Hoe houden andere landen toezicht op hun inlichtingen- en veiligheidsdiensten en wat kunnen wij daarvan leren?

Het rapport van mr. dr. Jan-Jaap Oerlemans vergelijkt hoe Denemarken, Zweden, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk toezicht houden op hun inlichtingen- en veiligheidsdiensten. In alle landen is onafhankelijk en effectief toezicht vereist in drie fasen: vooraf, tijdens en achteraf. Frankrijk en het VK kennen geïntegreerde toezichthouders met bindende bevoegdheden, terwijl Zweden en Denemarken toezicht verdelen over meerdere organen. Denemarken en Zweden voegden onlangs klachtkamers toe die juridisch bindende besluiten kunnen nemen. Het EHRM benadrukt dat toezicht pas effectief is als ook een rechtsmiddel beschikbaar is. De bevindingen bieden concrete aanknopingspunten voor de herziening van de Nederlandse Wiv 2017.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Stand van zaken implementatie eEvidence richtlijn: uitvoerbaarheid uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal afhankelijk van duidelijke kaders en samenwerking ACM met OM

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) acht de conceptuitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal uitvoerbaar en handhaafbaar, mits aan vier randvoorwaarden wordt voldaan. Zij wijst op de noodzaak van voldoende capaciteit, een operationeel registratieplatform, een duidelijke scheiding tussen bestuurs- en strafrecht en een expliciete rechtsgrondslag voor samenwerking met het Openbaar Ministerie. De ACM verwacht een beweeglijke markt met circa 15.000 dienstaanbieders, waarvan een derde zich proactief zal registreren, en raamt vier fte aan toezichtcapaciteit. Handhaving zal signaalgedreven plaatsvinden, waarbij het ontbreken van een geregistreerde vertegenwoordiger als signaal geldt. De toezichthouder vraagt om structurele financiering en een evaluatie twee jaar na inwerkingtreding. De deadline voor implementatie van de richtlijn is 18 februari 2026.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Levert eerste aanbetaling waarvan hof heeft vrijgesproken wegens ontbreken van oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling rechtstreekse schade op van bewezenverklaarde oplichting?

Hoge Raad 7 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1490

In deze zaak staat centraal of de eerste aanbetaling van € 500 – waarvoor de verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling – kan worden aangemerkt als rechtstreekse schade van de wél bewezenverklaarde oplichting. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom die eerste betaling in causaal verband staat tot de latere oplichtingshandelingen, namelijk de twee aanbetalingen voor verf die nooit zijn geleverd. Omdat het hof dit verband niet inzichtelijk heeft gemaakt, is het oordeel dat sprake is van rechtstreekse schade niet begrijpelijk. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest gedeeltelijk en verwijst de zaak terug. De centrale rechtsvraag is dus ontkennend beantwoord: zonder nadere motivering levert de vrijgesproken aanbetaling geen rechtstreekse schade op van het bewezenverklaarde feit.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer mag de strafrechter bij strafoplegging rekening houden met niet ten laste gelegde feiten?

Hoge Raad 7 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1452

De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging in een zaak over faillissementsfraude door een bestuurder die geen deugdelijke administratie voerde. Het hof legde zes maanden cel op en woog daarbij zwaar mee dat de verdachte vaker als katvanger zou hebben gefungeerd. Volgens de Hoge Raad heeft het hof hiermee niet-tenlastegelegde feiten betrokken bij de straf zonder te voldoen aan de voorwaarden hiervoor. Zo is niet gebleken dat deze feiten ad informandum zijn gevoegd, erkend zijn of leiden tot een eerdere veroordeling. De motivering van de straf is daarom ontoereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EHRM aanvaardt het gebruik van undercoveragenten op (private) chatfora van publieke websites in een grooming-onderzoek

In Helme tegen Estland (EHRM 7 oktober 2025) stond de inzet van een undercoveragent met het fictieve profiel van een 12-jarig meisje in een groomingonderzoek centraal. De agent observeerde op een openbaar chatforum gesprekken over seks met minderjarigen en hield een passieve houding. De verdachte begon zelf de gesprekken en bracht seksuele onderwerpen ter sprake. Het Hof vond dat de operatie gerechtvaardigd was binnen een afgebakende online omgeving waar aanwijzingen voor misdrijven bestonden. Een individuele verdenking vooraf was niet vereist. De undercoveractie was rechtmatig geautoriseerd en gecontroleerd. Er was geen sprake van verboden uitlokking of schending van artikel 6 EVRM.

Read More
Print Friendly and PDF ^