Cameratoezicht in OV: chauffeurs mogen niet permanent in beeld

Permanent cameratoezicht op de vaste werkplek van werknemers is niet toegestaan. Camera’s mogen alleen worden ingezet als dat strikt noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor veiligheid bij incidenten, en niet om werknemers structureel te volgen of te beoordelen. Dat geldt ook als camerabeelden alleen achteraf worden bekeken. Dat benadrukt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) na een klacht en gesprekken met openbaarvervoerbedrijf Arriva over het gebruik van camera’s in hun bussen.

Camera’s in voertuigen kunnen bijdragen aan de veiligheid van reizigers en personeel, bijvoorbeeld bij incidenten rond de ingang of betaalapparatuur. Die inzet kent echter duidelijke grenzen. Cameratoezicht mag niet leiden tot permanente monitoring van werknemers op hun vaste werkplek.

Waar ligt de grens?

‘Werkgevers moeten ervoor zorgen dat camera’s niet méér vastleggen dan strikt noodzakelijk’, aldus Monique Verdier, vicevoorzitter van de AP. ‘Cameratoezicht mag nooit een verkapt middel zijn om werknemers te volgen of te beoordelen. Veiligheid is belangrijk, maar privacy op de werkvloer net zo.’

Afspraken leiden tot concrete aanpassingen

De AP heeft hierover met Arriva afspraken gemaakt. Het bedrijf gaat maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat chauffeurs niet langer in beeld komen op hun vaste werkplek. Daarbij gaat het onder meer om technische aanpassingen aan camera’s, het aanpassen van interne protocollen en het opstellen van duidelijke instructies aan medewerkers.

De AP ziet zo’n informeel gesprek als een voorbeeld van hoe toezicht kan leiden tot concrete verbeteringen, zonder dat direct formele handhavingsmaatregelen nodig zijn.

Aandachtspunten voor vervoerders

De AP wijst alle werkgevers in het openbaar vervoer, maar bijvoorbeeld ook in het goederenvervoer, op de volgende uitgangspunten:

  • Cameratoezicht op werknemers mag niet structureel of permanent plaatsvinden op hun vaste werkplek.

  • Camerabeelden mogen niet worden gebruikt om werknemers te controleren, beoordelen of volgen zonder dit vooraf duidelijk kenbaar te maken.

  • Technische maatregelen zijn nodig om te voorkomen dat werknemers toch permanent in beeld komen.

  • Doelen, bewaartermijnen en toegangsrechten moeten duidelijk intern zijn vastgelegd en gecommuniceerd aan werknemers.

Werkgevers zijn verantwoordelijk voor een zorgvuldige afweging tussen veiligheid en privacy. Dat betekent dat cameratoezicht alleen mag worden ingezet waar dat noodzakelijk is, met zo min mogelijk inbreuk op de privacy van werknemers.

De AP blijft dit onderwerp volgen en gaat waar nodig het gesprek aan met organisaties om naleving van de privacyregels te bevorderen.

Bron: AP

Print Friendly and PDF ^

Afwijzing wrakingsverzoek in mondkapjeszaak: Opmerkingen van voorzitter zijn ongelukkig, maar duiden niet op vooringenomenheid

Rechtbank Rotterdam 28 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:686

In de zaak rondom de mondkapjesdeals wijst de rechtbank Rotterdam het wrakingsverzoek van het OM af. Het OM acht opmerkingen van de voorzitter tijdens een zitting in december 2025 vooringenomen, maar de wrakingskamer oordeelt anders. De voorzitter mag binnen zijn regierol kritische vragen stellen en voorlopige standpunten innemen. De gewraakte opmerkingen worden als ongelukkig beschouwd, maar leveren geen (schijn van) partijdigheid op. Ook aanvullende opmerkingen en WhatsApp-contact met een advocaat leiden niet tot een ander oordeel. De rechters blijven belast met de verdere behandeling van de strafzaak en raadkamerprocedure.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kunnen door beleggers ingelegde gelden als rechtstreekse schade worden aangemerkt?

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:78

De verdachte wordt veroordeeld voor het witwassen van haar salaris, dat afkomstig is uit oplichting door ondernemingen waarvoor zij werkte. Het gerechtshof achtte haar mede aansprakelijk voor de schade van drie beleggers en kende ruim €59.000 aan vorderingen toe. De Hoge Raad oordeelt echter dat niet is vastgesteld dat het door haar witgewassen bedrag samenhangt met de ingelegde gelden van deze beleggers. De enkele bekendheid met de herkomst van het geld en haar werkzaamheden voor de bedrijven is daarvoor onvoldoende. Daardoor ontbreekt civielrechtelijke aansprakelijkheid en kan de schadevergoedingsmaatregel niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigt het arrest op dit punt en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De Wet op de defensiegereedheid: impact op het domein van de fysieke leefomgeving

Het concept-wetsvoorstel Wet op de defensiegereedheid introduceert een bijzonder juridisch kader voor de gereedstelling van de krijgsmacht. De wet maakt het mogelijk om voor defensiegerelateerde activiteiten af te wijken van vergunningplichten en beschermingsregels binnen de fysieke leefomgeving. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen van rechtswege toegestane activiteiten en gereedstellingsbesluiten per geval. Voor deze activiteiten kunnen reguliere bezwaar- en beroepsmogelijkheden worden beperkt of uitgesloten. De wet bevat specifieke regimes voor afwijking van natuur- en milieubescherming, met beoordelings- en compensatieverplichtingen. De uiteindelijke impact hangt af van de uitwerking in lagere regelgeving en individuele besluiten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen dubbele betaling: Hoge Raad over alternatieve vergoedingsplicht

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:77

De verdachte is veroordeeld voor oplichting en witwassen en moet ruim 3,1 miljoen euro aan schade vergoeden. Het hof vergat te vermelden dat de civiele schadevergoeding en de schadevergoedingsmaatregel alternatief zijn. De Hoge Raad herstelt dit en voorkomt zo dat de verdachte dubbel zou moeten betalen. Ook stelde het hof hoofdelijkheid vast, maar vergat dit expliciet in het dictum te vermelden. De Hoge Raad ziet dit als een kennelijke misslag en leest hoofdelijkheid alsnog in het arrest. De straf wordt met één maand verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^