De Wet op de defensiegereedheid: impact op het domein van de fysieke leefomgeving

De regering heeft een concept-wetsvoorstel Wet op de defensiegereedheid (Wodg) gepubliceerd voor internetconsultatie. Met dit wetsvoorstel worden regels geïntroduceerd die moeten bijdragen aan de gereedstelling van de krijgsmacht, tegen de achtergrond van toenemende militaire dreigingen en internationale verplichtingen. De Wodg beoogt te waarborgen dat de krijgsmacht tijdig en doeltreffend kan worden voorbereid op inzet, waarbij nationale veiligheid als zelfstandig wettelijk belang centraal staat.

Een belangrijk onderdeel van het concept-wetsvoorstel betreft de gevolgen voor het domein van de fysieke leefomgeving. De Wodg creëert namelijk mogelijkheden om af te wijken van bestaande vergunningplichten en beschermingsregimes, met name binnen het stelsel van de Omgevingswet en aanverwante wetgeving. Daarmee verschuift de wijze waarop activiteiten van Defensie juridisch worden genormeerd en beoordeeld.

Gereedstelling als wettelijk verankerde publieke taak

De Wodg verankert de gereedstelling van de krijgsmacht expliciet als een publieke taak van de Minister van Defensie. Gereedstelling wordt breed gedefinieerd en omvat onder meer het opleiden, trainen en oefenen van defensiepersoneel, het verwerven, onderhouden en aanpassen van infrastructuur en materieel, en andere activiteiten die noodzakelijk worden geacht voor een geloofwaardig en inzetbaar militair vermogen.

De wet bepaalt dat de toepassing ervan mede gericht is op afstemming met andere belangen binnen een weerbare maatschappij. Tegelijkertijd wordt defensiegereedheid als zodanig benoemd als een zwaarwegend belang, dat onder omstandigheden voorrang kan krijgen boven andere publieke belangen die normaliter in het domein van de fysieke leefomgeving worden beschermd.

Een bijzonder regime binnen de Omgevingswet

Hoofdstuk 3 van het wetsvoorstel introduceert een afzonderlijk regime binnen de Omgevingswet voor zogenoemde gereedstellingsactiviteiten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee instrumenten, uitgewerkt in bijlage I en bijlage II bij het wetsvoorstel.

Deze systematiek maakt het mogelijk om voor defensiegerelateerde activiteiten af te wijken van bestaande wettelijke voorschriften, waaronder bepalingen uit de Omgevingswet, de Wet luchtvaart, de Erfgoedwet, de Telecommunicatiewet en de Scheepvaartverkeerswet. De afwijkingen zijn functioneel gekoppeld aan het doel van defensiegereedheid en worden begrensd in tijd en reikwijdte.

Bijlage I: van rechtswege toegestane activiteiten

De eerste categorie betreft concreet omschreven gereedstellingsactiviteiten die via een algemene maatregel van bestuur kunnen worden aangewezen. Deze activiteiten zijn opgenomen in bijlage I en zien voornamelijk op bestaande militaire terreinen, infrastructuur en oefengebieden.

Voor deze activiteiten vervallen vergunningplichten en andere procedurele vereisten. De wet verklaart expliciet dat paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet niet van toepassing is. Daarmee vervallen ook de reguliere mogelijkheden van bezwaar en beroep. De afwijkingen gelden voor een vooraf vastgesteld tijdvak, met een wettelijk maximum en de mogelijkheid van verlenging bij koninklijk besluit.

Bijlage I bevat een gedetailleerde opsomming van activiteiten, waaronder luchtvaartbewegingen, schietoefeningen, aanleg van werken, opslag en transport van munitie en gevaarlijke stoffen, bouw- en sloopactiviteiten en afwijkend gebruik van frequentieruimte. Per activiteit zijn locaties en kwantitatieve begrenzingen vastgelegd, zoals maxima voor vlieguren, schietdagen of aantallen bewegingen.

Bijlage II: gereedstellingsbesluiten per geval

De tweede categorie betreft algemenere gereedstellingsactiviteiten waarvoor geen automatische vrijstelling geldt. Deze activiteiten zijn opgenomen in bijlage II en kunnen uitsluitend worden toegestaan via een gereedstellingsbesluit van de Minister van Defensie.

Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen indien dit noodzakelijk is met het oog op de doelstellingen van de wet. Het besluit moet onder meer bevatten: een beschrijving van de activiteit, de locatie, de wettelijke voorschriften waarvan wordt afgeweken, de te treffen voorzieningen ter beperking van nadelige gevolgen en de duur van het besluit. Ook moet worden aangegeven binnen welke termijn onderzoek plaatsvindt naar de gevolgen voor de fysieke leefomgeving.

Op de voorbereiding van een gereedstellingsbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Rechtsbescherming is geconcentreerd bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, in één instantie. Het wetsvoorstel sluit uit dat beroepsgronden later kunnen worden aangevuld.

Afwijkingen van natuur- en milieubescherming

De Wodg bevat specifieke bepalingen over gebieds- en soortenbescherming. Indien gereedstellingsactiviteiten significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden, is een passende beoordeling vereist overeenkomstig de Habitatrichtlijn. De wet bepaalt echter dat activiteiten ondanks negatieve conclusies uit die beoordeling kunnen doorgaan, indien zij noodzakelijk zijn vanwege het groot en openbaar belang van nationale veiligheid en indien alternatieven ontbreken.

In dat geval is de Minister van Defensie verplicht compenserende maatregelen vast te stellen om de samenhang van het Natura 2000-netwerk te waarborgen. De wet sluit uit dat compensatie bestaat uit maatregelen die reeds nodig zijn om instandhoudingsdoelstellingen te realiseren of verslechtering te voorkomen.

Voor soortenbescherming wordt een vergelijkbaar regime geïntroduceerd, met afwijkingen van de Vogel- en Habitatrichtlijn en een verplicht soortenprogramma, inclusief monitoring en bijstelling indien verslechtering dreigt.

Uitvoering, toezicht en vervallen van afwijkingen

De uitvoering van gereedstellingsactiviteiten gaat gepaard met informatieverplichtingen richting betrokken bestuursorganen en belanghebbenden. Deze bestuursorganen zijn gehouden medewerking te verlenen en kunnen adviseren over de uitvoering.

De wet bevat daarnaast een mechanisme om afwijkingen te laten vervallen zodra uitvoering zonder afwijking van wettelijke voorschriften mogelijk is. Daarmee wordt benadrukt dat de afwijkingsmogelijkheden tijdelijk en doelgebonden zijn.

Slot

Het concept-wetsvoorstel Wet op de defensiegereedheid introduceert een ingrijpend juridisch kader voor activiteiten van Defensie binnen het domein van de fysieke leefomgeving. Door het creëren van vrijstellingen en gereedstellingsbesluiten verschuift de normering van vergunningverlening en rechtsbescherming naar een systeem waarin nationale veiligheid en defensiegereedheid centraal staan. De uiteindelijke betekenis van deze wet zal in belangrijke mate afhangen van de concrete uitwerking in algemene maatregelen van bestuur en individuele besluiten, evenals van de wijze waarop proportionaliteit, beoordeling en compensatie in de praktijk worden toegepast.

Print Friendly and PDF ^