Helpdeskmedewerker veroordeeld voor computervredebreuk met valse sleutel en poging tot afdreiging na hack van medische patiëntgegevens

Gerechtshof Amsterdam 16 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1003

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een voormalig helpdeskmedewerker voor computervredebreuk en poging tot afdreiging na een hack van medische gegevens van ongeveer 30.000 patiënten. De verdachte gebruikte zijn werktoegang onbevoegd om gegevens van een server van zijn werkgever te downloaden en eiste vervolgens bitcoins onder dreiging van openbaarmaking. Het hof verwerpt het verweer dat geen sprake zou zijn van een valse sleutel en wijst op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep compenseert het hof in de strafmodaliteit en strafsoort. De verdachte krijgt 180 dagen gevangenisstraf waarvan 132 voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uur en een geldboete van € 7.500. Het hof verklaart bovendien diverse digitale gegevensdragers verbeurd en gelast teruggave van een Dell computer aan de werkgever.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het jaarverslag Ondernemingskamer 2025 door de bril van het bijzonder strafrecht

Het jaarverslag Ondernemingskamer 2025 toont een forse toename van zaken (201 tegenover 139 in 2024) en een breder palet aan onderwerpen. Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk zijn drie rode draden van belang. Tegenstrijdig belang speelde een hoofdrol in onder meer Nexperia, i3 Holding en Eukairos (voorheen Centric), met feitencomplexen die ook strafrechtelijk in beeld kunnen komen. Het Openbaar Ministerie zette in de Centric-zaak na ruim twintig jaar weer artikel 2:345 lid 2 BW in, met een wanbeleidsvaststelling op 11 december 2025 als resultaat. De Nexperia-spoedbeschikkingen verbinden ten slotte het enquêterecht met de Wet beschikbaarheid goederen, de Amerikaanse Entity List en het bredere sanctierechtelijke kader.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valse rompnummers alleen zijn onvoldoende voor onttrekking aan het verkeer

Hoge Raad 21 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:624

De Hoge Raad vernietigt een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarbij twee sloepen met valse WIN-rompnummers op grond van artikel 36d Sr aan het verkeer waren onttrokken. Volgens de Hoge Raad moet de rechter bij een afzonderlijke beschikking ex artikel 36b lid 1 onder 4° Sr vaststellen dat het inbeslaggenomen voorwerp in een door artikel 36c of 36d Sr beschreven verband staat tot een begaan strafbaar feit. De rechtbank had niet tot uitdrukking gebracht met welk begaan strafbaar feit de sloepen in verband stonden, terwijl de oncontroleerbaarheid van herkomst en eigendom op zichzelf onvoldoende is. Het oordeel van de rechtbank is daarom ontoereikend gemotiveerd en het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van de vordering tot onttrekking aan het verkeer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijgesproken van contante giften, toch ontneming via kasopstelling

Het gerechtshof Amsterdam stelde op 23 april 2026 in een ontnemingszaak na een veroordeling wegens passieve ambtelijke omkoping het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 144.858 en legde een betalingsverplichting op van € 135.426. De betrokkene was in de strafzaak vrijgesproken van het aannemen van twee contante betalingen van € 100.000 en € 14.000, maar het hof nam toch een bedrag van bijna € 79.000 uit een eenvoudige kasopstelling mee. Volgens het hof legt een kasopstelling geen rechtstreeks verband met specifieke strafbare feiten en wordt daarmee de schuld aan vrijgesproken feiten niet alsnog aangenomen, zodat geen strijd bestaat met de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM. Het hof baseert de ontneming op zowel het tweede als het derde lid van artikel 36e Sr en sluit daarmee aan bij vaste rechtspraak van de Hoge Raad. De betalingsverplichting is verminderd met € 4.431,50 wegens verbeurdverklaring en met € 5.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Chauffeur bij bankhelpdeskfraude: rechtbank Limburg ziet medeplichtigheid waar OM medeplegen vorderde

De rechtbank Limburg veroordeelde op 28 april 2026 een vader die zijn zoon naar slachtoffers van bankhelpdeskfraude reed wegens medeplichtigheid, niet medeplegen. Hoewel de verdachte via een Snapchatgroep aantoonbaar wetenschap had van de fraude, achtte de rechtbank zijn bijdrage als chauffeur onvoldoende zwaarwegend voor medeplegen, mede omdat hij niet meedeelde in de buit. Hij kreeg een taakstraf van 240 uur, lager dan de geëiste negen maanden gevangenisstraf, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wees de gevorderde schadevergoedingsmaatregelen af, omdat onduidelijk was of de slachtoffers of hun banken de feitelijke schade droegen. Het vonnis illustreert de casuïstische afgrenzing tussen artikel 47 en 48 Sr en contrasteert met een arrest van het hof 's-Hertogenbosch waarin een vergelijkbare chauffeursrol wel als medeplegen werd gekwalificeerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^