van meer dan 67,2 miljard euro voor de EU- en nationale begrotingen. Die cijfers illustreren de omvang van de problematiek die het kantoor bestrijkt.

De selectieprocedure

De benoeming van een Europees hoofdaanklager verloopt via een bijzondere procedure: er is een gemeenschappelijk akkoord vereist tussen het Europees Parlement en de Raad. Op 3 december 2025 organiseerden de LIBE-commissie en de Begrotingscontrolecommissie van het Parlement een openbare hoorzitting met vier kandidaten. Zowel de commissie als Coreper -- het comité van permanente vertegenwoordigers van de lidstaten -- spraken zich nadien uit voor Ritter. Daarmee was de gemeenschappelijke overeenstemming feitelijk al bereikt voordat de formele stemming plaatsvond.

Het mandaat duurt zeven jaar en is niet verlengbaar. Ritter wordt benoemd op AD 15-niveau, de hoogste schaal voor tijdelijk aangesteld EU-personeel.

Continuïteit als troef, maar ook als vraag

Het feit dat Ritter al vijf jaar binnen het EPPO actief is als plaatsvervangend hoofdaanklager, biedt institutionele continuïteit. Hij kent de interne structuur, de politieke verhoudingen met de lidstaten en de operationele uitdagingen van een kantoor dat in korte tijd aanzienlijk is gegroeid.

Tegelijkertijd roept juist die continuïteit een vraag op die bij dit soort benoemingen zelden hardop wordt gesteld: in hoeverre brengt iemand die het systeem van binnenuit heeft opgebouwd ook de kritische blik mee die nodig is om het te hervormen waar dat nodig is? Kövesi trad aan als buitenstaander met een reputatie die deels was gesmeed door haar confrontaties met de Roemeense politiek. Ritter is een insider.

Dat is geen bezwaar op zichzelf, maar het is een relevant gegeven voor wie de ontwikkeling van het EPPO op de voet volgt -- zeker nu het kantoor steeds vaker opereert op het snijvlak van nationaal strafprocesrecht en Europese bevoegdheidsregels, een terrein dat ook voor de Nederlandse praktijk steeds meer betekenis krijgt.

Print Friendly and PDF ^