Geen proces-verbaal raadkamer: Hoge Raad vernietigt beschikking rechtbank in beslagzaak eiwittenexport

Hoge Raad 6 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:16

In een beklagzaak over beslag op gegevensdragers, administratie en goederen vanwege verdenking van illegale export van dierlijke eiwitten buiten de EU, klaagt de klager dat er geen proces-verbaal is opgemaakt van het raadkameronderzoek. De Hoge Raad oordeelt dat artikel 25 lid 1 Sv voorschrijft dat zo’n proces-verbaal verplicht is en stelt vast dat dit stuk ontbreekt. Hierdoor is de beslissing van de rechtbank Overijssel ondeugdelijk gemotiveerd. De overige cassatiemiddelen worden onbesproken gelaten. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Foetsie BV: structureel misbruik bij turboliquidaties en gebrekkige handhaving

Onderzoek van Investico, het FD en De Groene laat zien dat turboliquidaties in Nederland structureel worden misbruikt om fraude en aansprakelijkheid te verhullen. Meer dan de helft van de tussen 2006 en 2023 geturboliquideerde bedrijven pleegde een economisch delict, terwijl bij duizenden bedrijven aanwijzingen bestaan voor zware fraude. De turboliquidatie fungeert daarbij als verdwijntruc: administraties verdwijnen, schuldeisers blijven met lege handen en strafrechtelijke handhaving blijft uit. Bestuurders en katvangers worden veelvuldig ingezet om verantwoordelijkheid af te schuiven, vaak na bestuurswissels vlak voor opheffing. De tijdelijke wet uit 2023 heeft de informatiepositie van schuldeisers nauwelijks verbeterd door gebrek aan controle en handhaving. Publieke schuldeisers lopen jaarlijks grote bedragen mis, terwijl toezicht en strafrecht onvoldoende grip krijgen op dit structurele misbruik.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ondervraging van belastende getuigen: van een 75-jarige EVRM-norm naar een piepjonge jurisprudentiële norm in het Unierecht

Het recht van de verdachte om belastende getuigen te ondervragen is expliciet neergelegd in artikel 6 lid 3 onder d Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) en maakt tevens deel uit van het algemenere recht op een fair hearing zoals vervat in artikel 6 lid 1 EVRM. In de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is dit ondervragingsrecht verder ontwikkeld, in het bijzonder door de richtinggevende uitspraken van de Grote Kamer in de zaken Al-Khawaja en Tahery en Schatschaschwili. De Hoge Raad heeft zijn rechtspraak over dit thema verschillende keren aangepast naar aanleiding van de zich ontwikkelende rechtspraak van het EHRM, meest recent naar aanleiding van de Straatsburgse ‘veroordeling’ van Nederland in de zaak Keskin. Ook in aanhangige wetgeving is de Straatsburgse invloed op dit terrein waarneembaar. In artikel 4.3.11 lid 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt een bewijsregel opgenomen die aansluit bij de uitgangspunten die het EHRM hanteert: het bewijs dat de verdachte het feit heeft begaan, kan niet in beslissende mate steunen op mededelingen van een persoon die de verdachte niet heeft kunnen ondervragen, tenzij het recht op een eerlijk proces daardoor niet wordt geschonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR casseert niet vrijspraak na dodelijk arbeidsongeval op zee: geen werkgeverschap, geen medeplegen

Hoge Raad 16 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1878 en ECLI:NL:HR:2025:1879

De verdachte B.V. is vrijgesproken van medeplegen van een dodelijk arbeidsongeval aan boord van een schip. Het hof oordeelt dat de verdachte niet als ‘werkgever’ in de zin van de Arbowet kan worden aangemerkt. Het slachtoffer werkte onder gezag van de scheepsbeheerder, niet onder dat van de verdachte. De Hoge Raad acht deze motivering juridisch juist en verwerpt het cassatieberoep. Ook het beroep op grondslagverlating faalt: het hof heeft de tenlastelegging niet onjuist uitgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verbod op contante betalingen van € 3.000 of meer bij de aan- en verkoop van goederen in werking getreden

Per 1 januari 2026 is het verbod op contante betalingen van € 3.000 of meer bij de aan- en verkoop van goederen in werking getreden. Kopers en verkopers van goederen, kunsthandelaren en pandhuizen mogen dan geen contante betalingen van € 3.000 of hoger meer aannemen of verrichten. Het verbod geldt niet voor transacties tussen particulieren onderling en niet voor diensten. Dat betekent ook dat de objectieve meldplicht voor bepaalde meldplichtige instellingen verandert.

Read More
Print Friendly and PDF ^