Afwijzing wrakingsverzoek in mondkapjeszaak: Opmerkingen van voorzitter zijn ongelukkig, maar duiden niet op vooringenomenheid
/Rechtbank Rotterdam 28 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:686
In de zaak rondom de mondkapjesdeals wijst de rechtbank Rotterdam het wrakingsverzoek van het OM af. Het OM acht opmerkingen van de voorzitter tijdens een zitting in december 2025 vooringenomen, maar de wrakingskamer oordeelt anders. De voorzitter mag binnen zijn regierol kritische vragen stellen en voorlopige standpunten innemen. De gewraakte opmerkingen worden als ongelukkig beschouwd, maar leveren geen (schijn van) partijdigheid op. Ook aanvullende opmerkingen en WhatsApp-contact met een advocaat leiden niet tot een ander oordeel. De rechters blijven belast met de verdere behandeling van de strafzaak en raadkamerprocedure.
Context
Deze zaak speelt in het kader van het omvangrijke strafrechtelijke onderzoek “Full Sutton”, dat betrekking heeft op vermeende strafbare feiten gepleegd door verdachte 1, verdachte 2, verdachte 3 en de aan hen gelieerde vennootschappen. Zij worden verdacht van onregelmatigheden bij de totstandkoming van mondkapjesdeals tijdens de coronapandemie met onder meer het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De zaak heeft grote maatschappelijke en politieke impact.
In het strafrechtelijk onderzoek zijn de verdediging en hun voormalige advocaten gestuit op stukken die onder het verschoningsrecht vallen (geheimhouderstukken). De rechter-commissaris heeft hierover geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn dat de FIOD kennis heeft genomen van deze GH-stukken. Tegen dit oordeel zijn vervolgens klaagschriften ingediend bij de raadkamer van de rechtbank.
Tijdens een zitting op 3 december 2025 in deze raadkamerprocedure, alsmede in de gelijktijdige strafzaak, maakt de voorzitter van de strafkamer diverse opmerkingen die het Openbaar Ministerie hebben doen besluiten tot het indienen van een wrakingsverzoek jegens de drie rechters in deze zaak.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie stelt dat de voorzitter van de strafkamer tijdens de zitting opmerkingen heeft gemaakt die duiden op partijdigheid jegens het OM, en stelt dat deze ook afstralen op de twee andere rechters, nu deze de opmerkingen niet weersproken hebben.
Het OM voert aan dat de opmerkingen van de voorzitter een schijn van vooringenomenheid creëren. De gewraakte uitlatingen betreffen onder meer:
De suggestie dat de computers van een verdachte “veel GH” bevatten
De retorische vraag of er sprake is van “onhandigheid of bewust handelen” door de FIOD
De opmerking “ik weet het al” vóór beraadslaging
De mededeling “ik heb goed geluisterd naar mr. Van Zijl” na het nemen van een beslissing
Volgens het OM zijn deze opmerkingen, in onderlinge samenhang bezien, een aanwijzing dat de voorzitter zijn oordeel al gevormd heeft en de betrouwbaarheid van het FIOD-onderzoek betwijfelt. Daarnaast stelt het OM dat de raadkamer en de strafkamer dermate verweven zijn dat vooringenomenheid in de raadkamer ook de behandeling van de strafzaak kleurt. De officieren van justitie beklemtonen dat zij al voorafgaand aan de zitting bezwaar hebben gemaakt tegen deze samenstelling, juist om de schijn van partijdigheid te voorkomen.
Tijdens de mondelinge behandeling wijzen de officieren op aanvullende uitlatingen die volgens hen de eerdergenoemde gronden ondersteunen, waaronder opmerkingen over het gebrek aan feitelijke data over GH-bestanden en een uiting van openheid jegens het pleidooi van de verdediging.
Het oordeel van de rechtbank
De wrakingskamer stelt voorop dat een rechterlijke onpartijdigheid wordt verondersteld, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor het aannemen van vooringenomenheid. Kritische opmerkingen of vragen zijn op zichzelf niet voldoende om een wrakingsverzoek te rechtvaardigen.
De rechtbank erkent dat enkele opmerkingen van de voorzitter ongelukkig zijn, met name de kwalificatie dat de computers “veel GH” bevatten. Deze formulering raakt aan het geschilpunt in de raadkamerprocedure en lijkt de redenering van de verdediging te volgen. Toch acht de wrakingskamer dit onvoldoende voor het aannemen van (de schijn van) partijdigheid.
De voorzitter heeft volgens de wrakingskamer gehandeld binnen de ruime vrijheid die een rechter toekomt in het Nederlandse gematigd accusatoire strafprocesmodel. Daarbij past een actieve, onderzoekende houding, inclusief het stellen van kritische vragen. De opmerking over “onhandigheid of bewust handelen” wordt als hypothetisch en onderzoekend beschouwd, niet als een oordeel.
De uitlating “ik weet het al” wordt evenmin opgevat als teken van vooringenomenheid. De voorzitter mag voor zichzelf een voorlopig standpunt vormen tijdens de zitting, zolang dit niet betekent dat het oordeel al vaststaat of de overige rechters zich daarbij moeten aansluiten. Dat blijkt hier niet.
Ook de opmerking “ik heb goed geluisterd naar mr. Van Zijl” acht de wrakingskamer niet partijdig. De rechters hebben verduidelijkt dat dit een reactie betrof op een specifieke opmerking van die advocaat, en dus geen blijk van voorkeur of partijdigheid was.
De wrakingskamer overweegt verder dat de samenstelling van raadkamer en strafkamer in beginsel gelijk mag zijn, gelet op artikel 21 lid 3 Sv. De bezwaren van het OM over de personele verwevenheid worden dan ook verworpen.
Wat betreft de aanvullende opmerkingen van de voorzitter, zoals het ontbreken van veel data over de bestudering van GH-stukken en de openheid richting het pleidooi van de verdediging, acht de wrakingskamer deze niet als nieuwe gronden, maar als nadere toelichting op het oorspronkelijke verzoek. Ook deze uitingen passen binnen de rol van een actieve voorzitter en bieden geen aanknopingspunt voor het aannemen van (de schijn van) partijdigheid.
Ten aanzien van de WhatsApp-contacten tussen de voorzitter en advocaat De Greve overweegt de wrakingskamer dat dit wél een nieuwe wrakingsgrond betreft, die ten onrechte niet in het oorspronkelijke verzoek is opgenomen. Deze omstandigheid blijft daarom buiten beschouwing.
Lees hier de volledige uitspraak.
