Beklag over omgang met geheimhoudersinformatie strandt deels bij Hoge Raad

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:171 en ECLI:NL:HR:2026:172

In twee strafzaken tegen producenten van medische apparatuur is beklag gedaan over het uitgrijzen van geheimhoudersinformatie in plaats van vernietiging. De rechtbank wees het beklag af, maar gaf het OM wél opdracht om toekomstige logbestanden aan het dossier toe te voegen. De Hoge Raad oordeelt dat de wet een dergelijke opdracht door de beklagrechter niet toestaat. Artikel 23 Sv ziet alleen op onderzoek voorafgaand aan de beklagbeslissing. Die beperking is door de rechtbank miskend. De HR vernietigt daarom dit onderdeel van de beschikking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordelingen van twee verdachten op Sint Maarten wegens onder meer medeplegen van ambtelijke omkoping blijven in stand

De veroordelingen van een echtpaar wegens onder meer het medeplegen van (passieve) ambtelijke omkoping blijven in stand. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld. De man was ten tijde van de strafbare feiten hoofd van een beheerdienst van een ministerie op Sint Maarten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voormalig Statenlid van Sint Maarten voor omkoping blijft in stand

Hoge Raad 27 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:46

De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van een voormalig Statenlid van Sint Maarten wegens passieve omkoping en belangenverstrengeling. De verdachte ontving als indirect aandeelhouder financieel voordeel uit een contract tussen een overheidsorgaan en een bedrijf waarin hij belang had. Hij verzweeg dit belang en ontving dividend via een constructie die zijn betrokkenheid moest verhullen. Het hof oordeelde dat hij als parlementariër toezicht had op het beleidsterrein van het contract. De Hoge Raad acht dit oordeel juridisch juist en voldoende gemotiveerd. Ook het financieel belang volstaat voor ‘deelneming’ aan de aanneming in de zin van de wet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EHRM: vermoeden van onschuld geldt onverkort bij uitlatingen van het OM en (ook nog steeds) in hoger beroep

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat België het recht op een eerlijk proces heeft geschonden. Het vermoeden van onschuld geldt onverkort bij publieke uitlatingen van het openbaar ministerie. Dat vermoeden blijft ook van kracht na een veroordeling in eerste aanleg, zolang geen sprake is van een onherroepelijke beslissing. Uitlatingen van aanklagers mogen niet verder gaan dan het beschrijven van een staat van verdenking. Daarnaast vormt deelname van dezelfde rechter in feitelijke aanleg en cassatie een schending van het objectieve onpartijdigheidsbeginsel. Het tijdsverloop tussen beide procedures doet geen afbreuk aan het vertrouwen dat de burger mag hebben in een onpartijdige rechter.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beklag bij ambtsmisdrijven: een (on)werkbare procedure?

De regeling van de vervolging van bewindspersonen en Kamerleden voor ambtsmisdrijven gaat op de schop. Een van de voorgestelde wijzigingen houdt in dat de procureur-generaal bij de Hoge Raad bevoegd wordt de vervolgingsbeslissing te nemen. Indien geen opdracht tot vervolging wordt gegeven, zou een belanghebbende beklag kunnen doen bij de Hoge Raad. Volgens ons kan deze procedure strijdigheid met artikel 6 EVRM opleveren en is nadere gedachtevorming over het inbouwen van waarborgen tegen de schijn van partijdigheid wenselijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^