Ontbrekend zittingsproces-verbaal fataal voor ontnemingsarrest

Hoge Raad 10 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:181

Dit betreft een ontnemingszaak waarin het gerechtshof Amsterdam in 2009 een betalingsverplichting oplegt van 27.161,94 euro wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit onder meer diefstal, oplichting en witwassen. In cassatie klaagt de betrokkene dat het openbaar ministerie ten onrechte ontvankelijk is verklaard in de ontnemingsvordering en dat het hof ten onrechte verstek tegen hem heeft verleend. Voor de beoordeling van deze klachten is het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van essentieel belang. Uit informatie van de griffier blijkt echter dat dit proces-verbaal niet meer beschikbaar is en ook niet kan worden gereconstrueerd. Daardoor kan de Hoge Raad niet toetsen wat zich ter terechtzitting heeft voorgedaan en of het middel terecht is voorgesteld, zodat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor nieuwe berechting en afdoening.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Illegale verhandeling van D-Carvone als gewasbeschermingsmiddel niet uitgezonderd van toelatingsplicht

Hoge Raad 10 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:223

Dit betreft een veroordeling wegens het opzettelijk en meermalen op de markt brengen van het gewasbeschermingsmiddel D-Carvone zonder toelating als bedoeld in artikel 28 lid 1 Verordening (EG) 1107/2009 en artikel 20 lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, alsmede wegens valsheid in geschrift. De verdachte verkoopt het middel als kiemremmingsmiddel voor pootaardappelen terwijl geen toelating door het Ctgb is verleend en krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een taakstraf van 100 uren opgelegd. In cassatie voert hij aan dat D-Carvone onder Richtlijn 88/388/EEG inzake aroma’s valt en daarom is uitgezonderd van de toelatingsplicht op grond van de Regeling uitzondering bestrijdingsmiddelen oud. De Hoge Raad oordeelt dat deze uitzondering alleen geldt wanneer de stof als aroma voor levensmiddelen wordt gebruikt en niet wanneer zij als gewasbeschermingsmiddel wordt toegepast. Omdat het middel in deze zaak als gewasbeschermingsmiddel wordt verhandeld, is de Europese toelatingsregeling onverkort van toepassing en faalt het cassatiemiddel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Weigering nultarief wegens btw-fraude niet automatisch grond voor vergrijpboete

Hoge Raad 20 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:279

De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur het nultarief voor intracommunautaire leveringen terecht weigert wegens betrokkenheid bij btw-fraude, maar dat dit niet automatisch een vergrijpboete rechtvaardigt. Voor een boete op grond van artikel 67f AWR is vereist dat het opzet of de grove schuld is gericht op het niet betalen van in Nederland verschuldigde omzetbelasting. Opzet dat uitsluitend ziet op het ontgaan van btw in een andere lidstaat is daarvoor onvoldoende. In dit geval is de naheffingsaanslag uitsluitend gebaseerd op het achteraf weigeren van het nultarief wegens fraude. Artikel 67f AWR biedt daarvoor geen grondslag, gelet op het legaliteitsbeginsel. De Hoge Raad vernietigt daarom de boetebeschikkingen en kent een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn

Read More
Print Friendly and PDF ^

Langdurige digitale terreur en fysieke intimidatie rechtvaardigen schadevergoeding: ook kosten psychische hulp vallen onder schadevergoedingsmaatregel

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:147

De verdachte is veroordeeld voor belaging, smaadschrift en vernieling. Zij belaagde het slachtoffer ruim 13 maanden digitaal en fysiek. Het hof legde een taakstraf en een schadevergoedingsmaatregel op van €12.487,43. De Hoge Raad acht dit oordeel juridisch juist en toereikend gemotiveerd. Ook de kosten voor psychische hulp vallen onder de maatregel. Vanwege termijnoverschrijding wordt de taakstraf met 7 uur verminderd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Getuigenverklaring zonder ondervraging toch bruikbaar: Hoge Raad bevestigt ruime compensatiemogelijkheden na Keskin

Hoge Raad 10 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:220

De verdachte is veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel van een minderjarige op grond van artikel 273f lid 1 onder 2°, 3°, 5° en 9° Sr en krijgt negentien maanden gevangenisstraf. De aangeefster kan door de verdediging niet worden ondervraagd omdat zij onvindbaar is, terwijl haar verklaring beslissend is voor het bewijs. Het hof oordeelt dat voldoende compenserende factoren bestaan, waaronder kritisch politieverhoor, steunbewijs uit telecomgegevens en het horen van ouders en voogd. Volgens de Hoge Raad heeft het hof de betrouwbaarheid van haar verklaring zorgvuldig onderzocht in samenhang met het overige bewijs. Het oordeel dat het proces als geheel eerlijk is verlopen is juridisch juist en toereikend gemotiveerd. Wel wordt de straf verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^