Grote Kamer EHRM verklaart klacht over reservistenpraktijk bij de Hoge Raad niet-ontvankelijk

De Grote Kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 23 september 2026 de klacht in de zaak Kuijt tegen Nederland (nr. 19365/19) bij meerderheid niet-ontvankelijk verklaard. De zaak betrof de praktijk bij de strafkamer van de Hoge Raad waarbij raadsheren die geen deel uitmaken van de zetel, de zogeheten reservisten, kunnen deelnemen aan de beraadslaging zonder mee te stemmen. Verzoekster klaagde dat deze praktijk in strijd is met artikel 6 EVRM, het recht op een eerlijk proces door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. Het EHRM oordeelt dat op nationaal niveau een rechtsgang beschikbaar was, het aanvoeren van de bezwaren in de cassatieprocedure zelf, maar dat verzoekster die niet heeft benut. De Hoge Raad had volgens het EHRM eerst de gelegenheid moeten krijgen om op de kritiek op deze bekende en langlopende praktijk te reageren, in lijn met het subsidiariteitsbeginsel. Over de verenigbaarheid van de reservistenpraktijk met artikel 6 EVRM spreekt het EHRM zich daarmee niet inhoudelijk uit.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldboete voor rechtspersoon wegens het niet onverwijld melden van ongewone voorvallen en het overschrijden van lozingsvoorschriften uit een omgevingsvergunning

Rechtbank Oost-Brabant 11 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6592

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een levensmiddelenproducent in Maarheeze tot een geldboete van € 80.000 voor twee economische delicten. Op 9 juni 2024 lekt door een openstaande klep circa 25.000 liter suikerwater uit een suikertank, dat gedeeltelijk in het vuilwaterriool terechtkomt, en de rechtspersoon meldt dit pas ruim een uur en twintig minuten later aan de gemeente. De rechtbank oordeelt dat het begrip onverwijld geen ruimte laat om eerst onderzoek te doen naar de oorzaak van een lekkage en dat een dreiging van nadelige gevolgen voor het milieu voldoende is voor een ongewoon voorval. Ook op 28 december 2024 wordt een ongewoon voorval niet onverwijld gemeld, wat de rechtspersoon bekent. Daarnaast loost de rechtspersoon op 14 november en 28 december 2024 een CZV-vracht van respectievelijk 5.493,5 en 9.362,9 kilogram per etmaal op het vuilwaterriool, waar de vergunning 2.700 kilogram toestaat. De rechtbank wijkt naar beneden af van de geëiste € 130.000 vanwege de na de feiten getroffen maatregelen, maar constateert bij de eerder veroordeelde rechtspersoon een patroon in het niet snel melden van voorvallen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Boetes voor drie eiproductfabrikanten wegens afstemming van inkoopprijzen, verdeling van leghenhouders en uitwisseling van concurrentiegevoelige informatie in stand; boete van één onderneming gematigd

Drie producenten van eiproducten kregen van de ACM boetes opgelegd voor overtreding van het kartelverbod. Zij stemden onderling inkoopprijzen van kooi- en scharreleieren af, verdeelden leghenhouders en wisselden concurrentiegevoelige informatie uit. Het College bevestigt dat de ACM de gedragingen terecht als strekkingsbeding heeft aangemerkt en dat de ondernemingen een sterke tot zeer sterke positie hadden op de inkoopmarkt. De formele verweren over functiescheiding, hoorplicht en gewijzigde marktafbakening worden verworpen. De boetes van twee ondernemingen blijven in stand; die van de derde onderneming, die als enige bij beide inbreuken betrokken was, worden verder gematigd omdat zij tweemaal voor dezelfde gedraging is beboet. Een exacte berekening van marktaandelen was daarvoor niet nodig.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over taakstrafverbod en TUL-vordering

Hoge Raad 22 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1481

De Hoge Raad vernietigt de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Het hof had geoordeeld dat het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht in de weg staat aan omzetting van het voorwaardelijk deel in een taakstraf. De Hoge Raad stelt vast dat het hof hier onjuist heeft geoordeeld. Als een voorwaardelijke gevangenisstraf slechts voorwaardelijk is opgelegd naast een onvoorwaardelijk deel, kan die voorwaardelijke deel bij tenuitvoerlegging wel in een taakstraf worden omgezet, ook al zou het taakstrafverbod bij de originele veroordeling van toepassing zijn geweest. De beoordeling van het taakstrafverbod moet zich richten op het feit waarvoor die straf is opgelegd, niet op eerdere veroordelingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad: beklag ex art. 98 lid 4 Sv staat open tegen RC-beschikking waarbij kennisneming gefilterde gegevens wordt toegestaan

Hoge Raad 22 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1490

De Hoge Raad vernietigt integraal en wijst terug naar de rechtbank Overijssel. De zaak betreft beklag van Nederlandse en Belgische advocaten tegen een beschikking van de RC waarin hij het OM toestaat kennis te nemen van een gefilterde dataset, bestaande uit vele miljoenen bestanden. De klagers stellen dat hun verschoningsrecht onvoldoende is gewaarborgd omdat het filterproces, hoewel onder leiding van de RC uitgevoerd, gebreken vertoont. De rechtbank verklaart de klagers niet-ontvankelijk in hun beklag ex art. 98 lid 4 Sv, stellende dat de beschikking van de RC tot vrijgave van gefilterde gegevens niet kan gelden als een "beslissing" waarop art. 98 Sv van toepassing is. De Hoge Raad keurt dit oordeel af en stelt vast dat beklag ex art. 98 lid 4 Sv inderdaad openstaat tegen de beschikking van de RC, ook waar het gaat om gevorderde gegevens waarvan redelijk vermoeden bestaat dat zij onder het verschoningsrecht vallen. Voorts vernietigt de Hoge Raad ook die delen van de rechtbankbeschikking die niet waren bestreden omdat anders de rechtbank na terugwijzing niet naar behoren kan oordelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep OM over doorbreking van notarieel verschoningsrecht in witwasonderzoek

Hoge Raad 22 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1527

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van het openbaar ministerie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank had geoordeeld dat zich geen zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan het verschoningsrecht van twee niet-verdachte notarissen moet wijken voor het belang van de waarheidsvinding. Tegen die twee notarissen waren digitale gegevensbestanden in beslag genomen naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek tegen een andere notaris en zijn juridisch medewerker wegens vermoedde overtreding van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en witwassen. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank de toets voor het belang van de waarheidsvinding correct heeft toegepast. Het openbaar ministerie had niet aangetoond dat de stukken in een zodanig direct verband staan met het strafbare feit dat ze kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen. De rechtbank had voorts correct opgemerkt dat veel stukken buiten de periode van verdenking vallen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van rechtspersoon voor handel in schadelijk vlees; vervolging voor Warenwetovertredingen verjaard

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch spreekt een stichting vrij van het verhandelen van vlees dat schadelijk is voor het leven of de gezondheid (artikel 174 Sr). Van de in beslag genomen 597 kilogram vlees zijn slechts vier monsters onderzocht. In twee monsters overschrijden de aangetroffen micro-organismen de norm uit de Hygiënecode voor het slagersbedrijf, maar ziekteverwekkende bacteriën ontbreken. Het hof oordeelt dat normoverschrijding en bederf niet zonder meer schadelijkheid opleveren. Voor twee tenlastegelegde Warenwetovertredingen verklaart het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens verjaring. Het beroep van de verdediging op schending van beginselen van een goede procesorde wordt verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van bestuurder van een thuiszorgonderneming voor medeplegen van faillissementsfraude wegens onttrekkingen aan de boedel en opzettelijke schending van de administratieplicht

Rechtbank Amsterdam 6 augustus 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8438

De rechtbank Amsterdam veroordeelt op 6 augustus 2026 een bestuurder van een thuiszorgonderneming voor medeplegen van faillissementsfraude en medeplegen van schending van de administratieplicht. Samen met zijn toenmalige echtgenote, de medeverdachte, onttrekt de verdachte in de periode van 1 januari 2021 tot en met 13 september 2022 een bedrag van € 882.885,83 aan de boedel van de vennootschap door overboekingen naar privérekeningen en uitgaven met een privékarakter. De rechtbank verwerpt het verweer dat een bedrag van € 95.000 op grond van de gebruikelijk-loonregeling als rechtmatige betaling moet worden aangemerkt en rekent de gehele onttrekking aan beide bestuurders toe. De rechtbank acht vol opzet op het niet voeren van een administratie bewezen, nu de raad van commissarissen de bestuurders vanaf 2019 meermalen op de gebrekkige administratie wijst. De overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer negen maanden leidt tot een constatering zonder gevolgen voor de strafmaat. De rechtbank wijkt af van de eis van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf en legt een gevangenisstraf op van negen maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldboete voor feitelijk leidinggeven aan belastingfraude met deelvrijspraak wegens niet verstreken aanmaningstermijn

Rechtbank Amsterdam 3 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8778

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een verdachte wegens feitelijk leidinggeven aan belastingfraude door zijn besloten vennootschap. De vennootschap doet over meerdere jaren geen aangifte vennootschapsbelasting en dient onjuiste aangiften omzetbelasting in. Het berekende belastingnadeel bedraagt bijna € 30.000. De rechtbank spreekt de verdachte deels vrij, omdat de aanmaningstermijn voor de aangifte over 2020 niet binnen de tenlastegelegde periode is verstreken. De verweren over het strekkingsvereiste en de ontbrekende aangiften verwerpt de rechtbank. De verdachte krijgt een onvoorwaardelijke geldboete van € 10.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor oplichting van zestien opdrachtgevers door zich voor te doen als bonafide aannemer, met schakelbewijs voor drie van de vijf zaken

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 september 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:5670

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een man tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, voor oplichting van zestien opdrachtgevers. De verdachte biedt zich via kluswebsites aan als aannemer, vraagt aanbetalingen voor materiaal en verricht de werkzaamheden vervolgens niet of gebrekkig. Het hof stelt vast dat hij een valse naam, een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels heeft gebruikt en dat de aanbetalingen direct naar privérekeningen zijn doorgestort. In drie zaken waarin geen aantoonbare onwaarheden vooraf zijn gebruikt, komt het hof tot een bewezenverklaring via schakelbewijs op grond van de kenmerkende modus operandi. De vorderingen van de benadeelde partijen worden toegewezen voor zover zij de aanbetalingen betreffen; herstelkosten en immateriële schade blijven buiten de strafprocedure. Het hof weegt een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg strafmatigend mee.

Read More
Print Friendly and PDF ^